Doodse stilte #26: ‘‘Wat ik hier doe? Wat denk je zelf!’ antwoordt ze’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Het is koud. De warme avondzon is verdwenen en de wind voelt onaangenaam op mijn huid. Ik sta in de tuin, met in mijn ene hand een glas rode wijn en met mijn andere hand friemel ik aan de grote, grijze, verwassen trui van Leon, die ik weer aangetrokken heb.
Ik kijk omhoog en zie dat het helder is. Honderden sterren stralen me tegemoet. Een indrukwekkend gezicht.
Ik haal diep adem. Vanmiddag hebben we diverse zaken besproken met Gabriëlla en vervolgens heb ik Joke en Henk de sleutel gegeven van de familiekamer waar Leon ligt. Zij hebben hun zoon bezocht en kwamen daarna verslagen de sleutel naar mij terugbrengen.
Ik was zo moe, zo ontzettend moe, dat ik ze niet gevraagd heb hoe ze het ervaren hebben. Henk heeft voor ons allen chinees gehaald en ik denk dat ik misschien twee happen door mijn keel kon krijgen. De zware steen in mijn maag maakt dat ik geen trek heb. Ik krijg amper een hap door mijn keel en word al misselijk bij de gedachte dat ik meerdere happen moet eten.
Vervolgens heeft Joke de kinderen naar bed gebracht, terwijl ik mijn werk en een aantal kennissen heb gebeld om ze op de hoogte te brengen van Leons overlijden.
Daarna ben ik bijna levenloos op de bank gezakt. 
Zo moe…
Nu zijn ze weg. Mijn vader vroeg wederom of hij moest blijven, maar ik heb echt behoefte aan rust en ruimte voor mezelf.

De koele wind buiten maakt dat ik snel weer naar binnen loop en op de bank ga zitten. Ik kijk om me heen.
En nu?
Ik voel me een soort van nutteloos. Emotieloos. Alsof ik mijn leven vanaf een afstandje aan het bekijken ben en er verder niks mee te maken heb.
Uit automatisme pak ik mijn telefoon en ik zie dat Vera mijn berichtje van vanmiddag nog niet gelezen heeft. Ik scrol naar beneden, langs tientallen condoleances waar ik niet op gereageerd heb en zie Leons naam staan. Ik open het gesprek en scrol naar boven.

 

Dinsdag

6.50u Leon: Goedemorgen! Ik wilde je even laten weten dat Jasper al beneden op de bank zit. Ik heb hem een boterham en een beker melk gegeven. Hij was wat vroeg vanmorgen. Ik ben al onderweg. Tot vanavond! Xxx

7.02u Esmee: Oké! Fijne dag. Xxx

14.45u Leon: Moet je nog langs de supermarkt?

14.58u Esmee: Ja, maar ik neem geen snoepjes mee :p

15.00u Leon: Trut :p

15.01u Esmee: Wat krijg ik ervoor terug, als ik ze meeneem?

15.02u Leon: Oh, nu wordt het interessant… Een massage?

15.03u Esmee: Je moet echt met iets beters komen… Hoeveel zijn snoepjes je waard?

15.04u Leon: Iemand solliciteert naar een leuke avond… 😉

15.05u Esmee: Je moet wel iets specifieker zijn, anders geen snoepjes. En rap wat, want ik ga zo weg :p

15.18u Leon: Ben je al weg? Sorry, ik kreeg telefoon.

15.19u Esmee: Ja. Ik sta in de supermarkt… Ik kan nog steeds snoepjes meenemen. Maar hoeft niet… Ik kan ze ook laten liggen…

15.20u: Leon: Ik snoepjes, Jij een reep chocolade. Melkchocolade met karamel van het tankstation?

15.21u Esmee: Lé, ik sta in de supermarkt… die reep chocolade ligt allang in mijn karretje.

15.22u Leon: Oh. Vanavond baby maken? 😉

15.23u Esmee: Hahahaha… Ik moet ongesteld worden… heeft niet veel zin nu 🙂 

15.24u Leon: Worden… Dus het kan nog wel?

15.25u Esmee: Ja… nu nog, maar vanavond denk ik niet meer.

15.26u Leon: Shit. Twee repen chocolade dan?

