Doodse stilte #18: ‘Hij leeft pap. Hij heeft me gebeld!’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

De volgende ochtend word ik wakker van het gebrul van mijn dochter. Die wordt elke ochtend wakker, omdat er een plaatselijke aardbeving onder haar bed plaats vindt en er een tornado door haar kamer raast. Althans, zo klinkt ze.
Ik wrijf in mijn ogen en probeer ze aan het donker te laten wennen. Mijn ogen gaan naar de wekker en ik zie dat het halfzes is.
Serieus?
Ik zucht eens diep en kijk naar Jasper, die verstrengeld in het dekbed naast me ligt. Zijn ademhaling is nog zwaar en regelmatig en zijn mond hangt een klein beetje open.
Ik realiseer me dat ik snel naar Eva moet gaan, voordat ze ook haar grote broer nog wakker schreeuwt.
Ik trek het dekbed van me af en ben me meteen bewust van een zeer aanwezige hoofdpijn.
Zo snel als mijn slaperige benen mij kunnen dragen loop ik naar haar slaapkamer. Ik vind het altijd een prestatie dat ze aankomende voetstappen door haar eigen gekrijs heen hoort, want ze wordt altijd direct stil als er iemand aankomt.
‘Eva isse wakku!’ Roept ze vrolijk als ik haar kamertje binnen loop. Ze staat rechtop in haar ledikantje en zwaait vriendelijk naar me, alsof ze een koningin in een gouden koets is. Ze heeft een glimlach van oor tot oor en strekt dan haar kleine armpjes naar me uit. Als ik haar optil geeft ze me een lange, warme knuffel en eventjes blijven we zo staan, zoals we elke ochtend doen.
Ik kus haar krulletjes.
‘Goedemorgen lieve Eva,’ zeg ik zachtjes.
Ik til haar zachtjes van de trap af naar beneden en onderaan de trap zet ik haar op de grond. Ze loopt linea recta naar de koelkast.
‘Eva melk?’ Vraagt ze, terwijl ze me aankijkt.
Een lange gaap ontsnapt uit mijn mond en ik knik.
‘Ja, mama gaat melk voor jou maken.’
Op de automatische piloot pak ik een beker melk en ik smeer een boterham met appelstroop. Dan zet ik de tv aan en zet haar bord en beker op de salontafel.
Halfzes.
Mijn god.
Ik zie mijn telefoon liggen en loop er naartoe. Terwijl ik hem aan zet loop ik, met de telefoon in mijn hand naar het toilet.
Als ik klaar ben is mijn telefoon net opgestart. Ik schrik als er tientallen geluidjes uit mijn telefoon komen.

‘U heeft 27 gemiste oproepen.’
‘U heeft 181 ongelezen berichten’

Eh. Wat?

Ik loop naar het koffiezetapparaat terwijl ik kijk van wie ik de gemiste oproepen heb.
‘U heeft 12 gemiste oproepen van Vera Mensink’
Oh ja, ze zou me nog terugbellen.
‘U heeft 7 gemiste oproepen van Frederik van Aalst’
Ze heeft het waarschijnlijk ook een aantal keren met zijn telefoon geprobeerd.
U heeft 6 gemiste oproepen van Jesse van Veen
Vera heeft mijn vader waarschijnlijk gebeld dat ik niet meer opnam en vervolgens is hij me gaan bellen. 
‘U heeft 1 gemiste oproep van MOEDER.
Die kan wel even wachten.
‘U heeft 1 gemiste oproep van Roderick Mastenberg.’
Een vriend van Leon.
‘U heeft 1 gemiste oproep van Leon de Zwart’
Mijn hart begint als een malle in mijn keel te bonzen en een overdosis adrenaline schiet zo hard door mijn lichaam dat ik voor het koffiezetapparaat doodstil blijf staan en me niet durf te verroeren.
Ik wist het.
Ik wist het!
Mijn handen beginnen enorm te trillen en zonder verder na te denken bel ik hem terug.
Ik houd onbewust mijn adem in als ik de telefoon naar mijn oor breng en wacht.
‘Hai! Dit is de voicemail van Leon. Je weet wat je moet doen!’
‘GODVER!’ Schreeuw ik naar mijn telefoon.
‘Wat doe je mama?’ Hoor ik Eva vragen.
‘Niks. Ga maar eten.’ Ik snauw haar bijna toe.
Ik probeer om nog een keer te bellen, maar weer krijg ik de voicemail.
Snel schakel ik over naar mijn berichten. Wie weet heeft hij een bericht gestuurd dat hij wel een ongeluk heeft gehad, maar dat ze hem met iemand verward hebben. Hij leeft nog. Hij belt me toch niet voor niets? Hij leeft! Dat moet!
Snel scrol ik door de lijst met berichtjes. Tientallen van Vera, enkele van mijn vader, wat van vrienden, familieleden, een groepje met vriendinnen. Ik lees niks, ik kijk alleen naar de namen. Nergens staat Leon zijn naam bij.
Dit kan niet waar zijn! Hij moet me dan toch op zijn minst een bericht hebben gestuurd?
Met mijn ogen ga ik nog een keer de lijst langs, maar ik zie nergens zijn naam naar voren komen.
Ik vloek binnensmonds en besluit vervolgens om mijn vader te bellen.
Snel zoek ik zijn naam op en druk op het groene hoorntje.
De telefoon gaat twee keer over voordat hij opneemt.
‘Esmee?’ Zijn stem is slaperig, maar warm als altijd.
‘Gaat het niet goed met je? Moet ik naar je toe komen?’
‘Papa. Hij leeft.’
Het blijft even stil.
‘Wat zeg je?’
Hij leeft pap. Hij heeft me gebeld.
‘Dat meen je niet!’ Zijn stem klinkt ineens wakker en aanwezig.
‘Wat is er gebeurd?’ Op de achtergrond hoor ik geritsel en ik neem aan dat hij uit bed gaat. ‘Heb je hem gesproken?’
‘Nee. Dat niet, maar pap, hij heeft me gebeld. GEBELD!’
Ik hoor een stukje euforie in mijn stem.
‘Hij leeft pap. Ik wist het.’ Ik spreek de woorden snel uit, bijna ratelend.
‘Ik snap het niet. Hij heeft je gebeld, maar je hebt hem niet gesproken?’
‘Ik had een gemiste oproep van hem. Pap, hoor je wat ik zeg? Hij leeft!’
Het is even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Lieverd… ik weet niet of…’ Ik weet ongeveer wat hij wil zeggen en ik onderbreek hem direct: ‘Pap, hou op. Hij heeft me gebeld, dus hij leeft. Dat kan niet anders!’
Mijn ademhaling gaat razendsnel en ik voel een kleine irritatie in mijn onderbuik ontstaan.
‘Laten we nog geen conclusies trekken…’ Begint mijn vader voorzichtig.
‘Jezus! Waarom ben je zo negatief? Denk je dat die telefoon vanzelf gaat bellen?’ Snauw ik hem toe.
‘Ik weet het niet schat.’ Ik hoor dat mijn vader zijn best doet om zo rustig mogelijk te blijven. ‘Ik ga even douchen en kom dan naar je toe, goed? Dan gaan we dit uitzoeken.’
Ik haal diep adem. Waarom is hij niet blij? Ik denk dat hij gewoon even moet schakelen en zeg daarom. ‘Dat is goed. Tot zo.’
Ik hang op en draai me om naar Eva. Zij zit prinsheerlijk op de bank met haar broodje appelstroop. De appelstroop zit aan haar vingers en ze smeert ermee op de bekleding.
Het maakt me niets uit, het maakt me allemaal helemaal niets uit.
Hij leeft!
Snel zet ik het koffiezetapparaat aan, terwijl er allerlei scenario’s door mijn hoofd gaan. Ik moet het nog een keer zien en ik ga weer naar mijn gemiste oproepen.
Het staat er echt.
‘Leon de Zwart’.
Dan valt mijn oog op de datum en het tijdstip van de gemiste oproep.
Die wijkt af.
Die datum is niet van vandaag, of van gisteren.
Die datum is van vier dagen geleden.
Er gaat een schok door mijn lichaam en ik staar naar mijn telefoon alsof ik water zie branden.
Het is een oud bericht.
Jezus.
Ik begin te trillen en kijk nog een keer. En nog een keer.
Vier dagen geleden.
Ik sluit mijn ogen en adem uit.
Het is niet waar.
De teleurstelling overmand me als ik mijn ogen weer open doe en nogmaals de datum controleer.
Ik schud mijn hoofd om mijn beginnende tranen tegen te houden.
Met lood in mijn schoenen bel ik mijn vader terug.
‘Het was een oude gemiste oproep pap. Van vier dagen geleden.’
‘Och meisje toch…’
‘Ja.’ Ik voel hoe de tranen over mijn wangen lopen en ik begin te snikken.
‘Hij is er echt niet meer pap.’
‘Ik kom naar je toe.’ Hoor ik mijn vader zeggen.
‘Nee, dat hoeft niet pap. Het is halfzes. Dat kan straks wel. Probeer nog maar even te slapen. Ik red me wel.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja, zullen we rond negen uur afspreken?’
‘Dat is goed meis. Zie ik je straks. Dikke knuffel.’
‘Tot straks pap.’
Mijn vader hangt op en ik staar naar het koffiezetapparaat.
Ik doe er, bijna in slow motion, een koffiepad in en druk op het knopje. Het huis vult zich met een ratelend geluid en de geur van warme koffie dringt mijn neus binnen.
Ik neem mijn koffie mee naar de woonkamer en nestel me met mijn kopje in de hoek van bank.
Hoe kon ik zo dom zijn?
Ik hoor de tune van een tekenfilm en kijk naar Eva. Met een bruine mond zit ze volledig gebiologeerd naar de televisie te kijken.
De hoofdpijn wordt erger, maar ik heb de kracht niet om een paracetamol in te nemen. Doodstil zit ik op de bank voor me uit te staren als er een geluidje uit mijn telefoon komt.
Ik open mijn berichten weer en zie dat het mijn vader is.

