Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

‘Een laatste kus nog.’
Ik beweeg mijn lippen naar zijn wang en geef hem een dikke pakkerd.
‘Dag liefje, lekker slapen. Zie ik je morgen weer?’
Jasper knikt en ik zie zijn ogen al een beetje dichtvallen. Het arme kind moet gesloopt zijn van het nieuws wat hij vandaag heeft gekregen.
Zachtjes verlaat ik zijn slaapkamer en sluit de deur achter me. Ik blijf even vijf seconden met de deurklink in mijn hand staan om te luisteren of ze allebei stil zijn. Dat zijn ze.
Zachtjes loop ik de trap af, mijn hand glijdt losjes en sierlijk over de leuning. Ik voel dat ik wederom overmand wordt door een gevoel van vermoeidheid. Deze dag heeft me al mijn energie gekost en ik ben kapot. Ik wil gewoon slapen.
Als ik in de woonkamer aankom zie ik Joke en mijn vader nog op de bank zitten. Beide hebben ze aangeboden om Jasper en Eva naar bed te brengen, maar daar wilde ik niks van horen. Dat wilde ik per sé zelf doen.
Ik zie mijn halfleeg gedronken glas wijn nog op het aanrecht staan en loop er naartoe. Als ik het glas aan mijn lippen zet komt mijn vader naar me toe gelopen.
‘Lieverd, ik ga zo even wat spullen ophalen en dan kom ik terug. In de tussentijd blijft Joke bij je, goed?’
Eh…
‘Waarom ga je spullen ophalen?’ Ik kijk mijn vader vragend aan.
‘Joke en ik hebben besloten om je eventjes niet alleen te laten. Ik haal daarom straks wat spullen op, zodat ik hier op bank kan slapen, dan ben je niet alleen.’
Ik realiseer me dat het heel lief bedoeld is, maar ik voel een weerstand opkomen en besef me dat ik hier wat mee moet doen.
‘Pap, ik geloof niet dat dat nodig is…,’ zeg ik voorzichtig.
‘Het is geen enkel probleem schat. Ik ben zo terug.’ Mijn vader drukt een snelle kus op mijn wang en wil de gang inlopen.
‘Wacht. Pap… Ik meen het. Ik ben ontzettend moe en wil eigenlijk gewoon naar bed. Ik moet ook nog een paar telefoontjes plegen.’
‘We kunnen morgen toch samen mensen bellen?’
Ik moet mijn vader credits geven voor zijn reactie. Hij wil zelf waarschijnlijk graag bij me blijven, om te zien of het wel goed met me gaat, maar ik heb vooral heel erg veel behoefte aan rust en ruimte en besluit om duidelijk te zijn.
‘Pap. Ik wil even alleen zijn.’ Het komt er bijna stotterend uit. ‘Wil je morgenvroeg terugkomen alsjeblieft?’
Mijn vader kijkt me eventjes diep in de ogen aan. Dan zie ik zijn ogen naar Joke uitwijken. Hij zucht diep.
‘Oké. Maar beloof je dan wel dat je me meteen belt als het niet goed met je gaat? Ik leg mijn telefoon op mijn nachtkastje met het geluid aan. Wel bellen hoor!’
Ik knik en ben opgelucht dat mijn vader besluit om naar me te luisteren. Ik zie dat Joke langzaam opstaat vanaf de bank en realiseer me ineens dat ik mijn schoonvader nog helemaal niet heb gezien. ‘Joke, heb je Henk wel gebeld?’
Ze knikt.
‘Hij zit voor zijn werk in Frankrijk en is onderweg naar huis. Ik haal hem zo meteen van het vliegveld,’ ze kijkt opgelucht. Waarschijnlijk blij dat ze straks niet alleen is en dit grote verlies met haar man kan delen. Ik heb op dit moment even geen behoefte aan verdere details en doe tactisch de deur naar de gang open, als teken dat het tijd is om te vertrekken.