15.28u Esmee: De aankomende weken kijk jij de grand prix op je tablet, in plaats van op de televisie.

15:29u Leon: Ja hoor eens! Zo werkt dat niet!

15:30u Esmee: Ik ben al bijna bij de kassa…

15.30u Leon: Deal. Maar dan wil ik twee zakken!

15.31u Esmee: Deal 😉

15.42u Leon: Moet ik me trouwens zorgen maken dat je liever wilt dat ik op de tablet ga dan dat je een massage krijgt? 😉

15.32u Esmee: Ga eens aan het werk.

15.33u Leon: Hahahaha. Tot vanavond. Hou van jou. En van snoepjes. Xxx

15.33u Esmee: Idioot. Xxx

De tranen branden in mijn ogen.
Ik heb niet gezegd dat ik ook van hem houd.
Ik herinner me dat ik die avond, nadat ik mijn chocolade opgegeten had en Leon zijn snoepjes, nog een uitgebreide massage heb gehad.
Ik heb niet gezegd dat ik ook van hem houd.

 

Woensdag

17.10u Leon: Ik ben wat later. Kan jij Eva ophalen?

17.15u Esmee: Ja is goed. Ik heb een nieuwe collega!

17.16u Leon: De hufter. Moet ik hem slaan? 😉

17.16u Esmee: ZE heet Danique 😉

17.17u Leon: Gelukkig :p Ik zie je straks, ik ga rijden.

17.17u Esmee: xxx

Donderdag

8.15u Esmee: Waar zijn die oude sneakers van Jasper?

8.15u Leon: Die witte?

8.16u Esmee: Ja?

8.16u Leon: In de prullenbak.

8.17u Esmee: Waarom dat dan?

8.17u Leon: Omdat ze kapot waren, zei je…

8.17u Esmee: Ah. En jij dacht: dan moet hij maar op blote voeten naar school?

8.18u Leon: Had je nog geen nieuwe?

8.18u Esmee: Nee…

8.19u Leon: Gevalletje ‘oeps’?

9.15u Leon: Heb je het opgelost?

9.17u Esmee: Ja, heb nu vergadering.

9.17u Leon: Hoe heb je het opgelost?

10.45u Esmee: Ik heb juf gezegd dat hij zijn gymschoenen maar aan moest vandaag.

10.46u Leon: Hahahaha, wat zei juf?

10.47u Esmee: Dat je een idioot was :p

10.48u Leon: Is juf familie van jou?

10.49u Esmee: Je zou het bijna denken. Ik moet verder. Tot vanavond! Xxx

10.50u Leon: Hou van jou. Xxx

10.50u Esmee: xxx

Ik heb het niet teruggezegd.
Alweer niet.

Vrijdag

9.50u Esmee: Ik heb je gebeld. Kan jij donderdag wat eerder thuiskomen?

9.51u Leon: Hoeveel eerder?

9.52u Esmee: Ik bel je zo.

10.12u Esmee: Ik krijg je voicemail. Uurtje eerder donderdag?

10.30u: Esmee: Leon? Ik moet het even weten. Bel je me even terug?

En toen was het stil…
Ik klik op zijn fotootje bij het gesprek, waardoor deze vergroot in beeld komt. Een oude foto van ons samen, van ruim vier jaar geleden. Ik sta op de foto met een dikke buik, hoogzwanger van Jasper. Leon staat voor me en geeft een kusje op mijn buik. Een prachtige foto. Wat was hij trots.
De herinnering zorgt ervoor dat de tranen in mijn ogen erger worden en ik neem een grote slok van mijn wijn. Ik zet mijn telefoon op stil, leg hem weg en grijp de doos tissues die op de salontafel staat. Ik snuit mijn neus en leg de zakdoek naast me op de bank. Ik heb geen zin om op te staan om hem weg te gooien. Met een schone tissue dep ik mijn wangen droog.
Ik ben nog steeds moe en besluit even te gaan liggen. Eventjes tien minuutjes uitrusten. Daarna moet ik de laptop pakken en nadenken over een tekst voor de rouwkaart en de advertentie voor in de krant… We hebben afgesproken dat ik dat doe, omdat mijn naam en de namen van de kinderen erop komen te staan. Joke en Henk ontwerpen zelf een advertentie.
Mijn hoofd zakt weg in het zachte kussen van de bank.
Heel eventjes rusten. Mijn ogen voelen zo zwaar aan. Ik ben zo moe van alles… zo moe.

