Doodse stilte #17: ‘Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed. Wat is dat?

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Ik lig voor mijn gevoel uren op de grond te huilen voordat ik langzaam overeind kom. De vloer is koud en mijn spieren zijn verkrampt. De grijze, veel te grote trui van Leon die ik eerder aan had getrokken bied me nog maar weinig warmte. Met moeite hijs ik mezelf omhoog en ik voel een zeurende pijn in mijn rechterheup en bovenarm. Als ik rechtop sta weet ik niet wat ik moet doen. Op de bank zitten? Televisiekijken? Naar bed gaan?
De avond is inmiddels gevallen en in mijn woonkamer is het donker geworden. Ik heb geen idee hoe laat het is. Het maakt me ook niets uit. Niks maakt me meer uit.
Ik sla mijn armen om me heen en er gaat een rilling door mijn hele lichaam. Misschien moet ik even onder de douche gaan. Of een warm bad nemen. Gewoon om even warm te worden.
Ik kijk om me heen. Op het aanrecht staan nog wat koffiekopjes en lege bordjes van het avondeten van de kinderen. Ik realiseer me dat ik zelf niks gegeten heb, maar ik heb ook geen trek. Ik laat de vaat voor wat het is en loop langzaam de trap op. In de badkamer klik ik de lamp aan en ik moet een paar keer met mijn ogen knipperen, omdat ze moeten wennen aan het felle licht. Met een zucht druk ik de stop in de badkuip en laat hem vollopen met water. Ik zoek in het kastje onder de wasbak naar mijn favoriete badolie en doe een flinke scheut in het vollopende bad. Als ik opsta zie ik Leon zijn spulletjes staan. Zijn tandenborstel, zijn deodorant en zijn geurtje. Mijn favoriete geurtje. Langzaam reikt mijn hand naar het flesje en alsof ik iets stiekems aan het doen ben pak ik het geurtje van het plankje af. Ik breng de dop naar mijn gezicht en snuif de geur diep in mijn neus op. Het luchtje brengt een warm gevoel in mij naar boven en ik wil blijven ruiken. Niet stoppen. Alsof ik heel even weer dicht bij mijn man ben.
Dan schud ik mijn hoofd en trek langzaam het vest van Leon uit. Ik leg hem bovenop de wasmand en trek dan de rest van mijn kleren uit. Als ik in mijn ondergoed sta vang ik een glimp van mezelf op in de spiegel. Wederom schrik ik van mijn eigen gezicht. Lijkbleek, nog steeds met zwart omrande ogen en mijn oogwit is inmiddels knalrood. Ik zucht als ik mijn ondergoed uittrek en me naar het bad omdraai. Deze is nog maar voor de helft gevuld, maar ik besluit om er alvast in te klimmen.
Langzaam laat ik me in het snikhete water zakken. De rozengeur van mijn badolie bedwelmd mijn neus en ik adem diep in. Ik leg mijn armen op de zijkant van het bad en wacht totdat het bad verder vol stroomt.
Op het stromende water na is er niks te horen. Geen Leon die eventjes komt buurten en me komt vertellen hoe mooi ik eruitzie als ik in bad lig. Geen muziek, geen telefoon, geen deurbel. Helemaal niets.
Als het bad vol genoeg is til ik mijn kin ver omhoog, zodat mijn donkerbruine haren volledig onder water komen. De plukken haar dansen vredig rondom mijn hoofd. Ik zak nog iets dieper, zodat mijn oren bedekt zijn met het warme water en met mijn voet zet ik de kraan uit. Ik hoor het water in mijn oren suizen en behalve dat hoor ik enkel mijn eigen hartslag. Ik blijf even rustig zo liggen en probeer om niet toe te geven aan het paniekerige gevoel wat ik regelmatig heb gevoeld vandaag, door heel bewust en regelmatig adem te halen. Dan laat ik me verder zakken, zodat ook mijn gezicht volledig onder water komt. Mijn ogen zijn gesloten en ik probeer te genieten van de warmte die aan alle kanten om me heen is, maar dat lukt niet. Het snikhete water helpt niet tegen de intense kou die ik vanbinnen voel.
Ik blijf mijn adem inhouden, terwijl ik onder water lig.
Wat nou als ik gewoon mijn mond open doe en me laat verslinden door het water?
Zou de overmeesterende pijn dan weg zijn?
Zou ik dit verpletterende verdriet dan niet meer voelen?
Is het dan rustig in mijn hoofd?
Voordat ik hier verder over na kan denken druk ik mijn handen tegen de bodem van het bad aan en druk mezelf in rap tempo overeind.
Doe normaal Esmee.
Serieus.
Je hebt twee kinderen boven in bed liggen.
Ik kijk of mijn shampoo in de buurt staat, maar deze ligt bij de douche.
Een zucht verlaat mijn mond.
Hoewel ik niet lang in bad heb gelegen besluit ik om eruit te klimmen en onder de douche te gaan staan. Ik laat het warme water over mijn hoofd en lichaam lopen. Hopend dat alle nare gevoelens en emoties van me afgespoeld worden.
Ik was mijn haren rijkelijk met veel te veel shampoo, spoel het uit en smeer crèmespoeling in mijn haar. Dat moet even intrekken, dus ik zeep mezelf in met de lekkerste doucheolie die er staat. Ik gebruik deze maar zelden, want hij is vrij prijzig, maar ik vind dat ik het nu wel eventjes verdiend heb. Met mijn handen zeep ik mijn hele lichaam in. Als ik mijn buik met ronddraaiende beweging van een laagje doucheolie voorzie gaat er een rilling door me heen.
Mijn kleine mannetje.
Weg.
En die Fenna. Esmeralda. Hoe ze dan ook mag heten. Zij… Is er gewoon vandoor gegaan.
Ga ik haar nog vinden?
‘Ik kan het uitleggen.’ Haar woorden galmen na in mijn hoofd
Dan schud ik mijn hoofd. Ik wil hier nu niet aan denken. Ik heb genoeg andere dingen aan mijn hoofd.
Ik spoel de crèmespoeling uit mijn haren en spoel mijn lichaam af. Dan doe ik de douche uit en pak de grootste, meest zachte handdoek die ik kan vinden en sla deze helemaal om me heen. De rillingen gaan nog steeds door mijn lichaam.
Ik droog me af en loop naar de slaapkamer. Ik probeer de trouwfoto boven ons bed met mijn ogen te vermijden en zoek in mijn ondergoedlade naar een fijn zittend boxershort. Dan hijs ik mezelf in een T-shirt van Leon wat ik uit de kast haal en ik kruip onder de lakens. Normaal gesproken zou ik nog uitgebreid mijn haar uitborstelen en het vervolgens strak trekken in een staart om er zoveel mogelijk krullen uit te halen, maar nu heb ik er letterlijk de kracht niet voor.
Ik laat mijn hoofd in mijn kussen zakken en zie morgen wel wat er van mijn kapsel over is. Ik trek de deken tot aan mijn kin omhoog en staar naar het plafond.
Daar lig ik dan.
Alleen.
Zonder hem.
Met mijn hand ga ik zachtjes over zijn kussen, terwijl ik wederom tegen de tranen vecht.
Het gemis doet weer fysiek pijn en ik haal diep adem.
Kon ik hem nog maar eventjes aanraken.
Eventjes zien.
Eventjes voelen.
Eventjes ruiken.
Oh.
Wacht eens.
Ik trek de deken van me af en loop zo snel als ik kan naar de badkamer terug. De benauwde damp slaat me meteen op mijn longen en ik zet snel een raampje open. Dan pak ik het flesje met Leons eau de toilette en houd het dicht tegen me aan. Snel loop ik terug naar bed en ik spuit voorzichtig twee spuitjes op zijn kussen. Dan zet ik het flesje op zijn nachtkastje en begraaf mijn gezicht in zijn kussen. De intense geur boort zich diep in mijn neus en ik blijf maar inademen, terwijl ik mijn ogen angstvallig gesloten houd. Ik wil deze geur alleen maar ruiken, verder wil ik niks anders meer. De tranen blijven over mijn wangen lopen.