Mijn vader komt twijfelend naar me toe en slaat zijn grote armen om me heen.
‘Tot morgen meissie. Weet je zeker dat je alleen wilt zijn?’
Met mijn laatste beetje kracht pers ik er een gemaakte glimlach uit.
‘Ja pap.’
Ik geef Joke een voorzichtige knuffel en loop in stilte met ze mee naar de voordeur. Ik zwaai nog even als ik ze naar hun auto’s zie lopen en als ze beide weggereden zijn sluit ik zachtjes de deur.
Met mijn rug ga ik ertegenaan staan en ik sluit mijn ogen. De stilte omarmd me en overvalt me tegelijkertijd. Ik zucht diep.
En nu?
Langzaam loop ik door de gang naar de woonkamer. Ik pak mijn glas wijn en drink de inhoud in één keer op. Dan loop ik door naar de bank en ik laat me langzaam in de grijze kussens zakken. Automatisch werp ik een blik op mijn horloge om in te kunnen schatten hoe laat Leon thuiskomt. Halfacht… Maar hij komt niet thuis.
Ik pak een sierkussen van de bank en leg deze op mijn buik. Dan sla ik mijn armen eromheen en zo blijf ik gewoon eventjes zitten. Doelloos, vol onmacht en met het gevoel dat mijn tranen op zijn, staar ik voor me uit. Ik voel weinig emotie en ben me enorm bewust van mijn zware oogleden. Het liefst wil ik in bed kruipen, maar ik weet dat dat nog niet kan. Ik moet nog een paar mensen bellen. Ik besluit om mezelf een spreekwoordelijke trap onder mijn kont te geven. Leon zijn leidinggevende, wat familie en wat vrienden.
Ik sta op en loop naar mijn telefoon die op de speelgoedkast lig. Nog steeds verwacht ik ergens dat ik een appje heb. ‘Schat, ik ben iets later, maar ik ben onderweg… x Leon,’ maar als ik op mijn telefoon kijk zie ik dat het valse hoop was. Ik heb niet één gemiste oproep. Niet één gemist berichtje. Er is niemand die weet wat er gebeurd is.
Ik zoek het nummer op van Leon zijn leidinggevende. Ik heb de beste man ooit één keer gezien en toen was hij wel aardig. Ik heb het nummer ooit in mijn telefoon gezet voor ‘het geval dat er iets aan de hand zou zijn’. Uiteraard heb ik mezelf nooit gerealiseerd dat er in deze extreme mate ‘iets aan de hand’ kon zijn. 
Nadat de telefoon een keer of drie is overgegaan hoor ik een norse stem.
‘Sanders.’
‘Goedenavond, mijn excuses dat ik u stoor.’ Ik merk dat ik stotter. Misschien had ik me even mentaal op dit gesprek moeten voorbereiden?
‘Met wie spreek ik?’
‘Met Esmee de Zwart. De vrouw van Leon de Zwart.’
Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Dag mevrouw de Zwart. Wat kan ik voor u doen?’ Zijn stem klinkt iets vriendelijker.
‘Noemt u mij alstublieft Esmee. Ik bel helaas met slecht nieuws…’
Het blijft stil aan de andere kant van de lijn.
‘Mijn man is vanmiddag verongelukt.’
‘Godallejezus. Serieus?’
‘Eh… ja meneer.’
‘Zeg maar Jarno. Wat is er in hemelsnaam gebeurd?’
‘Hij is aangereden door een vrachtwagen. Hij was op slag dood.’
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen Esmee. Wat afgrijselijk. Heel veel sterkte voor jou en jullie kinderen. Verdere informatie zal me vanzelf bereiken.’
‘Dankjewel.’
We hangen op en ik houd mijn telefoon vast.
Oké. Dat is gelukt. Hij zal ongetwijfeld collega’s van Leon informeren.
