Doodse stilte #21: ‘Papa ligt hierbinnen, achter een gordijn. In een mooie, witte kist’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Ik ren naar buiten, de gang in en met een harde duw open ik de buitendeur, die direct open vliegt. Ik val bijna voorover door de vaart die ik maak. Ik buig voorover en leg mijn trillende handen op mijn knieën om flink adem te halen. Ik hijg enorm en probeer de frisse lucht zo diep mogelijk te inhaleren, in de hoop dat ik hier rustig van word. De tranen staan me in de ogen, de adrenaline raast door mijn lijf en het voelt als een opluchting dat ik weer buiten sta. Aan de andere kant voel ik me ook schuldig dat ik Leon alleen achter laat en ik weet me geen raad met mijn gevoelens. Ik geef mezelf enkele seconden de tijd en sluit mijn ogen. Mijn hartslag is gigantisch hoog en ik moet mijn best doen om mezelf rustig te houden en niet alsnog in paniek te raken. De angst, de frustratie, het verdriet, de onmacht… Het zit hoog in mijn keel en ik heb de neiging om keihard alles bij elkaar te schreeuwen. Het moet eruit.
Het is Leon.
Echt.
Het allerlaatste sprankje hoop dat hij nog in leven was is in de afgelopen minuten met grof geweld uit mijn lijf gerukt en heeft plaats gemaakt voor een intense pijn die niet te beschrijven valt.
Het besef is er.
Keihard.
Hij is dood.
Hij komt nooit meer terug.
Nooit meer. 
Dat bestaat toch niet? Ik kan toch niet alleen in de woonkamer staan als één van de kinderen jarig is? Ik kan toch niet alleen staan te zwaaien als Jasper op zijn fiets, met een grote rugtas op, naar de middelbare school fietst? Ik kan Eva toch niet weggeven als ze gaat trouwen? Dat moet haar vader toch doen? Ik kan toch niet in mijn eentje een toekomstig kleinkind voor het eerst ontmoeten en tranen huilen van blijdschap?
Helemaal alleen?
Hij komt nooit meer terug.
Echt nooit meer.
Ik voel het laatste beetje bloed uit mijn gezicht weg trekken en mijn oogleden voelen zwaar aan. Ik ben me uitermate bewust van het feit dat zelfs de huid op mijn gezicht tintelt van de mentale inspanning.
Ik laat mijn knieën los en ga rechtop staan. De felle zon verblindt mijn zicht en ik draai mijn hoofd in de schaduw.
Waar is mijn vader?
Waar zijn mijn kinderen?
Ze zijn nergens te zien.
De zon verwarmt mijn nek terwijl ik, voor mijn gevoel in slow-motion, om me heen kijk. Waar zijn ze?
Ik draai me weer om naar het grote, witte gebouw en mijn ogen gaan automatisch naar de linkerkant van het gebouw.
Daar ligt hij, mijn Leon.
De lavendelkleurige muur, het donkere, maar toch doorzichtige gordijn, de witte kist. Ze staan voor de rest van mijn leven op mijn netvlies gebrand en het lijkt of ik dwars door de witte bakstenen heen kan kijken en hem zie liggen.
Mijn mond en keel voelen droog aan, bijna pijnlijk droog. Ik weet dat er bij Leon water staat en dat er bij het koffiezetapparaat in de gang waarschijnlijk ook water te vinden is, maar ik wil niet eens het gangetje in, laat staan dat ik nog een keer die kamer in wil op dit moment.
Ik blijf dus maar gewoon staan en blijf de frisse lucht inademen.
Adem in via de neus.
Adem uit via de mond.
In via de neus.
Uit via de mond.
Als ik me maar op mijn ademhaling concentreer, dan hoef ik nu verder nergens over na te denken. Ik keer het gebouw mijn rug toe en kijk naar links en naar rechts.
Dan zie ik in de verte drie gestaltes aankomen. Een grote en twee kleinere.
Dat zijn ze.
In via de neus.
Uit via de mond.
Papa.
In via de neus.
Uit via de mond.
Help.
In via de neus.
Uit via de mond.
Ik loop ze tegemoet. Langzaam, rustig.
Stap voor stap kom ik een beetje dichterbij. Ik zie dat mijn vader Eva haar handje vastheeft en dat ze in haar andere handje een paar bloemetjes vasthoudt. Ik zie dat Jasper zijn handen in zijn jaszakken heeft en naar beneden kijkt.
Mijn vader kijkt naar Eva en ziet niet dat ik ze tegemoet kom.
