Doodse stilte #25: ‘Nou moet je verdomme eens even heel goed naar me luisteren!’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Zij is zijn moeder en zij bepaalt hoe hij deze wereld zal verlaten?
Ik ben verbaasd, verdrietig, teleurgesteld, boos en onzeker. De ene emotie volgt de andere rap op en dan lijken ze samen te smelten in een grote cocktail van woede.
Hoe durft ze?
Ik knap uit elkaar. Ik kan me niet bedwingen. Ergens op de achtergrond hoor ik mijn vader een zin beginnen. ‘Nou… Joke…’ Maar ik onderbreek hem.
Ik sta met een snelle beweging op.
‘Nou moet je verdomme eens even heel goed naar me luisteren!’ Mijn stemverheffing van zojuist is overgegaan tot schreeuwen.
‘Het maakt me helemaal niet uit wie hem op de wereld heeft gezet. Leon heeft voor míj gekozen, hoor je dat? Voor mij! Ik ken hem beter dan wie dan ook, stukken beter dan jij. Ik. Wil. Geen. Begrafenis.’
Het is muisstil. Je kunt een speld horen vallen en Joke kijkt me met ingehouden adem aan.
‘Dit gaat de verkeerde kant op,’ onderbreekt Gabriëlla ons rustig. ‘Esmee, ga even zitten alsjeblieft.’
Ik kijk mijn schoonmoeder niet aan. Ik voel haar hooghartige en verwijtende blik in mijn richting, maar ik negeer haar. Ik volg de instructies van Gabriëlla op en sla mijn armen om me heen, terwijl de tranen in mijn ogen prikken, en ga weer zitten.
Of ik wil zien hoe hij in een oven gedrukt wordt… De gedachte alleen al maakt dat ik de paniek vlakbij mijn maag voel opborrelen, maar ik wil al helemaal niet zien hoe zijn kist uiteindelijk in de grond zakt. Die gedachte zorgt ervoor dat de inwendige paniek nog heftiger wordt en ik haal een aantal keer diep adem in een poging om mezelf rustig te krijgen.
‘Moeten we dit nu beslissen?’ vraagt Henk aan Gabriëlla.
Ze haalt haar schouders op.
‘Helaas wel. Ik moet gaan reserveren.’
Reserveren? Serieus? Alsof je even een tafeltje gaat reserveren in een restaurant? Verbaasd kijk ik haar aan.
‘Ik moet vanmiddag bellen met het uitvaartcentrum om een aula te reserveren en om door te geven of het een begrafenis of crematie wordt. We weten dan ook welke dag en tijd het zal worden. Ik kan wel voorkeuren doorgeven, maar het ligt natuurlijk ook aan de drukte en aan de beschikbaarheid van de zalen.
Oh.
Ik ben een beetje overdonderd door deze informatie.
Oké.
Ze wendt zich tot mij.
‘Esmee, ik heb inmiddels uitgezocht of én waar Leon verzekerd is. Hij is goed verzekerd. Je hoeft je om de kosten niet druk te maken.’
Kosten? Daar heb ik nog niet eens over nagedacht.
‘Maar jullie moeten wel een beslissing maken.’
Het blijft angstvallig stil aan tafel en de sfeer is grillig.
‘Wat had Leon zelf gewild, denken jullie?’
Ik zie dat Henk een beetje begint te bewegen op zijn stoel.
‘Crematie,’ zegt hij zachtjes.
Joke kijkt hem verbaasd aan.
‘Hoe weet je dat?’ vraagt ze, terwijl ze hem met open mond aangaapt.
‘Omdat ik het er met hem over gehad heb,’ zegt Henk. ‘Kort nadat ome Frits is overleden.’
Op de een of andere vreemde manier voel ik een golf van opluchting door me heen gaan. Er is iemand die weet wat hij wil. Die het met hem besproken heeft.
Ik zie dat Joke even verscheurd wordt door twijfel. Dan zucht ze diep en vervolgens kijkt ze Gabriëlla aan.
‘Een crematie.’
Ik haal diep adem en voel de woede en paniek iets van me afzakken, maar het zakt nog niet helemaal af.
‘Het is nu zaterdag. Meestal vindt een crematie ongeveer vijf dagen na het overlijden plaats. Dinsdag of woensdag dus. Hebben jullie een voorkeur voor een dagdeel?’
Eh.
‘Nee hoor,’ zeg ik zachtjes.
De anderen schudden ook hun hoofd. Gelukkig, hier zijn we het over eens.
‘Goed, als jullie me even willen excuseren. Ik ga even bellen.’ Gabriëlla schuift haar stoel naar achteren en loopt met haar telefoon in haar hand door de tuindeuren de achtertuin in.
Het is stil aan tafel. Niemand weet iets te zeggen en ik voel de spanning oplopen. Ik kijk Joke aan en zie dat ze een traan van haar wang veegt. Meteen word ik overvallen door een intens gevoel van medelijden. Deze vrouw heeft net haar zoon verloren, nadat ze enkele jaren geleden ook al haar dochter is verloren. Ik voel dat ik een brok in mijn keel krijg. Moest ik zo gemeen zijn?
