Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Met trillende handen sta ik op van de tafel. Mijn ogen gaan schichtig heen en weer tussen mijn vader en Fenna. Alsof ik hem toe wil seinen dat hij haar in de gaten moet houden.
Er gaat een duizelig gevoel door mijn hoofd. Ik wankel richting de speelgoedkast in de hoop dat mijn telefoon daar nog steeds ligt. Onderweg sluit ik even twee seconden mijn ogen, in de hoop dat de duizeling uit mijn hoofd weg trekt.
Als ik mijn ogen open doe zie ik dat mijn telefoon inderdaad nog bovenop de kast ligt.
‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen.’
Ik stop met lopen en blijf even stil staan. Ik voel de woede vanuit mijn tenen naar boven kruipen en ben me er bewust van dat ik nu heel voorzichtig moet zijn met mijn uitspraken. Als ik nu mijn mond opentrek en mijn woede eruit gooi, dan ga ik door. Ik ken mezelf, dan is er geen houden meer aan. En voordat ik het weet heeft madam dan een blauw oog. Dat is mijn trots te na en dat gaat dus ook echt niet gebeuren.
De woorden ‘laat het me uitleggen’ zorgen ervoor dat er een rilling langs mijn nek gaat en ik merk dat ik me irriteer.

Midden in de woonkamer blijf ik stilstaan, maar ik draai me niet om. Ik haal diep adem om de drang tegen te houden. De drang om boos, nee woest te worden. Om alles eruit te gooien.
Maar dat komt nog.
Niet nu.
Ik zeg tegen mezelf dat ik moet wachten. Wachten totdat ik rustiger ben, zodat ik haar exact en tot in detail kan vertellen in welke horrorfilm ze me geplaatst heeft…
Het is doodstil. Je kan een speld horen vallen. Ik beweeg me niet, ik blijf alleen maar staan en de tijd lijkt voorbij te kruipen.
‘Mama.’ Het stemgeluid klinkt ineens heel dichtbij.
‘Mag ik naar papa toe?’
Met een ruk word ik terug gebracht naar het hier en nu. Naar de realiteit. Waar komt Jasper ineens vandaan?
Ik kijk naast me en tot mijn grote verbazing zie ik twee grote blauwe ogen, gevuld met tranen. Er gaat een shock door me heen als ik zijn verdrietige blik vang en ik word overspoeld door een intens gevoel van schuld.
Mijn kinderen, ze waren nog buiten met hun oma. Mijn oudste rouwt om zijn vader, terwijl hij zich geen enkele voorstelling kan maken van datgene wat hem, ons, te wachten staat.
En ik ben in staat om extra politie in huis te halen en de hele boel op stelten te zetten.
Dit kan niet.
Ik kan dit niet.
Maar ik kan haar ook niet laten gaan. Ik moet het haar vertellen. Alles moet ik haar vertellen.

