Doodse stilte #30: ‘‘Esmee, mijn deur staat áltijd open. Dat beloof ik je’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

‘Mama.’
Oh nee.
‘Mama, wakker worden.’
Ik wil slapen. Het is niet mijn beurt.
Met mijn ogen nog dicht steek ik mijn arm uit om Leon wakker te maken.
‘Maaaaaamaaaa…’
Ik voel geen warm lichaam naast me. Irritant. Waar is die man? Welke dag is het?
Oh maandag. Jasper moet naar school.
‘Leon,’ zeg ik zachtjes. ‘Wil jij Jasper naar school brengen?’
Ik ben nog zo moe, ik wil nog niet wakker worden. Mijn hand blijft zoeken naar het warme lichaam van mijn man, maar ik voel hem niet. Is hij al naar zijn werk?
‘Is papa niet meer dood, mama?’
De werkelijkheid overvalt me en het voelt alsof ik een dreun op mijn borst krijg. Mijn maag trekt samen en ik voel een golf van intens verdriet, van boven naar beneden, door mijn lichaam gaan.
Oh ja.
Ik open één oog en ik zie het vrolijke gezicht van Jasper op nog geen twee centimeter afstand van mijn gezicht. Voorzichtig open ik nog een oog en ik knipper een paar keer. Ik gaap en pak zijn wangen vast.
‘Sorry, schat, mama moet er even aan wennen dat papa er niet meer is… Papa komt niet meer terug…’
Jaspers glimlach verdwijnt en maakt langzaam plaats voor een sip gezichtje. Moe en vol emotie trek ik hem naar me toe en geef hem een zachte kus op zijn voorhoofd.
Jasper nestelt zich tegen me aan en hoewel zijn zachte pyjama heerlijk aanvoelt, ben ik me ook enorm bewust van de leegte naast me. De gedachte dat die plek voor altijd koud zal blijven, zorgt ervoor dat de rillingen over mijn rug lopen.
Maandag.
Nog maar één dag te gaan. Morgen is de crematie. Bij de gedachte alleen al voel ik mijn maag samentrekken.
Ik zie er als een berg tegenop. Het idee dat ik morgen met de kinderen achter die kist aan moet lopen en echt definitief afscheid moet nemen van Leon, zorgt ervoor dat het kippenvel over mijn lichaam raast en ik zucht diep, terwijl ik mijn zoon nog dichter tegen me aan trek.
‘Mama?’ vraagt hij weer.
‘Ja?’ Koffie. Ik moet koffie.
‘Moeten we niet naar school?’
Oh. Eh…
‘Wil je graag naar school?’
‘Ja.’
Ik twijfel even en denk na. Moet ik hem naar school laten gaan?
Hij tilt zijn hoofd op en kijkt me verwachtingsvol aan.
‘Mama, ik wil écht heel graag met mijn vriendjes spelen, mag dat?’
Met een schuin oog kijk ik naar de klok. Over een uur begint zijn school. Ik kan Eva eventueel naar het kinderdagverblijf brengen… Dan kan ik in alle rust even wat laatste dingen op een rijtje zetten voor morgen. Aan de andere kant… ik wil Jasper ook heel graag in de gaten houden. Als hij verdrietig is, dan moet ik er toch voor hem zijn? En eigenlijk… heel eerlijk gezegd… heb ik hem ook nodig. Ik wil hem heel graag om me heen hebben vandaag.
Ik schud even mijn hoofd om deze gedachte van me af te zetten. Niet egoïstisch zijn, Esmee. Als hij graag met zijn vriendjes wil spelen, dan moet dat kunnen. Ik haal diep adem.
‘Ja jongen, jij mag naar school,’ zeg ik, met niet al te veel enthousiasme.
Hij glimlacht en nestelt zijn hoofd weer op mijn borst.
‘Fijn, mama.’
We blijven eventjes zo met z’n tweeën liggen. Ik probeer te genieten van zijn warme lijfje op het mijne, maar het is moeilijk. Straks moet ik hem loslaten… hem achterlaten op school.
Het lijkt me ook handig als ik juf even op de hoogte breng van datgene wat er gebeurd is. Moet ik dan eerst bellen? Of gewoon gaan en het vertellen?
Ik bijt op mijn lip om de tranen tegen te houden.
Het is raar, want normaal gesproken had ik in dit soort situaties om de mening van Leon gevraagd… Nu kan dat niet. Ik moet het nu zelf beslissen.
‘Maaaaaaaaaaaaaaaaaaaaamaaaaaaaaa,’ hoor ik ineens vanaf de andere kamer komen. ‘Ikke ben waaaaaaaaaaaaaaaaakker!’
Jasper tilt zijn hoofd weer op.
‘Eva is wakker, mama.’
‘Haha, ja, schat. Zullen we haar maar gaan ophalen, voordat haar sirene echt afgaat?’
Jasper trekt één kant van zijn mond op en kijkt me aan.
‘Goed idee, mama.’ Hij klimt van me af. Weg warmte.
Ik werp een blik naast me, op het onbeslapen deel van het bed en voel een intense scheut van pijn door me heen gaan. Nu even doorzetten, Esmee. Als de kinderen zo op school zijn, dan is er ruimte voor emotie. Nu even niet.

De basisschool is verschrikkelijk. Echt verschrikkelijk.
Met Jasper aan één hand en Eva zorgvuldig op mijn heup gedrapeerd loop ik door de gang. Het is druk, een wirwar aan kinderen, ouders en leerkrachten die allemaal onderweg zijn. Ik hoor kinderen lachen en roepen naar elkaar en ik begin me elke seconde kleiner te voelen.
Hoe is het mogelijk dat alles en iedereen gewoon doorgaat? De wereld heeft stil gestaan de afgelopen dagen, maar alle andere mensen zijn gewoon verder gegaan. Dat is toch niet eerlijk? Waarom is niet iedereen kapot van het feit dat Leon er niet meer is?
Ik wurm me door de menigte naar de kleuterklassen. Aan de muur hangen vrolijk gekleurde tekeningen en posters van één of ander kinderboek. In de verte zie ik de kleuterjuf al bij de deur van het lokaal staan.
Hoe ga ik dit nou vertellen?
Jasper doet zijn rugtas af en hangt hem op bij het haakje waar zijn naam boven staat. Dan doet hij zijn jas uit en hangt deze op het haakje ernaast.
Oké. Hij is er klaar voor.
Hij trekt aan mijn arm en ik buig voorover om hem een kus te geven. Dan verdwijnt hij het lokaal in, klaar om met zijn vriendjes te gaan spelen.
Ik voel een steek van pijn. Aan de ene kant vind ik het fijn dat hij zijn emoties eventjes uit kan zetten. Dat hij even kan, mag, en wil vluchten van het grote verdriet. Aan de andere kant weet ik ook dat de klap nog keihard komen gaat. Bij ons allemaal.
Ik loop naar zijn juf toe, terwijl ik mijn hart voel bonzen in mijn keel.
‘Hai Monique,’ zeg ik zachtjes.
‘Goedemorgen!’ zegt ze vrolijk. ‘Wat wordt deze kleine meid al groot!’ Ze wil met haar hand over Eva’s hoofd gaan, maar daar is madam niet van gediend. Met haar kleine vingertjes duwt ze de hand meteen weer weg, terwijl ze boos naar de juf kijkt.
Monique begint te lachen.
‘Nou, aan pit geen gebrek!’ zegt ze.
Ik forceer een glimlach op mijn gezicht.
‘Nee, niet echt… ‘
Hoe begin ik nu te vertellen wat er is? Ik blijf schaapachtig naast haar staan, nadenkend over hoe ik dit in hemelsnaam aan moet passen.
Monique kijkt me aan.
‘Het gaat goed met Jasper, toch? Heeft hij het naar zijn zin op school?’
‘Eh ja… ja… hij heeft het zeker naar zijn zin, maar er is wel iets wat ik je even moet…’
Ik word onderbroken door een harde schreeuw van Eva, vlakbij mijn oor.
‘Eva spelen!’ Het is geen vraag, maar een eis.
Ik besluit dat dit niet het moment is om opvoedkundig correct te reageren, dus zet ik haar snel neer. Zonder om te kijken loopt ze het klaslokaal in en gaat bij andere kindjes aan een tafel zitten.
‘Je wilde wat bespreken?’ vraagt Monique, die zich natuurlijk afvraagt waarom ik zo schaapachtig bij die deur blijf staan.
‘Mag dat na schooltijd? Ik wil graag zo meteen beginnen met de klas. Of is het belangrijk?’ Ze glimlacht terwijl ze me aankijkt.
Haar vraag overvalt me. Het is nu of vanmiddag. En vanmiddag is te laat.
‘Eh… nou…’ begin ik. ‘Het is namelijk zo… dat ik… of mijn man… eh… mijn man heeft een ongeluk gehad vorige week.’
Monique slaat haar hand voor haar mond en met grote ogen kijkt ze me aan.
‘Och nee toch! Is het ernstig? Hoe is het met hem?’
Ik zie haar geschrokken gezicht en ik val even helemaal stil. Ik weet niets te zeggen en het wordt wat licht in mijn hoofd en haar gezicht wordt wat wazig.
‘Esmee? Gaat het? Je wordt helemaal bleek,’ zegt ze.
Ik herstel gelukkig snel.
‘Ja, het gaat wel,’ mompel ik.
‘Hoe is het met je man?’ vraagt ze oprecht geïnteresseerd.
‘Hij is overleden.’
Jezus, wat klinkt dat knetterhard. Nog steeds. Ik kijk naar de grond en haal diep adem.
Monique heeft nog steeds haar hand voor haar mond, maar haar ogen zijn nog groter dan zonet. Dan verplaatst ze haar hand naar mijn schouder.
‘Dat meen je niet. Esmee, wat afgrijselijk. Wat verschrikkelijk….’
Ik knik.
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ vervolgt ze. ‘Verschrikkelijk!’
‘Hoe reageerde Jasper?’ vraagt ze dan.
‘Geschokt. We hebben een paar heftige dagen achter de rug.’
‘Dat geloof ik graag. Maar wil je hem niet thuishouden vandaag? Wanneer is de uitvaart?’
‘Hij wilde zelf heel graag naar school. De uitvaart is morgen.’
Ik haal diep en haperend adem. Ik merk dat ik sta te trillen op mijn benen en met mijn hand duw ik een pluk haar achter mijn oren, die eigenwijs naar voren is gevallen.
‘Afgrijselijk, Esmee… Natuurlijk is Jasper meer dan welkom. Ik denk dat het goed is dat we even naar de directrice gaan. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat we Jasper goed in de gaten houden de komende tijd. De intern begeleider kan daarbij ondersteunen. Zullen we even die kant op lopen of moet je weg?’
Ik schud mijn hoofd. Ik kan wel even meelopen. Ik ben niet zo’n fan van de directrice. Ze praat altijd tegen volwassenen alsof het kleuters zijn, maar goed… ik ben het er mee eens dat ze dit moeten weten om Jasper in de gaten te houden.
Ik zie Monique het lokaal inkijken, vol met vierjarige kinderen en ik zie haar even twijfelen.
‘Weet je wat, ik loop er zelf wel even heen. Ik weet waar haar kantoortje is,’ geef ik aan.
Ik zie Monique twijfelen.
‘Komt echt goed,’ verzeker ik haar.
Ik kijk het lokaal in en zie Jasper druk in de weer met een puzzel, samen met een vriendje. Zijn ogen stralen en hij heeft een glimlach op zijn gezicht.
Ja, hij heeft dit even nodig.
Dan zoek ik Eva. Zij staat bij drie andere kleuters mee te kijken hoe ze een spelletje spelen.
‘Anders laat je dochter maar even hier. Volgens mij vindt ze het heel gezellig. Dan kan jij even rustig praten. Of wil je haar graag meenemen?’
Wat een schat is het toch.
Ik knik.
‘Het zou heel fijn zijn als ze even hier mag blijven.’
‘Prima, haal haar straks maar op. Ik let wel eventjes op… hoe heet ze ook al weer?’ vraagt Monique vriendelijk.
‘Eva,’ zeg ik zachtjes.
‘Oké, maak je niet druk. Als het niet gaat, breng ik haar naar het kantoortje.’
‘Oké,’ zeg ik zachtjes.
Ik kijk nog één keer naar mijn kinderen, mompel een ‘tot zo’ naar juf en wurm me dan door de zwerm van kinderen weer terug. De drukte en alle harden geluiden geven me het gevoel dat mijn keel dichtgeknepen wordt en ik loop snel door.

