Doodse stilte #33: ‘Joke,’ begin ik voorzichtig, ‘hoe ben je binnen gekomen?’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Als we thuis aankomen, zie ik de auto van Joke en Henk op de parkeerplaats staan.
Ik zucht even. Ik weet niet of ik nu wel zin heb in mijn schoonmoeder.
Maar… ik kan ze moeilijk wegsturen, toch?
Ik help Jasper met uitstappen en samen lopen we naar de voordeur.
Er staat niemand te wachten. Misschien zijn ze even een stukje gaan wandelen?
Ik open de voordeur en help Jasper met het uittrekken van zijn jas en schoenen. Hij heeft op de terugweg in de auto aan één stuk door verteld over leuke dingen die hij met Leon gedaan heeft.
‘Weet je nog, mama? Dat we naar dat pretpark gingen en dat papa in die achtbaan ging en zei dat hij helemaal niet misselijk was, maar dat hij helemaal groene wangen had?’
‘Weet je nog dat papa mij een keer ’s avonds wakker heeft gemaakt voor bitterballen? Dat was een feest, hè mama? Toen was jij ook op een feestje. Papa zei dat ik jou dat niet mocht vertellen. Dat heb ik ook nooit gedaan hoor. Dat is een geheimpje.’
‘Weet je nog dat ik voor de tweede keer naar school ging? Toen ging papa met mij mee. En hij ging maar niet weg uit de klas, terwijl ik zei dat ik al een grote jongen was! Haha, papa snapte er niks van!’
‘Weet je nog toen mijn lego toren om was gevallen? Papa heeft mij toen geholpen om hem helemaal opnieuw te bouwen, maar dan steviger. Dat was ook leuk, toch mama?’
Jasper bleef maar praten, hij bleef maar herinneringen ophalen. Hoewel de tranen over mijn wangen liepen, kon ik alleen maar glimlachen om zijn verhalen.

Ik trek mijn eigen jas uit en trap mijn schoenen in de hoek van de gang. Al kletsend lopen we door de gang de woonkamer in.
‘Nou jaaaaa zeg, Jasper! Wat fijn om jou te zien! Moet je niet naar school?’
De stem van Joke galmt door de woonkamer en ik zie haar een deurtje van onze zwarte buffetkast dichtduwen.
‘Wat fijn dat jullie er zijn!’ roept ze.
Ik sta aan de grond genageld.
Wat? Hoe?
‘En lieve Esmee, hoe is het met jou? Kan je het allemaal een beetje aan?’ Ze kijkt me met een gemaakte glimlach aan.
Ik herken dat gezicht. Dat was Leons ‘shit-ik-ben-betrapt-maar-ik-doe-net-of-ik-niets-gedaan-heb’ hoofd. Het is duidelijk van wie hij die blik had.
‘Joke,’ begin ik voorzichtig, ‘hoe ben je binnen gekomen?’
‘Gewoon, met de sleutel.’ Ze kijkt me aan.
‘Hoe kom je aan een sleutel?’ vraag ik verbaasd.
‘Och, die heb ik jaren geleden al een keer laten maken toen we een dagje kwamen oppassen. Dat is toch handig voor noodgevallen?’ zegt ze.
Ik weet niet wat ik moet zeggen en ik kijk haar stomverbaasd aan.
‘Die heb je een keertje laten maken?’ Mijn stem trilt iets.
‘Jazeker.’
‘Voor noodgevallen?’
‘Nou, inderdaad.’
‘Wist Leon dit?’
Ze begint te lachen.
‘Ha, nee, schat, natuurlijk niet. Leon heeft dat nooit prettig gevonden.’
Met open mond kijk ik haar aan.
‘Maar Joke…’ probeer ik.
‘Wat?’ onderbreekt ze me. ‘Het is toch ideaal dat ik je nu bij kan staan als dat nodig is? Ik kan eten voor je maken, helpen met het huishouden of een keertje extra oppassen of zo.’
Ik weet echt niet hoe ik hierop moet reageren.
‘Ik heb vanmorgen ook even lekker boven schoongemaakt. Ik heb de kinderkamers netjes gemaakt en de badkamer. Dat is toch fijn?’
Ze heeft wat?
Ik vind dit helemaal niet fijn. Ik voel me bijna schuldig dat ik dit denk, maar ik vind dit vooral heel naar, vervelend en ongelooflijk irritant.
In door de neus… Uit door de mond. Ze bedoelt het goed. Maar hoe haalt ze het in haar hoofd om ongevraagd naar binnen te gaan?
‘Ze bedoelt het echt goed,’ zegt het stemmetje binnenin mij.
Maar het is niet haar huis. Het is ons huis! Ik moet er toch niet aan denken dat ik over een tijdje uit mijn werk kom en dat mijn schoonmoeder het hele huis door is gegaan? De gedachte alleen al bezorgt me de kriebels.
‘Joke…’ begin ik weer, terwijl ik een stap in haar richting zet en mijn hand uitsteek. ‘Ik wil graag de sleutel terug.’
Nu is het haar beurt om verbaasd te kijken.