Vrienden. Vrienden zijn belangrijk. Ik denk aan de avond van onze ontmoeting. De jongens die toen bij het vrijgezellenfeest waren… die ga ik niet allemaal bellen. Ik kan ze niet stuk voor stuk dit afgrijselijke nieuws vertellen. Zijn leidinggevende was één ding, die heeft geen emotionele band met Leon. Maar zijn vrienden… zij kennen hem al zo lang. Zij zullen dit nieuws keihard oppakken…

Een week eerder:

‘Oh my god Veer. Je bent absoluut de allermooiste bruid die ik ooit gezien heb… Hoe cliché dat ook mag klinken.’
Mijn vriendin kijkt me stralend aan. Ik heb geen woord gelogen. Haar prachtige figuur komt perfect uit in haar prinsesachtige witte bruidsjurk. Haar make-up is tot in detail aangebracht door een professionele visagiste en haar haren zijn vakkundig opgestoken door een kapster. Maar het allermooiste is de glimlach op haar gezicht. Ze kijkt zo intens gelukkig, heeft zo lang toegeleefd naar deze bijzondere dag… En nu is het zover. Ze is de bruid.
We staan met ons tweeën in een suite in een hotelkamer. Ik pak haar beide handen vast en kijk in haar donkerbruine ogen.
‘This is it chica. Het is afgelopen met rommelen en rotzooien. Je gaat nu een levenslange verbinding aan. Ben je er klaar voor?’
Ik weet het antwoord al. Haar blik spreekt boekdelen en ze knikt, terwijl ze een beginnende traan uit haar oog probeert weg te knipperen.
‘Ik ben er meer dan klaar voor Es.’ Ze tilt haar jurk iets op en ik schiet in de lach. Onder haar bruidsjurk draagt ze spierwitte sneakers van Converse.
‘Ik ga zelfs vandaag niet op hakken!’ Zegt ze lachend.
Er wordt op de deur geklopt en ik loop er naartoe. Voorzichtig doe ik de deur op een kiertje, de aanstaande echtgenoot van mijn vriendin mag haar natuurlijk nog niet zien, en ik kijk in het stralende gezicht van Vera’s moeder.
‘Dag lieve Esmee. Ze geeft me een warme kus op mijn wang. ‘Is mijn dochter er klaar voor?’
Ik doe de deur wagenwijd open en bij de aanblik van haar dochter slaat Marijke haar handen voor haar mond en verschijnen er spontaan tranen in haar ogen. Snel loopt ze haar dochter toe en legt haar handen op haar wangen. Ze zegt niks, ze schudt alleen met haar hoofd, terwijl de eerste traan over haar wang naar beneden kruipt.
‘Mam! Je make-up!’ Maar ik zie aan Vera’s gezicht dat het haar op dit moment niets uitmaakt.
Het feit dat ik getuige mag zijn van zo’n intiem moeder-dochter momentje maakt dat ik zelf tranen in mijn ogen krijg.
‘Je bent prachtig lieverd. Prachtig.’ Vera glimlacht naar haar moeder.
‘Ga je mee? Het is tijd.’
Vera geeft haar moeder een hand en loopt samen met haar naar de deur. Daar pakt ze mijn hand.
‘Waar zijn je kids Esmee?’
‘Ze zijn bij Leon. Geen zorgen, alles en iedereen staat klaar.’
Vera ademt in en dan langzaam weer uit via haar mond.
‘Oké, ready or not… here I come!’

Met ons drieën lopen we door de luxueus uitziende gang van het immense hotel, wat ‘even’ afgehuurd is voor deze bruiloft. Vrijwel alle gasten hebben een eigen hotelkamer, zodat het een feestje tot in de late uurtjes kan worden vanavond. Leon en ik hebben ook een eigen kamer. Jasper en Eva wachten op dit moment beneden bij de zaal, samen met Leon. Zij mogen ringendrager en bloemenmeisje zijn op deze bijzondere ochtend. Vanmiddag worden ze opgehaald door Joke. Ze mogen dan bij hun oma logeren, zodat wij een uitgebreid feestje kunnen bouwen.
