Een heel stoer watje

Ik ben best wel een beetje een mensenschuwe bangeschijterd. Niet de beste eigenschap voor een journalist, ik weet het. Door mijn baan kom ik op plaatsen, ontmoet ik mensen en voer ik gesprekken die ik nooit voor mogelijk zou hebben gehouden. En dat terwijl ik het liefst gewoon met de gordijnen dicht in bed lig en een boek lees, inclusief zak chips binnen handbereik.

Confrontatie met mezelf
Keer op keer dwingt mijn werk me om de confrontatie met mezelf aan te gaan. Hup, met je luie reet uit die comfort zone! Of wil je liever geen salaris? Zo ben ik eens in mijn eentje met een een persreis naar Turkije gegaan, ook al durfde ik dat helemaal niet. Maar ook de dingen die op het eerste gezicht minder spannend lijken vind ik best moeilijk. Vind maar eens voor de afgesproken tijd een huis in een dorp waar je nog nooit geweest bent (en waarschijnlijk ook nooit meer zult komen) terwijl je navigatiesysteem het zojuist heeft opgegeven en je auto zeurt dat je nog maar een vingerhoedje volbenzine hebt. En dan moet het interview nog beginnen! Ik ben erachter gekomen dat dingen die ik eigenlijk niet durf achteraf vaak helemaal niet zo eng blijken te zijn.

Ik hier?
Momenteel bevind ik me in de lelijkste, onpersoonlijkste hotelkamer van heel Nederland. Meestal hangt iemand nog wel één of ander quasi-diepzinnig schilderij in zo’n hok neer, maar zelfs die moeite hebben ze zichzelf hier bespaard. Ik overnacht hier voor mijn werk (natuurlijk), want het alternatief was tweeënhalf uur heen rijden en tweeënhalf uur terug. Niet helemaal mijn idee van nuttige tijdsbesteding. Dus typ ik mijn blog op het anderhalfpersoonsbed, terwijl ik probeer niet te luisteren naar alle details van het wipje dat mijn buren duidelijk aan het maken zijn. Gelukkig kan ik me die moeite straks besparen, want aan het enthousiasme te horen komen ze binnen nu en vijf minuten gewoon door het kartonnen muurtje héén beuken. Hoi buurman, ik hier?

Vergroeid
Eén ding is me vooral heel duidelijk geworden sinds ik journalistiek werk doe: ik kan niet zonder mijn mobiel. Niet alleen is dat kastje vol informatie mijn verbinding met de buitenwereld (het is niet alsof ik ook maar één telefoonnummer uit mijn hoofd weet), het is tevens mijn navigatiesysteem, wekker en snelle researchmogelijkheid.

Goeeeeeedemorgen!
Tijdens het inpakken vanmorgen ben ik iets heel belangrijks vergeten: de oplader van mijn mobiel. Daarom ligt mijn trouwe telefoontje nu zielig rood knipperend met nog slechts 4% batterij op het nachtkastje. In eerste instantie sloeg de paniek toe. Hoe moet ik op tijd wakker worden zonder mobiel? Toen wist ik het: een wake-up call. Je weet wel, dat je ’s ochtends met je verfrommelde hoofd uit bed wordt gebeld (waarin je toch al niet lekker hebt geslapen omdat ze in hotels altijd plastic over de matrassen spannen, zodat ze niet in één grote lichaamssappenspons veranderen) en dat je dan aan de andere kant van de lijn de zonnige stem van de receptioniste hoort, die je als een soort vrouwelijke Gaston uit je bed goeeeeeeedemorgen’t… Ik kan geen slechtere manier bedenken om de dag te beginnen.

The wake-up channel
Bij gebrek aan beter vraag ik het toch maar na bij de receptie. Het meisje weet me te vertellen dat er ook een wekkerfunctie op mijn tv zit. Net heb ik dus heel Inspector Gadget mijn televisie zitten programmeren om me morgenochtend wakker te bliepen. Of buzzen. Of loeien. Eigenlijk weet ik niet wat voor geluid de wekker van de tv maakt, want ik heb hem nog niet uitgeprobeerd. De kans bestaat dus dat ik morgenochtend helemaal niet om kwart over zeven wakker word, maar dat ik gewoon tot diep in de middag lig te stinken op mijn plastic zeiltje. Dat risico durf ik te nemen. Dankzij mijn werk? Misschien. Ik leer het langzaam wel, dat living on the edge  😉

Moet jij weleens uit je comfort zone stappen voor je werk?

Foto: privébezit