Dan val ik uiteindelijk in een lichte, onrustige slaap.

Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed.
Wat is dat?
Een inbreker?
Ik knipper een paar keer met mijn ogen.
Dan hoor ik het weer.
Met gespitste oren blijf ik luisteren, terwijl mijn linkerhand naar de andere kant van het bed afdwaalt.
‘Leon. Wakker worden!’
Als ik na even zoeken merk dat er niemand naast me ligt dringt de realiteit met een knal door in mijn hoofd. Het dekbed naast me lijkt ineens ijskoud te zijn en snel trek ik mijn hand eraf.
Hij ligt niet naast me.
Godver.
Ik voel de inmiddels veel te bekende brok in mijn keel terugkomen en ik probeer hem weg te slikken. Mijn ogen vinden de rode cijfers van de wekker en ik zie dat het halfdrie ’s nachts is.
Dan hoor ik weer gestommel. Het lijkt van beneden te komen.
Staat er iemand voor de deur?
Ik sla de deken van me af en terwijl ik huiverig inadem kruip ik uit bed. Op mijn tenen loop ik naar de gordijnen en schuif deze iets opzij, zodat ik naar buiten kan kijken.
De straat is donker en verlaten. Bij enkele woningen brandt een lamp bij de voordeur, maar er is geen beweging te zien.
Ik schiet mijn ochtendjas aan en open zachtjes de slaapkamerdeur. Het trapgat is iets verlicht. Een teken dat er beneden een lamp aan is.
Dat kan niet.
De angst begint nu echt op te spelen en ik tril iets. Wat moet ik doen?
Er is iemand in mijn huis.
Waar is mijn telefoon?
Fuck.
Die is nog beneden.
Schichtig kijk ik om me heen, mijn ogen zijn gelukkig aan het donker gewend. Ik zie een bus haarlak op het dressoir staan. Het is beter dan niets.
Ik strek mijn arm uit en pak de bus stevig vast.
Dan ga ik muisstil de trap af.
Ik denk aan mijn kinderen die boven liggen te slapen en probeer enigszins na te denken. Mijn versnelde ademhaling en verhoogde hartslag maken het me niet makkelijk. Ik voel mijn hart in mijn keel bonzen en haal diep adem.
Ik moet.
Zo voorzichtig als ik kan loop ik langzaam de trap af, angstvallig de stukjes vermijdend waarvan ik weet dat ze kraken.
Het lijkt wel tien minuten te duren voordat ik onderaan de trap ben. Onderweg hoor ik nog drie keer gestommel en het licht wordt langzaam helderder.
Als ik in de overloop sta neemt mijn moed het over van de angst. Ik bedenk me dat ik heel zachtjes de deur open ga doen. Ik sta dan vrijwel onmiddellijk in de keuken en kan dan in één stap bij het messenblok zijn als dat nodig is.
Ik leg een trillende vinger op de bovenkant van de haarlak en leg mijn linkerhand op de deurklink. Zo voorzichtig en zachtjes als ik kan druk ik deze naar beneden en doe een stap naar binnen. Het gestommel komt uit een hoek die ik nu nog niet kan zien.
Ik haal diep en trillend adem, zo zacht als ik kan en kijk, met de haarlak in de aanslag, voorzichtig om het hoekje.
Ik zie niemand. Fuck.
Iets in me zegt dat ik nu actie moet ondernemen, dus ik neem een grote stap richting de keuken, grijp in het messenblok naar het grootste mes wat ik in huis heb en houd deze met mijn linkerhand stevig vast. Dit maakt geluid en het gestommel stopt direct.
In één beweging draai ik me om naar de woonkamer.
‘Ik ben gewapend! Laat je zien!’
Roep ik zo hard als ik kan.
Het blijft muisstil.