‘Waarom?’
‘Omdat ik het niet fijn vind dat mensen ongevraagd mijn huis binnen kunnen komen,’ zeg ik kortaf.
‘Maar lieverd, ik ben toch niet zomaar iemand?’ lacht ze.
‘Ik ben je schoonmoeder, de oma van je kinderen! En nu je alles alleen moet gaan doen, is het juist goed dat je hulp accepteert. Echt waar, dat is heel erg goed als je dat doet. En laat mij maar gewoon mijn ding doen, dat vind ik helemaal niet erg.’
Ze meent dit echt, hè?
‘Ik wil echt heel graag de sleutel terug. Hulp is fijn en lief, maar niet onverwachts.’
‘Dan spreken we toch gewoon van tevoren af wanneer ik je kom helpen? Ik dacht dat ik een dag of twee kom oppassen straks. In de weekenden kan ik dan komen koken.’
Ze kijkt me aan en ziet dat ik met stomheid geslagen ben.
‘Ja, ik vond het zelf ook een goed idee. Fijn, hè?’ zegt ze. 
Oh nee.
Oh nee, nee, nee.
Ik voel de irritatie in mij groeien.
‘Joke, ik wil dit niet,’ geef ik duidelijk aan. ‘Ik wil de sleutel terug en ik wil straks zelf een leven opbouwen. Ik moet het alleen doen met de kinderen en hulp is daarbij prettig, maar niet als die hulp ongevraagd is.’
‘Nou, nou,’ zegt Joke, die nu op haar beurt irritatie heeft. ‘Niet zo ondankbaar, jongedame.’
Ik sper mijn ogen wijd open en trek mijn hoofd iets naar achteren.
‘Ik bén niet ondankbaar,’ zeg ik, terwijl ik mijn stem verhef en haar fel aankijk. ‘Ik zit hier gewoon niet op te wachten. Mag ik nu alsjeblieft de sleutel terug?’
Joke is stil. Ze kijkt me aan en ik zie haar blik veranderen. De laconieke blik die ze zojuist had, verandert in een vermoeid en verdrietig gezicht.
‘Je kan me niet ook nog déze kinderen afnemen, Esmee,’ zegt ze dan zachtjes.
Wat?
Ik zie dat er tranen in haar ogen komen en verstijfd blijf ik staan.
Wat denkt ze?
‘Joke, wat bedoel je?’ vraag ik zachter, vriendelijker.
‘Ik ben mijn kinderen allebei verloren. Je kan me niet ook nog eens mijn kleinkinderen afpakken.’ Ze fluistert en ik zie een traan over haar wang biggelen.
Och, het arme vrouwtje.
Ik loop naar haar toe en leg mijn handen op haar schouders. Joke kijkt naar de grond, ze durft me niet aan te kijken. Ik knijp zachtjes in haar schouders.
“Ben je bang dat ik je kleinkinderen van je af ga pakken?’ zeg ik zacht.
Joke zegt niks, ze knikt alleen en dan begint ze te snikken.
Tot mijn eigen verbazing trek ik haar naar mij toe, in mijn armen en ik houd haar vast.
‘Nooit. Dat zou ik nooit doen,’ zeg ik, terwijl ik haar stevig vasthoud.
‘Oma, mis jij papa ook?’ vraagt Jasper ineens. Hij staat vlakbij.
Joke heft haar hoofd en kijkt Jasper met een betraand gezicht aan.
‘Ja, jongen,’ fluistert ze.
Jasper zet een paar stapjes naar voren en mengt zich in de knuffel.
‘Groepsknuffel,’ zegt hij zachtjes, maar ik hoor de lach in zijn stem. Joke en ik moeten allebei glimlachen en we kijken elkaar aan. Ik veeg een eigenwijze pluk haar van haar voorhoofd en strijk hem naar achteren.
‘Joke, je zal altijd onderdeel blijven van ons leven. Altijd. En een belangrijk onderdeel. Ik hoop echter wel dat je begrijpt dat we samen moeten afspreken hoe we dit gaan inrichten. En zonder sleutel…’
Joke knikt en ik zie haar hand langzaam in haar broekzak verdwijnen. Dan haalt ze er een sleutel uit, legt hem in mijn handpalm en drukt dan mijn vingers over de sleutel heen.
‘Beloof je dat?’ vraagt ze.
‘Natuurlijk,’ zeg ik en ik geef haar een kus op haar voorhoofd.
‘Oké,’ zegt ze dan zachtjes.

Een paar uur later geef ik Jasper een liefdevolle kus. Zijn hoofd ligt weggezakt in zijn kussen en zijn blauwe ogen staren me aan.
‘Mama?’ vraagt hij zachtjes.
‘Ja, schat?’
‘Morgen is toch de dag dat papa echt weg gaat?’
‘Ja.’
‘Maar waar gaat hij dan naartoe? Want de meeste mensen worden begraven als ze dood zijn, toch? Gaan we papa ook begraven?’
Shit.
‘Nee, schat, we gaan papa niet begraven.’
‘Waar gaat papa dan naartoe?’