Misschien hebben we allebei niet goed gereageerd… Het had ook anders gekund.
Ik sta op, loop naar haar toe en hurk neer naast haar stoel.
‘Sorry, Joke, ik had niet zo boos moeten worden,’ zeg ik, terwijl ik probeer oogcontact met haar te zoeken.
Haar ogen vinden de mijne en ik zie dat ze rood zijn en vol tranen staan.
‘Ik ook niet. We hebben het allemaal moeilijk en reageren allemaal vanuit emotie.’
‘Ja,’ zeg ik.
Ik kom iets omhoog en geef haar een warme knuffel.
Mijn vader en Henk kijken toe. Ze zeggen allebei niks.
‘Een crematie is ook prima. Als dat is wat Leon had gewild, dan is dat oké.’
Ik knik.
‘Wil iemand nog wat koffie?’ vraagt mijn vader ongemakkelijk.
Ik kijk de tafel rond en zie nog steeds vijf kopjes staan, die allemaal nog bijna vol zijn. Zijn vraag slaat werkelijk helemaal nergens op en als ik zijn gezicht zie, moet ik glimlachen. Hij heeft een ‘ja-ik-weet-ook-niet-waarom-ik-het-vroeg-hoofd’.
Ondanks de situatie begin ik voorzichtig te lachen. Als mijn vader dat ziet, begint hij ook te lachen en al snel volgen Joke en Henk ook. Het voorzichtige gelach gaat over in een hardere lach en voordat ik het weet, liggen we met ons vieren helemaal in een deuk. We gieren het uit. Het voelt als een ontzettende opluchting en als ik me realiseer dat het eigenlijk helemaal niet zo grappig was, moet ik nog harder lachen.
We bedaren alle vier pas na een minuut of twee en kijken elkaar aan. Dit was even nodig om het ijs te breken. Even alle spanning eruit, maar op een positieve manier. Heel gek, maar het voelt op de een of andere manier erg intiem dat we om zoiets stoms met elkaar kunnen lachen.
Ik kom overeind en ga weer naar mijn stoel als Gabriëlla weer binnen komt.
‘Oké. Dinsdag om drie uur ’s middags is de dienst en dan daarna is de crematie,’ geeft ze aan. ‘Is dat oké?’
We knikken allemaal, terwijl ik langzaam word overvallen door een schuldgevoel richting Leon. Terwijl Gabriëlla aan het bellen was, wanneer hij gecremeerd wordt, zaten wij binnen te lachen. Te lachen!
Ik maak me klein, terwijl het schuldgevoel groeit en ik hoor dat Gabriëlla praat over dinsdag.
Een dienst. Hoelang? En dan daarna? Koffie met cake? Van die plakkerige cake? En condoleren? Ervoor? Erna? De avond ervoor? Of helemaal niet? Ik knik her en der, maar krijg het eigenlijk niet mee. Bij de gedachte dat Jasper en Eva een paar honderd mensen handjes moeten schudden, lopen de rillingen me over de rug. Ik moet er zelf al niet aan denken, laat staan dat ik de kinderen dat aan wil doen. Misschien moet ik iemand meenemen die als oppas kan fungeren op dat soort momenten? Of die in ieder geval Eva mee kan nemen als ze tijdens de dienst haar sirene aanzet? Ja, dat is misschien wel een idee. Maar wie dan?
‘Esmee?’
Mijn gedachten worden onderbroken door de stem van mijn vader.
‘Wil jij wat zeggen bij de dienst?’
Oh.
‘Wat zeggen?’
‘Ja? Wil je misschien iets over Leon vertellen of een gedichtje voorlezen of iets anders?’
Eh…
Oh.
‘Dat hoef je nu niet te beslissen, dat kan later nog,’ geeft Gabriëlla aan.
‘Wat wel even moet is de basis van de rouwkaart uitkiezen. Ik kan dan enveloppen afleveren en postzegels.’
De basis?
Ze haalt een map tevoorschijn, legt hem open op tafel en begint erin te bladeren. Ik zie allemaal verschillende kaarten. Wit, met een zwart randje. Kaarten met kruizen, met bloemen, met landschappen op de achtergrond. Joke buigt voorover en kijkt kritisch mee.
Ik weet het niet. Ik vind het ook niet zo belangrijk om eerlijk te zijn.
Mijn gedachten dwalen weer af naar die ochtend. Ik zie het gezicht van Jasper voor me. De angst die in zijn ogen zichtbaar was. Eva, die met haar vingertje in Leons arm wilde prikken.
Dan zie ik dat Joke er een kaart uithaalt. Een witte kaart, maar omdat ze de kaart voor haar gezicht houdt, zie ik de voorkant niet. Als ze de kaart iets naar beneden haalt, zie ik de tranen in haar ogen.
Nu word ik toch benieuwd.
Ze draait de kaart naar me om.
Ik zie een witte voorkant, spierwit van mat papier. Rechts onderin staat een afbeelding van een donkergrijs klavertje vier. Geen poespas, geen randjes, geen andere dingen. Alleen een klavertje vier.