Je beste vriendin gaat immers maar één keer trouwen… toch?
Hoewel je het met Vera nooit weet.
Onderweg naar de zaal voel ik dat Vera in mijn hand knijpt.
Het blijft bijzonder… op één en dezelfde avond hebben we allebei onze droomman gevonden. Ik knik enthousiast. Op de avond dat ik Leon heb ontmoet is Vera verliefd geworden op Frederik. De donkerharige man die zich bij ons tafeltje op het terras kwam melden voor wat lippenstift kusjes voor een vrijgezellenfeest.
Waar Leon en ik al snel getrouwd waren en kinderen gekregen hebben zijn Vera en Frederik samen gaan reizen. Ze hebben met z’n tweeën een complete wereldreis gemaakt en hebben alle bijzondere plekjes van de wereld gezien. Ongeveer één keer per jaar waren ze een paar weken in Nederland. God, wat heb ik mijn vriendin in die jaren gemist. En wat ben ik blij dat ze nu eindelijk besloten hebben om in Nederland te blijven. Ik hoop stiekem dat ze zich nu gaan settelen en dat er binnenkort een kleintje komt. Maar eerst vandaag. Eerst haar huwelijksdag. Een erg bijzondere dag, want ik mag haar getuige zijn…
Haar moeder geeft haar, bij gebrek aan een vader (die heeft ze nooit gekend, omdat die kerel drugs belangrijker vond dan zijn eigen gezin), straks weg. En dan mag ik, samen met Vera’s moeder, een handtekening zetten als getuige. Ik voel me vereerd en vind het enorm bijzonder dat ze mij hiervoor gevraagd heeft.

We komen aan bij de achterkant van de zaal waar Leon op ons staat te wachten. Wat ziet hij er toch weer sexy uit in zijn pak.
Hij geeft Vera een voorzichtige kus op haar wang.
‘Prachtig Vera. Frederik weet niet wat hij ziet zo meteen.’
Vera straalt van oor tot oor.
Ik buig me voorover naar Jasper en Eva. ‘Jullie weten het nog, toch jongens? Precies zoals we geoefend hebben!’
Jasper en Eva knikken heftig en eventjes lijken ze enorm veel op elkaar. Ze zien eruit als een mini bruidje en bruidegom. Jasper strak in pak, net als op onze eigen bruiloft en Eva heeft een witte jurk aan, allemaal bloemen in haar haren en natuurlijk een mandje vol met bloemblaadjes die ze straks voor Vera uit mag strooien.
‘Goed jongens, dan gaan papa en mama in de zaal zitten. Jullie mogen straks bij ons komen zitten. Veel plezier!’
Ik draai me om naar Vera en geef haar een betekenisvolle knipoog.
‘Rock this shit, chicka!’ roep ik haar nog toe terwijl we weglopen. Vera lacht hardop en pakt de hand van haar moeder. Klaar voor haar bruiloft.

Trillend zoek ik de naam van mijn beste vriendin op in mijn telefoon. Wetende dat zij als enige dit verschrikkelijke nieuws aan Frederik kan vertellen… Als beste vriend van Leon zal dit een enorme klap voor hem zijn. Het probleem is alleen dat ze op dit moment op huwelijksreis zijn naar Aruba. En ik sta nu op het punt om die huwelijksreis compleet naar de knoppen te helpen. Ik denk even na, realiseer me dat het middag moet zijn in Aruba en dat ze waarschijnlijk ergens prinsheerlijk aan het strand liggen.
Ik moet dit doen… Ik moet haar bellen. Voordat ik het weet heb ik op haar naam gedrukt en mijn telefoon gaat over.
‘Schatjuhhhhhh! Hoe is het!!’
De stem van mijn vriendin tettert door mijn telefoon. Ze klinkt zo heerlijk vrolijk, warm en liefdevol. Och, mijn lieve Vera.
Op de achtergrond hoor ik haar kersverse echtgenoot praten. ‘Is dat Esmee? Zeg haar dat we op het punt staan om voor de vierhonderdste keer seks te gaan hebben en dat ze ongelegen belt!’