De deur van het kantoor staat open en ik zie de directrice achter haar bureau zitten. Geconcentreerd kijkt ze naar haar computer. Ze is duidelijk iets aan het lezen en heeft niet door dat ik in de deuropening sta. Ik kuch om haar aandacht te krijgen en dat werkt. Ze kijkt op.
‘Dag mama van Jasper,’ zegt ze overdreven vriendelijk en op gemaakt enthousiaste toon. 
Mama van Jasper.
Oké… Ik ben nu al geïrriteerd.
‘Hai eh…’ Hoe heet ze ook al weer? Snel kijk ik naar het naambordje wat op haar bureau staat.
Jannie. Haar naam is Jannie.
‘Kan ik wat voor je doen?’ vraagt ze, met haar hoge stem.
‘Ja. Ik wil graag even met je praten.’
‘Nou, dat mag hoor… iedereen is hier aaaaaaltijd welkom, kom lekker zitten.’
Ik loop naar binnen en neem plaats op de stoel die ze aanwijst. Haar grijze haren zijn in een kort, pittig kapsel geknipt en ik zie veel rimpels rondom haar ogen. Ik schat haar een eind in de vijftig. Ze heeft een typerend gebloemd bloesje aan, netjes tot het allerbovenste knoopje dicht geknoopt.
‘Vertel, wat kan ik voor je doen?’ Ze vouwt haar handen op de tafel voor me en kijkt me indringend in mijn ogen aan.
Ik pluk een beetje aan een haaltje aan mijn nagel en probeer haar blik te ontwijken.
‘Nou eh… Ik zou het fijn vinden als jullie Jasper een beetje in de gaten houden,’ begin ik. ‘Zijn vader is vrijdag overleden.’
Ook Jannie slaat haar hand voor haar mond.
‘Oh jeetjemineetje. Jeeeeeeeeetjemineetje… écht waar?’ vraagt ze geschrokken.
Wat denkt ze nou, dat ik hier een sprookje kom vertellen?
‘Och kind, wat erg. Wat erg, wat erg, wát erg.’
Ik knik, weet mezelf amper een houding te geven.
‘Was hij ziekjes?’
Oh alsjeblieft. Moet dit? Rustig blijven, Esmee… rustig blijven…
‘Nee, hij heeft een auto-ongeluk gehad,’ zeg ik.
‘Potverdikkie zeg. Dus dat was heel plotseling?’ vraagt ze, terwijl ze me indringend aan blijft kijken.
‘Eh ja… dat soort dingen plan je doorgaans niet,’ kan ik het niet laten om te zeggen.
Ik zie haar even lichtjes met haar wenkbrauwen fronzen, maar ze corrigeert haar uitdrukking snel en kijkt me meelevend aan. Ik kan niet goed inschatten of het gemaakt of echt is.
‘En hoe is het met jou, mama van Jasper?’
Wat denk je zelf? Ik zeg het niet, ik denk het alleen.
Ik denk aan het gesprek wat ik met Frederik aan de telefoon had, voordat hij met de jongens langskwam. Tegen hém kon ik gewoon zeggen dat het verrot met me ging. Maar dat kan ik hier niet zeggen, toch?
‘Het gaat wel,’ mompel ik daarom en ik haal mijn schouders op. ‘Druk met alles regelen en zo…’
Ik vertel er niet bij dat Joke, Henk en mijn vader veel van het geregel van me over hebben genomen gisteren. Henk heeft me dat voorzichtig tijdens het avondeten verteld en ik was er eerlijk gezegd heel blij mee. Ik trek al dat geregel nu helemaal niet.
‘Kind toch. Wat erg. Ik zal onze intern begeleider zo meteen direct op de hoogte stellen.’ Ze pakt mijn hand vast die ik, met mijn stomme hoofd, op de tafel heb gelegd. 
‘En wat heb jij nu nodig, mama van Jasper? Wat heb jij nú van mij nodig? Wat kan ik doen om jou zo goed mogelijk te helpen, behalve natuurlijk je zoon heel erg goed in de gaten houden en begeleiden in dit moeilijke verhaal?’
Oh. Mijn. God.
In via de neus… Uit via de mond.
‘Ik red me wel. Bel me alsjeblieft meteen als Jasper naar huis wil. Ik haal hem dan gelijk op,’ zeg ik, terwijl ik voorzichtig mijn hand onder haar hand vandaan trek. Ik schuif mijn stoel naar achteren. Ik wil hier weg.
Jannie kijkt me een beetje verbaasd aan.
‘Natuuuuuurlijk bellen we direct als Jasper dat vraagt. Wij zullen héél erg goed op hem passen en als hij traantjes heeft, zullen we hem troosten, dat beloof ik je.’
Wonder boven wonder krijg ik het voor elkaar om er een gemaakte glimlach uit te persen. Nou ja, soort van.
‘Daar vertrouw ik dan maar op,’ zeg ik. ‘Dan ga ik nu mijn dochter ophalen, want zij is nog bij Monique.’
‘Heel erg veel sterkte, mama van Jasper,’ zegt ze, terwijl haar hoofd knikkend en vol medeleven op en neer gaat.
‘Esmee.’ Ik kan het niet laten. ‘Mijn naam is Esmee.’
Ik zie haar glimlachen.
‘Ik weet van de kleutermama’s nog niet alle namen, maar het is heel mooi dat je me deze feedback geeft op mijn uitspraak. Hier kan ik wat mee, daar kan ik aan werken. Ik had je naam kunnen vragen. Dus, dankjewel, Esmee. Wat een mooi, diepgaand gesprek hebben wij gehad. Ik heb echt je emotie gevoeld. Dankjewel dat je je zo open stelt naar mij.’
Dit mens is echt compleet van de pot gerukt. Als ik dit straks aan Leon vertel dan ligt hij onder tafel van het lachen.
Oh nee. Au… De pijn raakt me weer diep vanbinnen en de tranen verschijnen in mijn ogen.
‘Dan ga ik nu maar,’ mompel ik. ‘Dankjewel voor je tijd.’
‘Esmee, mijn deur staat áltijd open. Dat beloof ik je. Als je een keer je traantjes wilt laten gaan, mag je altijd naar binnen lopen.’
Serieus?
In via de neus.. uit via de mond…
‘Dankjewel,’ mompel ik.
En dan vlucht ik weg, de gang weer in waar de rust is wedergekeerd. De gangen zijn leeg. Opgelucht haal ik adem en met lood in mijn schoenen loop ik weer terug naar de kleuterklas.
Ik kijk door het raam en zie dat Monique alle kinderen in een kring heeft gezet, inclusief Eva. Eva zit vol trots naast haar grote broer mee te klappen met een liedje wat Monique aan het zingen is.
Ik zie twee vrolijke koppies en ik kan een glimlach, zelfs na dit bizarre gesprek, niet meer onderdrukken. Ik wacht even tot het liedje afgelopen is en klop dan zachtjes op de deur, voordat ik hem opendoe. Ik steek mijn hoofd om de hoek en roep Eva. Zij vouwt haar armen over elkaar en kijkt me boos aan.
‘Eva niet mama mee!’ roept ze boos.
Oh god, dit kan er ook nog wel bij.
‘Jazeker wel, jongedame. Meekomen jij.’ Ik loop naar haar toe en til haar op, onder luid commentaar van Eva zelf.
Ik bedank Monique en ga snel verder.

Het kinderdagverblijf zit in hetzelfde gebouw, dus ik hoef alleen maar binnendoor te lopen om Eva af te zetten. Ze schreeuwt de hele gang bij elkaar, maar ik houd stug vol. Juist nu moet ik doorzetten, maar verdorie… wat is dat nu moeilijk. Ik heb het gevoel dat de drie mensen, die ik onderweg passeer, me aankijken alsof ik aan kindermishandeling doe.
Als ik de deur van het kinderdagverblijf open, is ze, godzijdank, direct rustig. Ze ziet een meisje waar ze graag mee speelt en als sneeuw voor de zon zijn haar krokodillentranen weg en is ze weer in haar nopjes.
Ik doe haar jasje uit en hang deze op. Dan lever ik haar tasje af bij de leidster en zonder expliciet te vertellen wat er aan de hand is, loop ik snel de deur uit.

Over Doodse Stilte

Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse Stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels.

Op de hoogte blijven van de leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

VIVA banner