Maar eerst ga ik door mijn knieën, zodat ik precies op ooghoogte sta met Jasper. Ik leg mijn hand op zijn wang en hij buigt zijn gezicht zo dat de rechterkant van zijn gezicht verstopt lijkt. Mijn andere hand leg ik op zijn schouder en ik trek hem tegen me aan.
‘Och lieverd.’
Ik hoor kleine snikjes welke knetterhard door mijn moederhart gaan.
‘Schatje. Ik weet het. Huil maar.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Hij is nog maar vier jaar oud. Wat moet ik hem zeggen? Het enige wat ik wil is dat hij zijn verdriet kwijt kan…
Ik houd hem vast totdat het zachte gesnik op mijn schouder langzaam iets minder wordt. Ik zit nog steeds op mijn hurken en mijn bovenbenen doen pijn van het zitten in deze houding, maar het maakt me niks uit.
‘Mama, mag ik naar papa?’
Ik draai mijn hoofd iets bij en werp een blik op mijn vader, aangezien hij de agenten heeft gesproken. Het is moeilijk om Fenna te negeren, die volledig in elkaar gedoken op de stoel zit.
Mijn vader knikt bijna onzichtbaar, zet zijn handen rustig op tafel en helpt zichzelf overeind. Hij loopt richting mij en Jasper en hurkt naast me neer. Zijn ene hand op mijn schouder, zijn andere hand op Jasper zijn schouder.
Jasper kijkt hem met rode, betraande ogen aan.
‘Lieve Jasper. Jij mag naar papa. Maar niet vandaag. Morgen. Opa gaat in elk geval met je mee.’
‘En mama dan?’ vraagt mijn zoon zachtjes.
‘Dat zien we morgen wel.’ Mijn vader geeft hem antwoord voordat ik het zelf kan doen.
Dan hoor ik ineens vanuit de tuin een harde lach van mijn dochter en vervolgens een gilletje van Joke. Ik kijk niet, ik houd de ogen van mijn zoon vast en probeer met moeite een glimlach op mijn gezicht te toveren voor hem. Ik ben blij dat ze het buiten naar hun zin hebben.
‘Mama kijk!’ Eva komt met twee handen in de lucht de woonkamer binnen gerend.
‘Eva klimmen!’ Zegt ze met een grote glimlach, terwijl ze regelrecht op mijn rug afrent. Die wil weer paardjerijden, maar dat gaat niet gebeuren. Snel schiet ik overeind.
‘Mama!’ Eva kijkt me met boze ogen aan. ‘Eva klimmen. Mevrouw klimmen. Eva ook!’
He? Wat zegt ze nou weer?
Dan komt Joke de woonkamer binnen. Haar gezicht is zo mogelijk nog bleker dan een uur geleden. Ze wend zich tot Gabriëlla:
Dat is toch jouw stagiaire? Die meid is wel lenig zeg! Ze klom binnen een paar seconden over de schutting. Wat goed dat jullie aan kinderanimatie doen in dit soort situaties. Is dat wat nieuws?’
Nee.
NEE.
Mijn ogen schieten naar de eettafel.
Er zit alleen een totaal verblufte Gabriëlla op een stoel.
Ik laat Jasper los en trek een sprintje de tuin in, waarbij ik Joke bijna omver loop en zie dat de tuin leeg is.
Leeg.
Ze is weg.
Godver.