Dan zie ik twee kleine voetjes, twee beentjes, een verwassen pyjama, twee grote blauwe ogen en een geschrokken gezichtje.
Jasper.
De opluchting is in mijn hele lijf te voelen en ik haal met een zucht adem.
‘Och Jasper!’
Snel leg ik het mes en de haarlak op het aanrecht als Jasper me aan blijft kijken.
‘Wat doe jij mama?’
‘Niks lieverd. Niks.’
Ik loop naar hem toe en geef hem een warme knuffel.
‘Het is midden in de nacht lieverd. Wat ben je aan het doen?’
Ik zie dat hij de lamp boven de eettafel aan heeft gedaan en dat er allemaal gekleurde blaadjes en viltstiften op liggen. Het is één grote chaos.
‘Mama, als ik ga slapen. Dan kom ik ook niet meer terug.’
Verbaasd kijk ik mijn mannetje aan.
‘Wat bedoel je lieverd?’
‘Oma Joke zei dat papa slaapt. Dat hij nooit meer wakker wordt. Als ik ga slapen kom ik misschien ook wel nooit meer terug.’
Mijn hart breekt in duizend stukjes uit elkaar als ik de angst op zijn gezichtje zie.
‘Och schat toch, kom eens hier.’
Ik neem mijn kleine mannetje bij de hand en ga met hem op de bank zitten. Ik moet nu even heel duidelijk zijn.
‘Papa slaapt niet. Papa leeft niet meer. Dat is wat anders. Oma heeft het niet goed uitgelegd.’
‘Oma zei dat papa slaapt en nooit meer wakker wordt. En ook dat hij tussen de sterren is. Dus ik maak een vlieger voor papa. Dan kan ik een tekening naar hem sturen.’
Hij wijst naar de eettafel en ik zie inderdaad dat hij een paar blaadjes om heeft proberen te vouwen tot de vorm van een vlieger.
Dit ontzettend lieve gebaar geeft me kippenvel over mijn hele lichaam en ik wil hem alleen maar vasthouden op dit moment.
Ik trek hem op mijn schoot en geef hem een warme knuffel. Hij begraaft zijn neusje in mijn hals en we blijven eventjes zo zitten.
‘Jasper. Papa slaapt niet. Papa is overleden. Jij kan rustig gaan slapen. Er gebeurt niks.’
‘Mag ik dan bij jou mama?’
Ik knik, terwijl ik vecht tegen mijn tranen.
‘Zeker mag jij bij mij.’
Ik sta op, terwijl ik hem vast blijf houden.
Al knuffelend loop ik met hem in mijn armen de trap op. Hij wordt groot en voelt zwaar aan, maar het maakt me niets uit. Ik leg hem in het midden van het bed en trek snel mijn badjas uit.
Dan kruip ik tegen hem aan. Zijn vingertjes grijpen het shirt vast wat ik draag, het shirt van zijn vader. Ik pak Leon zijn kussen en leg deze voorzichtig onder Jasper zijn hoofd. Ik zie zijn ogen vrijwel direct langzaam dichtvallen. Hij moet gesloopt zijn.
‘Het ruikt hier naar papa,’ fluistert hij nog, terwijl hij langzaam in een diepe, diepe slaap valt.
Met mijn zoon in mijn armen verdwijnt de adrenaline van eerder langzaam uit mijn lichaam en de tranen beginnen alweer te stromen.
Ik hoor dat Jasper zijn ademhaling regelmatiger wordt. Voor mij een duidelijk teken dat hij nu echt van de wereld is en ik huil mezelf, zonder geluid te maken, in slaap…

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’
(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’
(16) Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

VIVA's Lise gelooft in een poederroze planeet ergens hier ver, ver vandaan, waar Justin Bieber en Idris Elba samen president zijn en het altijd glitter giet. Zolang die planeet nog niet is gevonden, houdt Lise zich bezig met millennial perikelen, series, films en boeken. Seks? Seks ook. Reizen? Vooruit, dat ook. Zo'n beetje alles dus. En ze schrijft erover op VIVA.nl.