De ‘gigantische kakkerlak’

geen

‘Ieuw,’ klonk het vanuit de badkamer.
‘Wat is er?’ vroeg ik. We wonen in een oud huis en onze badkamer is helemaal achterin op de begane grond. Ik stond nog in de keuken, maar de uiting van afschuw was duidelijk te horen.

Poedelnaakt
Onze achtjarige zoon Wessel kwam poedelnaakt de keuken inlopen. ‘Ik ga echt niet onder de douche want daar zit een gigantische kakkerlak.’
‘Kakkerlak?’ zeiden mijn vrouw en ik tegelijkertijd met dezelfde verbaasde intonatie. Dat moesten we zien. Ook de zesjarige Myrthe kwam kijken naar het insect dat Wessel omschreef als gigantisch en dat zijn intrek had genomen in onze badkamer. En inderdaad, er zat een beest op de voeg tussen twee tegels van de douche. Hij zat daar heel onschuldig met zijn ovale lijfje en twee uitstekende voelsprietjes.

Goor
‘Dat is een pissebed,’ zei onze dochter hoorbaar teleurgesteld toen bleek dat er geen monsterlijk creatuur zat.
‘Nou. Ik vind het toch echt een kakkerlak,’ zei onze zoon.
‘Nee hoor. Dat is echt een pissebed,’ verzekerde mijn vrouw.
‘Kakkerlak of pissebed, het klinkt allebei even goor. Het is vies en het moet daar weg.’

Keukenrol
‘Ik haal wel een papiertje van de keukenrol,’ zei Myrthe met opgeruimde stem. Ze rende weg en keerde al snel terug met een wapperend velletje. Stoer stapte ze de douche in om vervolgens binnen pletbereik van de pissebed te verkondigen dat ze het toch wel erg vies vond. Even twijfelde ze. Toen veegde ze de pissebed van de muur om hem vervolgens te pletten. Daarna deponeerde ze het papiertje in de afvalbak. ‘Zo, die is dood en overleden,’ besloot ze.

Kakken
De vrouwen liepen de badkamer uit en ik bleef alleen over met Wessel. Ik vroeg hem waarom hij dacht dat het een kakkerlak was.
‘Hij zat op de muur te kakken,’ was zijn antwoord. Voordat ik mijn verbazing over zijn antwoord uit kon spreken, vroeg hij me wat kak ook alweer was: poep, of plas?
‘Poep,’ antwoordde ik.
‘Bah, poep is viezer dan plas. En er zit nog wat op de muur,’ zei hij met een vies gezicht. Nog steeds bloot en droog stapte hij onder de douche uit. ‘Myrthe,’ riep hij. ‘Kun je nog een keer terug komen met een papiertje van de keukenrol?’

Redder in nood
Kort daarna kwam Myrthe opnieuw de douche in hollen met een velletje in haar handen. Zuchtend vroeg ze wat er nu weer was.
‘Er zit nog kakkerlakkenkak op de muur,’ zei Wessel.
Myrthe ging naar de douche en bestudeerde nauwkeurig de plek op de muur waar het beestje had gezeten. Voordat ze overging tot het poetsen van de muur keek ze Wessel aan met een blik of hij niet wijs was. Daarna zei ze: ‘Nee joh, dat is geen kakkerlakkenkak, maar pissebeddenpis.’

CC foto: Arenamontanus