Ik denk even na. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om aan hem uit te leggen wat cremeren is. Dat kan ik gewoon niet.
‘Nou, weet je… als je een bloem plukt en hem in een vaas zet, wat gebeurt er dan mee?’
Jasper fronst zijn wenkbrauwen.
‘Dan blijft hij staan, totdat hij bruin wordt en dan komt oma om hem weg te gooien, omdat jij dat altijd vergeet.’
Ik glimlach even.
‘Dat klopt inderdaad. Maar weet je ook waarom hij bruin wordt?’
Jasper schudt zijn hoofd en zijn frons wordt groter.
‘Omdat hij in de zon heeft gestaan?’ vraagt hij. ‘Ik word ook altijd bruin in de zon.’
Mijn glimlach wordt groter, maar verdwijnt vrijwel direct weer.
‘Nee. Dat komt omdat hij dood gaat.’
‘Oh. Dus papa wordt ook bruin?’
‘Eh… dat weet ik niet zeker. Maar als je die bloem uit de vaas haalt en hem in de tuin legt, dan is hij na een tijdje weg.’
‘Oh ja? Waar gaat die bloem dan naartoe?’
‘Hij eh… hij gaat nergens naartoe. Hij verdwijnt gewoon langzaam.’
Jaspers ogen worden twee keer zo groot.
‘Wow. Echt? Maar dat is magisch!’ zegt hij.
‘Dat is de natuur. Zoiets gaat er ook met papa gebeuren.’
‘Leggen we papa in de tuin?’
Oh, help! Eh…
‘Nee, maar papa gaat wel vanzelf weg… Dus morgen kan je hem voor het laatst zien als je dat nog wilt.’
‘Oh.’ Hij kijkt me geschokt aan. ‘Voor de allerlaatste keer?’
‘Ja, voor de allerlaatste keer.’
‘Oh.’
‘En daarna komen er allemaal mensen in een grote zaal en dan nemen we papa in de kist mee. En dan gaan we mooie muziek draaien… en mooie dingen vertellen over papa en dan nemen we afscheid.’
‘Oh,’ zegt Jasper weer. ‘En gaat Eva dan ook mee?’
‘Ja, Eva gaat ook mee,’ zeg ik zachtjes.
‘Wat fijn dat al die mensen komen, toch mama?’ vraagt hij zachtjes.
Ik knik, maar eerlijk gezegd vind ik het idee dat ik morgen honderden mensen ga zien angstaanjagend. Ik ben inmiddels professional in het niet beantwoorden van berichtjes. De afstand tot de rest van de wereld heeft me de afgelopen dagen een veilig gevoel gegeven, ondanks de situatie.
Morgen ga ik veel mensen zien. Heel veel.
‘Het is heel fijn dat al die mensen komen,’ zeg ik, terwijl ik met mijn hand over zijn wang ga.
‘En mama is de hele tijd bij jou en Eva. Dat beloof ik.’
Ik hoor dat beneden de bel gaat en laat een zucht ontsnappen.
‘Mama moet even de deur opendoen. Ik denk dat opa er is. Ga jij lekker slapen? Dan zie ik je morgen.’
Jasper knikt en geeft me een dikke kus.
‘Tot morgen, mama.’
‘Tot morgen, lieverd.’
Ik geef hem een laatste kus en loop de deur uit. Als ik langs de slaapkamerdeur van Eva loop, blijf ik even stilstaan.
Het is stil. Ze slaapt.
Snel loop ik de trap af om de deur voor mijn vader open te doen.
‘Hai pap,’ zeg ik, terwijl ik de deur opentrek.
‘Dag, Esmee.’
Ik zie twee blauwe ogen. Twee grote, blauwe ogen die me verdrietig en bezorgd aankijken.
Wat is dit?
Het is Marc… de politieagent. In uniform.
‘Esmee, mag ik even binnenkomen?’ vraagt hij voorzichtig
Ik heb een déjà vu en blijf als verstijfd in de deuropening staan. Met mijn linkerhand houd ik de deur vast, met mijn rechterhand de deurpost.
Hij kan er niet langs.
‘Waarom?’ vraag ik.
Mijn armen en benen beginnen te trillen. Ik voel mijn bloed in razendsnel tempo door mijn lichaam razen. Mijn ademhaling wordt sneller en ik voel het laatste beetje kleur wat ik nog op mijn gezicht had wegtrekken.
Wat komt hij doen?
Wat is er aan de hand?
Waarom nu? Wie…?
Zijn blik is bezorgd en hij kijkt me vol medeleven aan.
‘Esmee, het spijt me enorm, maar ik moet even met je praten. Mag ik alsjeblieft binnen komen?’
Ik kijk naar mijn rechterhand die nog op de deurpost rust. Mijn knokkels zijn helemaal wit. Blijkbaar heb ik me krampachtig vastgehouden.
Langzaam laat ik mijn hand naast mijn lichaam vallen en ik open met knikkende knieën de deur, terwijl ik diep inadem.
‘Ja. Kom maar binnen…’

Over Doodse Stilte

Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse Stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels.