De Filippijnse bruid

In de documentaire ‘Op avontuur: De Filippijnse bruid’, duikt documentairemaker Michiel van Erp in de wereld van de importbruiden.

Op een bruinleren bank in Schijndel zitten twee mannen van eind 30. Het zijn de broers John en Willy Schel. John heeft al een Filippijnse vrouw gestrikt met de toepasselijke naam Love. Willy is nog op zoek naar een soortgelijk exemplaar. Het moet een Aziatische zijn en daarvoor is hij naar het bemiddelingsbureau van Peter Lavrijsen gestapt. Willy: ‘Een Aziatische is veel onderdaniger. Een man heeft veel meer te betekenen.’

Iets betekenen
En dat is wat Willy Schel wil: iets betekenen. In Nederland betekent hij namelijk vrij weinig. De vrouwen willen hem niet. Nooit heeft hij een vriendin gehad, nooit heeft hij gezoend of seks gehad en dat maakt Willy onzeker en gefrustreerd.

Logisch en begrijpelijk, maar in plaats van kritisch naar zichzelf te kijken geeft Willy liever de Nederlandse vrouw de schuld. De Nederlandse vrouw is teveel bezig met haar eigen gerief, ze is te geëmancipeerd en carrière gericht, zo luidt zijn oordeel. Het is een raadsel hoe Willy aan deze informatie komt, want op het platteland in Schijndel heeft hij nooit een vrouw van dichtbij gezien. Laat staan dat hij ondervonden heeft hoe een Nederlandse vrouw zich gedraagt in een relatie.

Pose
Op het scherm van de televisie maakt intussen een Filippijns meisje een rondje om haar as. Ze blijft stilstaan bij een grote luchtverfrisser, legt haar armen op de ventilator en maakt een pose. Dat is d’r: Layla. Willy weet al wat voor meisje het is. ‘Ze is bescheiden en ze heeft humor, net als ik.’

Bevestiging
Samen met bemiddelaar Peter Lavrijsen gaat Willy naar de Filippijnen. We zien hem in een busje zitten in de stortregen. De volgende dag komt Layla aan. Een kleine smalle vrouw, een meisje eigenlijk nog. Ze is ‘nervous’. Willy spreekt zeer slecht Engels. Steeds opnieuw vraagt hij: ‘Hoe vin joe mie?’

De onzekere Willy zoekt de bevestiging dat deze Filippijnse hem – in tegenstelling tot de Nederlandse vrouwen – wél ziet zitten. Dát is het belangrijkste voor hem. Niet wie die Layla eigenlijk is, of hoe haar leven eruit ziet. Nee, hij verlangt maar naar één ding – niet naar seks, maar naar haar goedkeuring. De verzekering dat hij er iéts toe doet in deze wereld. Als Layla zegt dat hij ‘ok’ is, haalt Willy opgelucht adem. Pfjoeh, éindelijk een vrouw die hem wel ziet zitten. Gelijk draaien de machtsverhoudingen om. Nu Layla heeft toegegeven Willy wel ok te vinden is hij aan zet.

Het lijkt wel net een kind
De blik van de Nederlandse tuinier dwaalt af naar het tengere lichaam. Ik denk eerst dat het een seksuele blik is, maar nee. Willy is Layla aan het keuren en ze komt er niet goed vanaf. Als bemiddelaar Peter Lavrijsen naar hen toekomt en vraagt hoe het gaat zegt Willy: ‘Ze is zo dun. Het lijkt wel net een kind.’ Lavrijsen is niet onder de indruk van deze woorden en begint over zijn eigen uit de Filippijnen geïmporteerde vrouw: ‘Vergis je niet hè, als ze een jaar in Nederland zijn… Alice was ook zo’n dun ding, en je ziet hoe dik ze nu is.’

Willy wil eerst nog andere meisjes zien. Na wat handjes vasthouden in een karaoke bar met ene Rose Mary, besluit Willy toch voor Layla te gaan. Ze is dan nog wel een kind, maarja… ze heeft tenminste een bescheiden karakter en dat geeft Willy het gevoel dat hij er iets toe doet.

Willy is inmiddels met Layla getrouwd, ze wonen samen in Schijndel.