Even later schrik ik wakker van een hard gebons op het raam. Ik zit meteen rechtop en voel mijn hart in mijn keel. Wat is dit nou?
Nog een beetje afwezig knipper ik met mijn ogen. Het is donker geworden. Hoe laat is het? Halfelf zie ik.
Ik hoor weer het gebons en ik trek in een waas een kort sprintje naar het raam, maar ik zie niemand. Dat is raar.
Dan gaat de bel. Ik blijf even stil staan en denk na. Moet ik opendoen?
Ja, natuurlijk moet ik opendoen!
Ik loop naar de voordeur, terwijl ik even met mijn handen in mijn ogen wrijf om een beetje meer wakker te worden. Als ik de deur opendoe, kijk ik regelrecht in het overbezorgde, verdrietige en toch prachtige gezicht van mijn allerbeste vriendin.
Vera.
Meteen krijg ik van top tot teen kippenvel en ik houd mijn adem in.
Ze is er.
Ze is hier.
Mijn vriendin.
Nu al!
‘Vera,’ fluister ik.
Ik zie dat ze de tranen in haar ogen krijgt als ze mijn gezicht bekijkt en haar hand voor mond slaat van schrik.
‘Esmee,’ fluistert ze.
Dan trekt ze me in haar armen.
‘Kom hier, chica,’ en ze begint te huilen.
Ik kan ook mijn tranen niet meer bedwingen en al snikkend, grijp ik haar stevig vast. Ik huil op de schouders van mijn vriendin al mijn tranen eruit. Haar hele schouder is doorweekt van mijn tranen, maar ik weet dat het haar niets uitmaakt. Wat voelt het als een verademing om degene die al jaren mijn steun en toeverlaat is nu eindelijk bij me te hebben. 
‘Wat doe je hier? Je was op huwelijksreis,’ mompel ik zachtjes.
‘Wat ik hier doe? Wat denk je zelf!’ antwoordt ze. ‘Je denkt toch niet dat ik je nu alleen laat?’
Ik maak me van haar los en pak met mijn handen haar beide handen vast.
‘Kom,’ zeg ik zachtjes, terwijl ik haar mee naar binnen neem.
‘Ik mag hopen dat je nog wat wijn over hebt gelaten,’ zegt ze.
Ik moet glimlachen om haar woorden.
‘Uiteraard.’
Ik pak snel een nieuw glas en vul deze met rode wijn. Dan pak ik mijn eigen glas en vul deze ook bij.
‘Es, wat zie je eruit.’
‘Eh. Ja…’
‘Wat is er gebeurd sinds gisteren?.’
Ze komt dicht bij me op de bank zitten en pakt mijn hand vast.
Langzaam en met trillende stem begin ik te vertellen. Over de agenten die me het slechte nieuws kwamen vertellen. Over de bizarre situatie die er ontstond toen Joke het nieuws aan de kinderen vertelde. Over mijn wandeling met Jasper. Jaspers nachtelijke avontuur. Het weerzien met Leon, hoe de kinderen reageerden… Mijn vader… en uiteindelijk vertel ik haar over de aanvaring die ik met Joke had over de crematie.
Ik laat het verhaal van Fenna weg. Ik weet zeker dat Vera compleet door het lint gaat als ik haar dit vertel.
Toen het niet zo goed ging tussen mij en Leon, begreep Vera zijn emotie enorm. Ook zij had een immense woede richting Fenna en hielp hem geregeld met zijn zoektocht. Toen ze doorhad dat het ons huwelijk bijna kapot maakte, is ze er onmiddellijk mee gestopt en heeft ze uren op Leon ingepraat om het toch te laten rusten. Maar ik weet zeker dat ze stiekem verder heeft gezocht. Woest was ze.
Ik kan een flippende Vera nu absoluut niet gebruiken, dus ik zeg er niks over.
Vera zit, met haar wijnglas naast haar gezicht, aandachtig naar me te luisteren, terwijl ze mijn hand geen seconde loslaat. Ze zegt niets, ze luistert gewoon. Precies wat ik nodig heb. Ik was me er niet van bewust dat ik zo ontzettend de behoefte had om iemand te vertellen wat er allemaal gebeurd is en het voelt een klein beetje alsof er een last van mijn schouders valt.
Lieve Vera. Wat ben ik blij dat ze er is.
Als ik uitgepraat ben, neemt ze een grote slok van haar wijn. Dan pas zie ik haar kleding. Ze draagt een joggingbroek en een gekreukeld shirtje. Haar blonde haren zitten in een slordige knot op haar hoofd en haar haren lijken wat vettig. Dit is niks voor Vera. Normaal ziet ze er tiptop uit.
‘Kom jij net uit het vliegtuig gerold of zo?’ vraag ik, als ik haar beter aankijk.
‘Natuurlijk kom ik net uit het vliegtuig gerold!’ Ze kijkt me verbaasd aan. ‘Wat dacht jij dan?’
Eh…
‘Om eerlijk te zijn dacht ik nog niet zoveel. Behalve dat ik zo ongelooflijk blij ben dat je bij me bent.’
Ze glimlacht en schuift nog dichterbij.
‘Natuurlijk ben ik er,’ zegt ze zachtjes.
We blijven even met ons tweeën stil op de bank zitten.
‘Hoe is het met Frederik?’ vraag ik.
Ik zie dat Vera op haar lip bijt en twijfelt.
‘Dat komt wel goed,’ zegt ze kortaf.
‘Dat vroeg ik niet.’ Ik observeer de gezichtsuitdrukking van mijn vriendin. Er is iets wat ze achter houdt.
‘Vera… voor de draad ermee.’
Haar donkerbruine ogen vinden de mijne en ik zie de pijn in haar gezicht.
‘Hij heeft de hele vlucht alleen maar gehuild. Alleen maar.’
Ik pers mijn lippen op elkaar en mijn ogen worden groot.
‘Och, arme Frederik… Ik vind het zo erg voor hem.’
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Jij bent te goed voor deze wereld,’ zegt ze zachtjes.
Ik negeer haar opmerking. Ik heb het hem niet gezegd.
‘Waar is hij nu?’
‘Bij de jongens. Ze zijn allemaal samen vanavond.’
‘Oh. Wat doen?’
‘Praten. Huilen. Herinneringen ophalen…’ Ik merk dat ze twijfelt als ze tegen me praat. Wil ze me dit niet vertellen?
‘Vera, wat is er?’
‘Ik weet gewoon niet zo goed wat ik wel en niet tegen je moet zeggen.’
Ja, hallo. Ik ben het, Esmee.
Zo ken ik mijn vriendin niet.
‘Alles. Je moet me alles vertellen. Je moet me niet beschermen. Als ik iets niet wil horen dan zeg ik het je wel.’
‘Oké.’ Ze kijkt aandachtig naar haar joggingbroek. Als ze opkijkt, zie ik dat ze tranen in haar ogen heeft.
‘Oh Es. Ik vind het zo afgrijselijk voor je.’
Ik knik.
Afgrijselijk.
Dat is het juiste woord…
Ik heb het hem niet gezegd.
‘Vera?’ Ik kijk haar weer aan en mijn ogen lopen vol met tranen.
‘Ik heb het hem niet gezegd.’ Ik begin te snikken en het bovenste deel van mijn lichaam zakt naar voren, op mijn knieën.
Vera schiet meteen naar voren en slaat haar armen om me heen.
‘Wat, lieverd? Wat heb je hem niet gezegd?’
Ik kan geen antwoord geven. Ik voel me zo verdrietig, zo boos op mezelf, zo dom en vol onmacht, want nu is het te laat. Te laat. Ik word overvallen door paniek. Ik begin wat zwaarder te ademen en begin nog heftiger te snikken.
‘Ik… heb… het… hem… niet… gezegd…’ snik ik.
Godver. Ik heb het hem niet gezegd. Hij weet het niet. En ik kan het hem nooit meer vertellen. Nooit meer. Mijn ademhaling wordt nog zwaarder en ik begin te hyperventileren. Mijn hart gaat als een malle tekeer in mijn keel. Zuurstof. Ik moet zuurstof.
Uit reactie sta ik op, in de hoop om mezelf meer lucht te geven, maar het helpt niets. Ik zuig de lucht naar binnen en maak hierbij een piepend, angstig geluid.
Vera vliegt achter me aan terwijl ze me geschrokken aankijkt.
‘Esmee?’
Ik loop bij haar weg, terwijl ik de paniek verder voel toenemen.
Ik heb het hem niet gezegd.
En nu kan het niet meer.
Nooit meer.
Het is te laat.
Ik leg mijn handen op mijn knieën en raak bijna buiten adem, terwijl ik hard en kort inadem en snel weer uitadem. Ik word licht in mijn hoofd en mijn hele lichaam tintelt. Ik probeer hijgend adem te halen, maar het lukt me bijna niet meer. Ik probeer te schreeuwen, maar er komt alleen maar een angstaanjagend, piepend geluid uit mijn keel, alsof ik aan het stikken ben.