—-

‘Goedemiddag. U spreekt met Esmee de Zwart. Ik wil graag even weten of mijn bestelling binnen is gekomen.’
‘Ik ga het even voor u nakijken mevrouw. Op uw eigen naam? Wat had u besteld?’
‘Een bank.’
‘Die we gaan inwijden op het moment dat hij geleverd wordt.’ Fluistert Leon in mijn oor.
Ik giechel als een jonge puber terwijl ik de jongeman aan de telefoon hoor zeggen dat hij het voor mij na gaat kijken.
‘Hou nou op!’ Zeg ik lachend tegen mijn man.
‘Ik doe helemaal niks… schatje…’ Hij kijkt me aan en zijn ene mondhoek trekt weer omhoog. Die grijns die eraan komt… Die kan ik niet weerstaan en dat weet hij. Hij verdwijnt in mijn hals en geeft me hele langzame, zachte kusjes. Ik doe mijn best om de telefoon tegen mijn oor te houden. ‘Wacht nou even!’ Zeg ik lachend, maar hij luistert niet, kruipt langzaam bovenop me en drukt me plat op het bed. Ik heb nog steeds de telefoon aan mijn oor en hoop maar dat ik in de wacht sta en dat er niemand meeluistert.
‘Leon!’ Probeer ik nog.
Maar hij gaat door met zijn tientallen kusjes. Vanaf mijn hals dwaalt hij naar beneden en met zijn hand trekt hij mijn witte shirtje omlaag, zodat mijn bh zichtbaar wordt.
Ik giechel, terwijl ik als een debiel de telefoon vast blijf houden.
Mijn gegiechel moedigt hem aan en hij tilt zijn hoofd iets op om me ondeugend aan te kijken. Mijn glimlach wordt groter. Na al die jaren dat we samen zijn geeft deze blik me nog altijd kriebels in mijn buik. Hij duikt weer met zijn lippen tussen mijn borsten en geeft me zachte kusjes, terwijl hij nog verder naar beneden zakt. Ik voel dat hij mijn shirtje omhoog duwt, waardoor mijn buik zichtbaar wordt en ik slik eventjes. Alsof dat helpt om het kippenvel die inmiddels ontstaan is weg te krijgen.
Ohhhhhh. Slecht idee dit.
‘Leon! Ik ben aan de telefoon!’ Sis ik hem toe.
Hij reageert niet met woorden, maar begint aan de knoop van mijn favoriete jeans te frunniken.
Ik wil hem tegenhouden, maar toch ook weer niet.
‘LEON!’ Roep ik harder dan ik eigenlijk wil.
Ik voel dat hij mijn knoop en rits binnen no time los heeft.
‘Niet mijn broek uitdoen. Wacht nou even! Ik kan toch moeilijk aan telefoonseks doen!’
Leon gniffelt tegen mijn buik.
‘Eh Mevrouw… Moet ik u anders straks even terug bellen?’
Oh shit.
Ik vlieg overeind, waardoor Leon zijn hoofd op mijn bovenbeen terecht komt.
‘Nee. Ik eh… Nee… Ik ben er.’ Met één hand duw ik het hoofd van mijn man weg en vlieg van het bed af. Ik moet even weg bij hem, dit schiet niet op. Als ik rechtop sta begin ik aan mijn knoop te pulken, alsof ik die met één hand dicht krijg.
‘Ik kom!’ Zeg ik tegen de jongeman aan de telefoon. ‘Momentje!’
Ik zie dat Leon zijn gezicht inmiddels in het dekbed drukt om zijn lachen in te houden.
‘Mevrouw. Belt u anders zo meteen even terug.’
‘Nee, het kan wel even,’ ik ben me van geen kwaad bewust.
‘Maar mevrouw… u… eh… met alle respect, maar ik hoef niet te horen hoe u klaar komt.’
Mijn ogen worden drie keer zo groot.
‘Dát heb ik niet gezegd. Ik bedoelde… gewoon… dat ik aan de telefoon kwam.’
‘Ik stel voor dat u straks terug belt. Over een half uurtje? Kwartiertje? Vijf minuten mag ook hoor. Ik zal niet oordelen.’
Mijn ogen zijn inmiddels reusachtig, terwijl ik Leon aan blijf staren en mijn best doe om niet in lachen uit te barsten.
‘Oké, ik bel u zo terug.’ Zeg ik lachend. Ik wacht zijn antwoord niet af en hang gewoon op. Ik schud mijn hoofd, terwijl ik Leon zijn blauwe ogen vasthoud. Zijn ondeugende blik zegt mij meer dan genoeg en ik loop langzaam naar hem toe, waarbij ik probeer om sexy met mijn heupen te wiegen.
‘Dus. Een andere man laat jou komen?’ Ik zie de glundering van plezier op zijn gezicht.
Ik buig voorover, totdat ik met mijn gezicht recht voor zijn gezicht sta. Ik breng mijn lippen tot vlak voor zijn mond en fluister: ‘Oh, houd asjeblieft je mond.’ Dan druk ik mijn lippen op zijn mond en laat me bovenop hem vallen… Leon houdt me stevig vast en met één beweging zorgt hij ervoor dat we omdraaien en dat ik onder hem kom te liggen. Behendig maakt hij de knoop en rits van mijn broek los.
‘Waar waren wij?’ Zijn stem klinkt sexy en verleidelijk. ‘Zullen wij een baby maken mevrouw de Zwart?’
En dan… gaat hij verder met datgene waar hij mee bezig was…