Mijn tempo versnelt.
Papa.
In via de neus.
Uit via de mond. Trillend.
Dan krijgt mijn vader mij in zijn vizier. Ik zie hem snel mijn gezicht scannen en zie zijn gezicht vertrekken van pijn als onze ogen elkaar vinden.
Hij laat voorzichtig Eva’s handje los en versnelt dan ook zijn tempo.
Zonder iets te zeggen vallen we elkaar in de armen. Mijn armen om zijn nek, zijn grote armen langs mijn zij, zijn handen die mijn rug vastgrijpen en in mijn jasje knijpen om me zo dicht bij mogelijk te krijgen.
Ik hoef niks te zeggen, hij snapt me volledig en terwijl de tranen over mijn wangen stromen zie ik alleen maar het gezicht van Leon voor me. Zijn levenloze gezicht. Zijn handen die over elkaar liggen en waar zijn trouwring trots aan prijkt.
Ik zie hem weer voor me op onze trouwdag. De glimlach vol met eeuwige liefde… Ik zie zijn gezicht voor me toen Jasper net geboren was, toen hij de positieve test van de zwangerschap van Eva zag. Zijn wenkbrauw die omhoogschoot toen hij me lacherig aankeek de ochtend nadat we elkaar ontmoet hadden. Alles vliegt aan me voorbij.
En het is ook voorbij.
‘Mama au? Kluffel mama?’
Het kleine stemmetje klinkt alsof ze heel erg ver weg. Ik wil het eigenlijk niet, ik wil zo blijven staan, maar ik moet hierop reageren. Ik laat mijn vader los en zie het verdriet wat zijn gezicht tekent. De tranen die ook bij hem over de wangen stromen en de immense liefde die hij voor mij, zijn dochter, heeft en zijn ongelooflijke medeleven.
Voorzichtig, omdat ik nog natril, ga ik door mijn knieën.
‘Ja lieverd, mama heeft au.’
Ze steekt haar kleine armpjes uit en geeft me een korte knuffel.
‘Over mama?’
Ik knik.
Was het maar zo makkelijk.
‘Pap, heb je water bij je?’ Mijn stem klinkt schor en mijn keel doet pijn.
Mijn vader knikt.
‘In de auto. Ik haal het even op.’
Mijn vader loopt twijfelend bij me weg en ik wend me tot mijn zoon, die alles vanaf een afstandje heeft staan observeren.
‘Was papa binnen mama?’
‘Ja schat, papa was binnen.’
‘Mag ik ook naar papa?’
Ik slik even.
‘Ja, jij mag zo ook naar binnen.’
De gedachte dat ik daar weer naar binnen moet maakt me wederom misselijk, maar het lukt me om dit weg te slikken.
In via de neus.
Uit via de mond.
‘Nu?’
‘Mama wil even een slokje water en eventjes met opa praten. Daarna gaan we.’
Jasper kijkt naar beneden en knikt zachtjes.
‘Je wil papa graag zien hè?’
Hij kijkt me aan en ik zie wederom de tranen opkomen in zijn ogen.
‘Ja,’ fluistert hij.
Ik kan hem niet nog langer laten wachten.
Door zijn aanblik weet ik dat ik maar één ding kan doen. Er is maar één optie. Ik moet.
Mijn vader komt met een flesje water aan en dankbaar neem ik deze van hem over. Ik draai de dop open en zet de fles aan mijn mond. Het koude water verkoelt mijn mond en keel en brengt een minuscuul klein beetje verlichting in deze regelrechte hel. Ik sluit even mijn ogen en voel hoe het water de branderige stukjes in mijn mond wegspoelt.
Dan haal ik het flesje van mijn mond, draai de dop erop en steek mijn hand uit naar Jasper.
‘Kom,’ zeg ik zachtjes.
Hij weet niet hoe snel hij mijn hand moet pakken om mee te gaan.
‘Weet je dit zeker?’ Vraagt mijn vader zachtjes.
‘Ja pap. Het kan. Hij ziet er mooi uit.’
‘Oké.’ Zegt mijn vader, terwijl hij zijn hand in mijn nek legt en me zachtjes naar zich toe trekt. Hij geeft me een lieve kus op mijn voorhoofd en meteen voel ik weer een nieuwe brok in mijn keel ontstaan.
Niet de kus op mijn voorhoofd.
Niet nu.
Ik heb niet de kracht om er wat van te zeggen.
Jasper zijn helderblauwe ogen kijken me vragend aan.
‘Ja. We gaan,’ zeg ik zachtjes.
‘Eva ookke meeeee!’ roept een klein stemmetje.
Ik wil net mijn mond opentrekken om haar tegen te houden, maar Jasper is me voor.
‘Wil jij ook mee naar papa? Kom maar. Jij hoort er ook bij.’
Ik blijf van verbazing eventjes muisstil staan als ik zie dat Jasper zijn hand naar zijn zusje uitsteekt. Eva, gretig om haar vader te zien en zonder enig benul van de situatie pakt snel zijn hand.
‘Jaaaaaa. Papa toe!’
Daar staan we dan, met ons drieën in een rijtje, hand in hand.
Mijn vader, die al net zo overdonderd is als ik ben, staat er een beetje bij en kijkt me aan met een ‘ik-weet-niet-wat-ik-moet-doen’ blik.
Ik weet wat hij wil zeggen. Het verdriet in zijn ogen spreekt boekdelen. Hij wil me niet alleen laten gaan met de kinderen en hij wordt nu verscheurd door twijfel, omdat ik zo duidelijk was dat ik dit alleen wilde doen.
Mijn ademhaling versnelt iets.
Misschien is het ook wel fijn als mijn vader erbij is. Ik weet niet hoe de kinderen gaan reageren. Bovendien kijkt mijn vader zo verdrietig naar me dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om hem hier alleen achter te laten.
Met mijn vrije hand pak ik daarom zijn hand vast.
‘We gaan met ons vieren,’ zeg ik, terwijl ik hem aankijk.
Ik zie de opluchting over zijn gezicht gaan en tegelijkertijd ook het besef dat hij zo meteen zijn schoonzoon gaat zien.
We staan met ons vieren in een rijtje en Jasper is de eerste die een stap naar voren zet. Al snel volgt Eva en dan ook mijn vader. Als laatste volg ik… Langzaam, stap voor stap, lopen we richting de deur.
In via de neus.
Uit via de mond.
Blijf rustig voor je kinderen Esmee.
Je kan dit.
Blijf ademen.
Bij de buitendeur aangekomen zie ik dat ik hier al een sleutel nodig heb. Ik laat mijn vaders hand los en pak de sleutel, die ik blijkbaar onbewust in mijn broekzak heb gefrutseld.
Ja. Hij past ook op deze deur.
We komen in het kleine gangetje en ik hurk voor mijn kinderen.
‘Papa ligt hierbinnen, achter een gordijn. In een mooie, witte kist.’
Ik zie Jaspers wenkbrauw omhoog gaan.
‘In een speelgoedkist?’
Ondanks alles kan ik een voorzichtige glimlach niet onderdrukken.
‘Nee schat. In een…’ Kan ik doodskist zeggen? Het is een heel normaal woord. Maar het klinkt zo luguber.
‘In een speciale kist,’ vervolg ik daarom mijn zin.
‘Eva ook speelgoed?’ Mijn dochter drukt haar vrolijke gezicht tussen mij en Jasper in.
‘Eva ook?’
Och. Wat moet ik hier nou mee.
‘We gaan niet met speelgoed spelen. We gaan naar papa Eva. En papa is overleden. Die kan niet meer bewegen.’
Ik zie dat Jasper zijn gezicht ineens weer bloedserieus wordt.
‘Ja Eva, papa is kapot. Zijn hart is kapot,’ zegt hij lief.
‘Precies,’ ik knik en kijk naar de reactie van mijn dochter.
‘Oh.’
Ja. Oh.
‘Gaan we nou mama?’
‘Ja schat, nu gaan we echt.’
In via de neus.
Uit via de mond…

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’
(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’
(16) Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’
(17) Doodse stilte #17: ‘Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed. Wat is dat?
(18) Doodse stilte #18: ‘Hij leeft pap. Hij heeft me gebeld!’
(19) Doodse stilte #19: ‘Wil ik dat al? Wil ik Leon vandaag zien? Wil ik hem überhaupt zien?’
(20) Doodse stilte #20: Doodse stilte #20: ‘Ik dwing mezelf om naar rechts te kijken. Daar ligt hij. Het is hem echt’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

VIVA's Lise gelooft in een poederroze planeet ergens hier ver, ver vandaan, waar Justin Bieber en Idris Elba samen president zijn en het altijd glitter giet. Zolang die planeet nog niet is gevonden, houdt Lise zich bezig met millennial perikelen, series, films en boeken. Seks? Seks ook. Reizen? Vooruit, dat ook. Zo'n beetje alles dus. En ze schrijft erover op VIVA.nl.