Vera buldert van het lachen.
‘Chicka. Je hoort het, ik moet zo weer aan de bak. What’s up? Hoe is het met je?’
Ik moet even slikken.
‘Vera… Leon is dood.’
‘Zeg maar dat je  NU op moet hangen,’ hoor ik Frederik lachend zeggen.
‘Ssst…,’sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil.
‘Esmee, ik geloof niet dat ik je helemaal goed heb verstaan. Wat zei je?’
Godver. Nu moet ik weer die woorden uitspreken. Die harde woorden die mij zoveel pijn doen en die nog zo onwerkelijk lijken.
‘Leon is dood Vera. Hij heeft een ongeluk gehad vanmorgen.’
‘Een ongeluk?’ herhaalt Vera zachtjes.
‘Ja. Met een vrachtwagen.’
‘Wat? Hoe? Dat kán helemaal niet. Weet je het zeker?’
Ik probeer mijn tranen weg te slikken, maar de stem van mijn lieve vriendin die alweer kilometers ver weg is, juist nu, zorgt ervoor dat ik mijn tranen niet tegen kan houden.
‘Ik wou dat ik beter nieuws had,’ zeg ik snikkend.
‘Ik kom naar je toe. Ik boek een ticket. Esmee, hoor je mij? Ik kom naar je toe. Ik pak de eerste de beste vlucht terug naar huis.’
‘Wat is er aan de hand?’ De stem van Frederik probeert ons gesprek te onderbreken.
‘Es… ik bel je straks terug… ik moet even… ik moet…’
‘Is goed meis. Jij moet het Frederik vertellen. Sterkte daarmee…’
‘Jezus Es. Ik bel je zo terug. Ik beloof het.’
Ik knik, terwijl de tranen over mijn wangen stromen.
‘Esmee?’
Dan realiseer ik me dat ze niet kan zien dat ik aan het knikken ben.
‘Ja. Ja. Is goed. Ik spreek je zo…’
We hangen op en ik kijk naar mijn telefoon.
Nu is het de wereld in… Vera en Frederik zullen veel mensen gaan informeren. Nu zal het hard gaan. De gedachte dat het nu ‘echt’ is zorgt ervoor dat ik kippenvel op mijn armen krijg en er gaat een huivering door mijn lichaam. Zonder na te denken zet ik mijn telefoon uit. Ik wil niet gebeld worden door al die mensen.
Vervolgens loop ik naar de meterkast en zet de bel uit.
Ik wil ook geen mensen spreken die besluiten langs te komen.
Uit het mandje op de gang pak ik mijn huissleutels en ik draai de voordeur en de tuindeuren stevig op slot. Ik sluit alle gordijnen in de woonkamer.
Zo.
Nu kan niemand me meer bereiken of zien.
Ik sta midden in de donker gemaakte woonkamer.
Afgesloten van de buitenwereld.
Volledig afgesloten.
Er gaat een ijskoude rilling over mijn rug.
En dan breek ik.
Ik zak in elkaar op de grond en voel de houten vloer onder mijn handen. Ik laat me zachtjes verder vallen en leg mijn wang op de grond, welke koud aanvoelt. Ik maak me klein, trek mijn knieën tegen mijn borst aan en huil… Wederom schiet alles van deze dag door mijn hoofd. Ergens achterin mijn hoofd hoor ik een stemmetje.
‘Nooit weer.’
En zo is het.
Nooit weer.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’
(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

VIVA's Lise gelooft in een poederroze planeet ergens hier ver, ver vandaan, waar Justin Bieber en Idris Elba samen president zijn en het altijd glitter giet. Zolang die planeet nog niet is gevonden, houdt Lise zich bezig met millennial perikelen, series, films en boeken. Seks? Seks ook. Reizen? Vooruit, dat ook. Zo'n beetje alles dus. En ze schrijft erover op VIVA.nl.