‘Weet je zeker dat ik niet naar je toe moet komen?’
Ik antwoord snel.
‘Ja pap, ik weet het zeker. Ik zie je om negen uur. Xxx’
Dan screen ik snel de berichten die gisteravond en vannacht binnen zijn gekomen. Berichten van Vera of ik soms in gesprek ben en daarom niet opneem? En dan even later dat ze me graag wil spreken en dat ik haar echt even terug moet bellen, het maakt niet uit hoe laat. En nog wat van dat soort berichtjes.
Een groep met vriendinnen waarin gekletst is over allemaal onbelangrijke dingen en waar ik dan ineens van één van de dames lees: ‘Dames, ik heb Vera net gesproken. Ik ga jullie allemaal bellen. Graag opnemen.’
En dan even later: ‘Lieve Esmee, we hebben zojuist allemaal het afgrijselijke nieuws gehoord. Gaat het met je? Kunnen we wat doen?’
En Roderick, een goede vriend van Leon: ‘Lieve Esmee, gecondoleerd… ik heb je proberen te bellen. Ik wil graag met je praten. Wil je me morgen terugbellen? De mannen zijn op de hoogte. Liefs.’
Mijn tante: ‘Zojuist je vader gesproken schat. Verschrikkelijk. Zal ik morgen lasagne brengen? Dan hoef je niet te koken. Gecondoleerd Esmee. Hoe laat zal ik de lasagne komen brengen?’

Ik reageer nergens op, hoe lief het ook bedoeld is, mijn hoofd staat er niet naar. Ik leg mijn telefoon naast me neer en concentreer me op het drinken van mijn koffie. De koffie is loeiheet, dus ik nip kleine slokjes uit mijn mok.
‘Ik kan het uitleggen.’ De woorden van Fenna gaan weer door mijn hoofd.
Mijn ogen voelen dof aan en als ik mijn koffie op heb laat ik me in de kussens van de bank zakken. Ik besluit dat ik Vera wel even een berichtje terug moet sturen.
‘Sorry. In slaap gevallen. Ik bel je straks.’
Ik verwacht geen reactie, mede door het tijdverschil en leg mijn telefoon weer naast me neer.
Ik zie dat Eva inmiddels ook de salontafel aan het bewerken is met appelstroop en ik realiseer me dat ik nu toch echt in moet grijpen, maar ik heb de energie niet om haar te vertellen dat ze dit niet moet doen.
Ik loop weer naar de keuken en pak een doekje waarmee ik eerst mijn dochter en vervolgens de salontafel en bank zo goed en kwaad als het kan schoon probeer te krijgen.
Dan laat ik me in de kussens van de bank zakken en ik sluit mijn ogen. Mijn gedachten gaan alle kanten op en ik zie steeds de felblauwe ogen van Leon voor me. Zijn eeuwige kussen op mijn voorhoofd zijn bijna voelbaar en zijn brede armen zijn bijna tastbaar. Maar dat zijn ze niet.
Wat moet ik doen?
De zoveelste traan loopt over mijn wang en dan voel ik de adem van Eva in mijn gezicht. Ik open mijn ogen en kijk in haar bruine ogen.
‘Mama huilen! Mama au gedaan?’
Ik slik en veeg met de palm van mijn hand mijn traan weg.
‘Ja lieverd, mama heeft au.’
Ze komt dichterbij en geeft me een kusje op mijn wang.
‘Over mama?’ Vraagt ze vrolijk.
Ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken.
‘Isse papa wakku mama?’
Mijn adem stokt weer in mijn keel.
‘Nee. Papa is niet wakker Eva. Papa komt niet meer terug.’
‘Papa werken?’
‘Nee, papa is niet werken…’
Hoe ga ik dit uitleggen aan een tweejarige? Heeft het überhaupt wel zin om iets uit te leggen?
‘Papa is een sterretje geworden, vlakbij de maan.’
‘Oh.’
Ze kijkt me aan en zegt niets.
‘Papa douchen?’
Ik schud met mijn hoofd en trek haar bij mij op schoot.
‘Nee schat. Papa komt niet meer terug.’
‘Mama wel terug.’
‘Ja lieverd, mama komt altijd weer terug. Dat beloof ik.’
Ze lijkt voor nu even tevreden met dit antwoord en ik geef haar een warme knuffel…

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’
(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’
(16) Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’
(17) Doodse stilte #17: ‘Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed. Wat is dat?

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.