De vieze poes van opa en anale fixaties

Bij ontspoorde kinderen is er meestal een duidelijk aanwijsbaar punt in de opvoeding waarvan je kunt zeggen: dààr ging het fout. In mijn geval was dat zonder enige twijfel bij de vieze poes van opa Aad.

Het familie-erfstuk
De vieze poes is inmiddels een soort erfstuk geworden, doorgegeven van generatie op generatie. Iedere kleuter in de familie komt vroeg of laat in de ban van de vieze poes. Ik was aan de beurt op mijn vijfde verjaardag. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren.

De verjaardag
De huiskamer zat stampvol met visite. Mijn vader staat bij de televisie, mijn ooms in een kring eromheen. De nieuwe videorecorder wordt uitgebreid bewonderd en terwijl hij een videoband in de lucht houdt roept mijn vader: “Er kan wel twee uur op!” Mijn moeder zit op de bank, mijn oma’s en de buurvrouw hangen aan haar lippen terwijl ze, druk gebarend naar de twee vazen in de vensterbank, een spreekbeurt houdt over dat wit het nieuwe oranje is, en symmetrie de wereld gaat veroveren. “Dat zegt Jan des Bouvrie.” Alle dames knikken en roeren in hun koffiekopje.

Ver van de grote mensen zit ik met mijn broertjes en nichtjes aan de eettafel. Lego met slagroomresten, strijkkralen en kleurboeken bedekken de tafel. Ik sla net mijn Jungle Book-kleurboek open als opa Aad de keuken in komt. “Kijk opa, mijn lievelingsdier is een aap”, ik laat trots mijn tekening zien. “Weet je wat mijn lievelingsdier is?” vraagt opa. Opa Aad pakt een stift en bukt over mijn kleurboek. De rest is geschiedenis.

Meestervervalser van De Vieze Poes
In de weken die volgden was het hek van de dam. Pagina vier van mijn kleurboek belandde uitgescheurd onder mijn bed. ’s Avonds kwam het stuk papier, dat ik koesterde als ware het een winnend staatslot, tevoorschijn. Gniffelend oefende ik op het stuk behang achter mijn hoofdkussen, tot mijn vervalsingen van De Vieze Poes niet meer van echt te onderscheiden waren. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen geperst tekende ik vakkundig ontelbare poezen met hun staart in de lucht. Met vulpen in schriften van vriendinnetjes, met stoepkrijt op de garage van de buren en met permanent marker op mijn broertje.

Een anale fixatie was geboren
Na schoolreisjes konden mijn ouders mij altijd zo uit de krioelende kindermassa achter de ramen van de touringcar pikken. Terwijl vijftig kleuters hun uitgevallen tandjes bloot lachten en uitbundig zwaaiden, stond ik op mijn stoel en moonde bij wijze van begroeting de hele onderbouw van OBS ‘De Zevenhoeven’. Ik juichte wanneer ik een kat in de zandbak zag schijten. Als vriendjes naar de wc moesten ging ik met alle liefde even mee. De Poes had mij in zijn greep.

De Vieze Poes leeft voort
De anale fase ben ik inmiddels ontgroeid, maar de onsterfelijke tekening van De Vieze Poes van opa Aad ontgroei ik nooit. Ik geloof dat ik goed opgedroogd ben. Weliswaar met wat curieuze trekjes hier en daar, maar die maken mij tot wie ik ben. Naast DVP heb ik ook mijn timmer-vaardigheden, talent voor vieze moppen en waardering voor de natuur van opa overgenomen. Ik weet zeker dat ik over veertig jaar kleine stukjes opa Aad, en in het bijzonder De Poes, door ga geven aan mijn kleinkinderen, als ik met mijn tong tussen mijn kunstgebit een kleurboek naar me toe trek. In de tussentijd blijf ik oefenen.

CC foto: Opa Aad