Dan grijpt mijn vriendin keihard in. Ze komt naar me toe en pakt zonder pardon mijn kin vast. Dan trekt ze me omhoog. Ze houdt mijn kin vast, terwijl ik haar geschrokken, doortastende en bijna boze ogen in de mijne zie staren. Haar ogen zijn nat en rood.
‘Esmee!’ schreeuwt ze. ‘Jij. Gaat. Nu. Rustig. Doen.’
Haar geschreeuw komt bij me binnen en uit reactie begin ik meteen iets rustiger te ademen. Iets.
‘In via de neus, Esmee. Adem in via je neus. Even vasthouden… Zo ja… En nu uitademen. Langzaam…. Goed zo. En nog een keer. In via de neus… En uit… Goed zo. Goed zo.’ Ze laat mijn kin los en loopt bij me weg. Ze komt terug met een groot glas water.
‘Drinken,’ zegt ze.
‘Het gaat wel,’ zeg ik hijgend.
‘Drinken, Esmee. Nu.’
Trillend neem ik het glas van haar aan en ik neem een grote slok. Oké, ze heeft gelijk, dit helpt echt. Ik neem nog een slok. Ik tril zo erg, dat het glas meermaals tegen mijn tanden aantikt. Dan drink ik het hele glas leeg.
‘Goed zo. Nu zitten.’ Ze begeleidt me naar de bank.
‘Nu ga je me rustig vertellen wat je hem niet hebt gezegd.’
Ze neemt een slok van haar wijn en kijkt me weer aandachtig aan.
‘Praten, Esmee. Vertel het me.’
Ik knik en nog nasnikkend begin ik te praten.