—-

‘MAMA!’ Jasper rent achter me aan de tuin in.
Hij is geschrokken. Geschrokken van mijn plotselinge reactie.
Ze is weg.
Verdomme.
Het secreet.
Ik kan mijn gevoel niet goed omschrijven. Het is zo ongelooflijk bizar wat hier in de afgelopen tien minuten gebeurd is, dat ik het niet meer bij kan houden en een paar minuten stil blijf staan. Ik moet even alles tot me door laten dringen.
‘Sorry jongen,’ fluister ik zachtjes als ik zie dat Jasper nog op me aan het wachten is.
‘Ze is weg. Ze is echt weg,’ ik had helemaal niet gezien dat mijn vader rondom het huis aan het kijken was.
Gek genoeg kan ik er op dit moment niet extreem van balen dat ze weg is. Het lijkt even alsof ik afstand neem van de hele situatie en geen emotie meer voel. Ik kijk vanaf een afstandje naar de vrouw die hier in haar tuin staat, die haar man net heeft verloren, vervolgens de moordenaar van haar kind heeft gevonden én weer is verloren en nog steeds een uitvaart moet regelen. Maar… de begrafenisondernemer is een rare structuurjunkie, terwijl er nu juist behoefte is aan begrip en rust.

Is het heel gek dat ik even geen ruimte heb om deze wegloopactie te voelen?
Ik voel vooral leegte. In alle opzichten.
In mijn hand voel ik het kleine handje van Jasper omhoog kruipen en ik kijk hem aan.
‘Mama. Zullen we maar even wat eten.’
Ik knik.
Mijn lieve kleuter is op dit moment degene die me herinnert aan het feit dat we moeten eten. Die een ritme gewend is en daaraan toegeeft. Dat is op dit moment zijn houvast en zekerheid.

Ja, laten we maar wat eten.

Joke zegt iets tegen me, maar ik hoor het niet.
Mijn vader zegt ook iets tegen me, maar ook dat hoor ik niet.

Stoïcijns loop ik naar binnen, mijn zoon aan de hand,  naar de grote koelkast en ik trek hem open.
Ik zie een pak magnetron pannenkoeken.
Ja.
Pannenkoek.
Ik haal het pak uit de koelkast, terwijl ik probeer te vechten tegen ineens opkomende tranen. Ik ga een gevecht aan met het lipje van de verpakking en als het me niet snel genoeg lukt stroomt langzaam de eerste traan over mijn wang. Gevolgd voor een tweede en een derde.
Dan wordt het pak pannenkoeken voorzichtig uit mijn hand gehaald en ik sluit even mijn ogen. Dankjewel papa.
Maar als ik me omdraai zie ik tot mijn grote verbazing dat Gabriëlla met het lipje van de verpakking aan het prutsen is. Na een keer of twee proberen krijgt ze de verpakking open en ze kijkt me vriendelijk aan.
‘Sorry Esmee. Ik zal je helpen.’
Ze loopt om me heen en opent wat kastjes op zoek naar een bord. Ik sta toe te kijken alsof ik water zie branden. Als ze een geschikt bord heeft gevonden legt ze er een pannenkoek op en doet het bord in de magnetron. Als ik haar zoekend naar de instellingen van de magnetron zie kijken druk ik op de automatische piloot op wat knopjes. Ze kijkt me aan en knikt voorzichtig.

Jasper en Eva nemen allebei twee pannenkoeken. Daarna mogen ze nog eventjes televisiekijken, totdat het tijd is om naar bed te gaan. Gabriëlla is naar huis gegaan en heeft, met mijn goedkeuring, aangegeven dat ze morgenvroeg terugkomt.
Mijn vader en Joke zitten allebei op de bank met de kinderen. Ik zie mijn telefoon nog steeds op de speelgoedkast liggen en ik realiseer me terdege dat ik mensen moet gaan bellen, mensen moet gaan informeren. Familie, vrienden, kennissen, collega’s… ze moeten allemaal weten dat Leon er niet meer is.

Morgen. Morgen is een nieuwe dag.
Ik haal een fles wijn uit de koelkast en schenk een groot glas in. Terwijl het koude vocht mijn lippen bereikt kijk ik om me heen.
Ons huis.
Onze kinderen.
Onze koelkast.
Ons huwelijk…
Hoe dan?

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.