~~

‘Oma, wil jij met mij naar de speeltuin?’
Jasper houdt Jokes hand vast.
‘Ja, ik ga wel even met je mee. Loop je ook even mee, Leon?’
Leon kijkt op van zijn laptop. Hij ziet er beter uit, rustiger.
De afgelopen weken zijn heftig geweest. Heel heftig. Leon heeft op advies van zijn moeder hulp gezocht en gekregen. Ik merk nu dat het een stuk beter met hem gaat… en daardoor automatisch ook met ons.
Ik zie hem twijfelen, terwijl ik denk: ‘Ga mee, naar buiten! Ga met je zoon ravotten!’
Leon zoekt oogcontact met mij en ik maak met mijn hoofd een knikje naar rechts.
‘Toe!’ fluister ik hem toe. ‘Ik blijf hier bij Eva.’
Leon staat op en pakt de vrije hand van onze zoon.
‘Ik ga mee, jongen.’
Jaspers ogen stralen.
‘Mama, ik ga met oma én papa naar de speeltuin. Wat een mooie verrassing hè?’
Ik glimlach om zijn mooie woorden. Wat een schatje is het toch.
‘Ga maar lekker, jongen. Veel plezier!’
Met z’n drieën lopen ze de deur uit, terwijl ik even op de bank plof. Eva slaapt en die hoef ik de eerste tijd nog niet te verwachten. Ik heb eventjes rust. Eventjes ruimte.

Na een half uurtje hoor ik de deur opengaan. Ik hoor de voetstappen van Jasper in de gang, hij rent.
‘Mama!’ roept hij enthousiast als hij in de deuropening staat van de deur die naar de woonkamer leidt. Zijn ogen stralen en hij heeft een grote glimlach op zijn gezicht.
‘KIJK!’ Jasper komt op me afgerend en opent langzaam de vuist die hij van zijn linkerhand gemaakt had.
‘Kijk nou!’
En dan zie ik het. Een klavertje vier.
‘Wauw Jasper! Heb je die gevonden?’
‘Ja, mama. Ik! Ik heb hem gevonden!’ roept hij enthousiast.
‘En weet je? Papa zegt dat een klavertje vier geluk brengt!’
Ik glimlach om zijn enthousiasme.
‘Dat is zeker waar, dan zou ik hem maar goed bewaren, vriend!’ lach ik hem toe.
‘En wat zei ik nog meer?’ Hoor ik Leons stem. Ik heb niet eens gemerkt dat hij erbij is komen staan. Ik zie dat Joke er ook bij is komen staan. Ze glimlacht.
‘Papa zegt dat het geluk brengt bij een nieuwe start, mama.’
Ik kijk op en zie de voorzichtige glimlach op Leons gezicht.
Dan sta ik op, loop ik naar Leon en kus hem op zijn mond. Een lange kus, zoals we die elkaar al lang niet gegeven hadden.
‘Een nieuwe start?’ vraag ik zachtjes.
‘Een nieuwe start.’

~~

Joke geeft me de kaart en ik houd hem even vast. Ik laat mijn vingers over het grijze klavertje vier gaan en kijk dan mijn schoonmoeder aan. Haar tranen zeggen genoeg, mijn gevoelens ook.
‘Perfect.’

Over Doodse Stilte

Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse Stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

Mocht je benieuwd zijn naar de eerste hoofdstukken van Doodse Stilte, dan raden we je aan om het boek te bestellen.
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’
(12) Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’
(13) Doodse stilte #13: ‘Ik word half wakker en ben gedesoriënteerd. Waar ben ik?’
(14) Doodse stilte #14: ‘Dit is het moment waar ik bijna een jaar op heb gewacht. Het moment dat ik de moordenaar van mijn kind in de ogen kan kijken’
(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’
(16) Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’
(17) Doodse stilte #17: ‘Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed. Wat is dat?
(18) Doodse stilte #18: ‘Hij leeft pap. Hij heeft me gebeld!’
(19) Doodse stilte #19: ‘Wil ik dat al? Wil ik Leon vandaag zien? Wil ik hem überhaupt zien?’
(20) Doodse stilte #20: Doodse stilte #20: ‘Ik dwing mezelf om naar rechts te kijken. Daar ligt hij. Het is hem echt’
(21) Doodse stilte #21: ‘Papa ligt hierbinnen, achter een gordijn. In een mooie, witte kist’
(22) Doodse stilte #22: ‘Ik ben eventjes stil. Overdonderd. Ik had veel verwacht, maar dit?’
(23) Doodse stilte #23: Ik heb nog nooit iemand geslagen. Maar… als ze nu niet heel snel weg loopt, dan krijgt ze mijn vuist regelrecht in dat ‘mooie’ gezichtje van haar’
(24) Doodse stilte #24: ‘Vol verbazing kijk ik haar aan. Hoe durft ze?’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.