Over Doodse Stilte

Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse Stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

Mocht je benieuwd zijn naar de eerste hoofdstukken van Doodse Stilte, dan raden we je aan om het boek te bestellen.

(15) Doodse stilte #15: ‘Esmee, asjeblieft. Laat het me uitleggen’
(16) Doodse stilte #16: ‘Ssst…,’ sist ze hem toe. ‘Houd je kop.’ Haar stem is ineens akelig kil’
(17) Doodse stilte #17: ‘Ik word wakker van een harde bons en ik zit meteen rechtop in bed. Wat is dat?
(18) Doodse stilte #18: ‘Hij leeft pap. Hij heeft me gebeld!’
(19) Doodse stilte #19: ‘Wil ik dat al? Wil ik Leon vandaag zien? Wil ik hem überhaupt zien?’
(20) Doodse stilte #20: Doodse stilte #20: ‘Ik dwing mezelf om naar rechts te kijken. Daar ligt hij. Het is hem echt’
(21) Doodse stilte #21: ‘Papa ligt hierbinnen, achter een gordijn. In een mooie, witte kist’
(22) Doodse stilte #22: ‘Ik ben eventjes stil. Overdonderd. Ik had veel verwacht, maar dit?’
(23) Doodse stilte #23: Ik heb nog nooit iemand geslagen. Maar… als ze nu niet heel snel weg loopt, dan krijgt ze mijn vuist regelrecht in dat ‘mooie’ gezichtje van haar’
(24) Doodse stilte #24: ‘Vol verbazing kijk ik haar aan. Hoe durft ze?’
(25) Doodse stilte #25: Doodse stilte #25: ‘Nou moet je verdomme eens even heel goed naar me luisteren!’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties?Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.