De dorpsgek die zo gek nog niet was

Marga soezend in een gemeenteperkje, op een groen gietijzeren bankje of tegen de muur van het winkelcentrum: Marga was overal.

Straatmeubilair
Ze zwierf door Enkhuizen en behoorde tot het straatmeubilair van deze stad. Ze had louter twee hoektanden, een voortand en een verstandskies in haar mond, dronk alcohol alsof het water was en had een bolderkar met wat vijfdehands spullen. Kenmerkend was haar enorme winterjas, die tevens diende als slaapzak. Haar diner bestond uit zes gangen, namelijk een six pack Pools bier. Het bier fungeerde overigens ook als eau de cologne.

Vuilnisbakkenhond
Naast de bolderkartroep, waar zelfs de kringloopwinkel de deuren voor dichthoudt, had ze een paar dieren. Een vuilnisbakkenhond, een lapjeskat en een wit, groezelig konijn om precies te zijn. Hoewel mensen, inclusief ikzelf, geregeld klaagden over haar aanwezigheid, klaagde zij nooit. Marga had niet veel, maar was een tevreden mens.

Gekke Jerry
Dat in tegenstelling tot Gekke Jerry, die ook de naam dorpsgek draagt. Jerry behoort tot het straatmeubilair van de woonplaats waar ik recent ben gaan wonen. Hij is een donkere man die ’s winters in een glimmend, roodkleurig kortbroekje, met opgetrokken kniekousen en groen hoofdbandje rond paradeert. Jerry laat schrikken, Jerry slaat, Jerry scheldt en is altijd boos.

Vloeibaarvoedsel
Mensen uit Enkhuizen zagen Marga als een soort Jerry, vermoed ik. Maar Marga deed eigenlijk heel normaal, dan deed ze immers al gek genoeg. Omdat ze op straat leefde waren velen bevooroordeeld.  Maar eigenlijk was Marga zo gek nog niet. Als ik haar ooit nog eens zie, dan koop ik bier en wat vloeibaar voedsel voor haar. En dan proosten we. Proost Marga: op die boze, bevooroordeelde, wereld.

Istockphoto.com