Fleur Meijer: ‘Ik stormde uit bed, de gang door en trok briesend de voordeur open’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Het gebeurde voor de derde week op rij. In de nacht van woensdag op donderdag: typisch zo’n nacht waarin ik graag slaap, en liever niet rechtop zit met levendige moordfantasieën. Maar dat zat ik vannacht dus wel. Dit was geenszins de schuld van de Kameel, die er zoals altijd bijlag als een glimlachend cherubijntje, vredig wiegend in Morpheus’ armen. Híj wel. Met z’n christelijke bedtijden. Ik zat wederom rechtop in bed. De Nachtmerrie was er weer. Waar ze vandaan komt, waarom ze verschijnt: het zijn vragen waar ik niet eens aan tóekom. Wat ik wel weet, is dat deze nachtmerrie echt is. In de meest letterlijke zin van het woord: ze is een meisje dat hinnikt in de nacht. Om de twintig seconden, met loeiende, gierende uithalen. De nachtmerrie meent namelijk dat woensdagnacht een uitstekend tijdstip is om vlak bij ons slaapkamerraam dingen heel erg grappig te vinden. Ongetwijfeld voert ze haar martelpraktijken niet alleen uit; er moet iemand bij zijn die haar zo hard laat hinniken. Maar het griezelige: dat klaarblijkelijke cabaretkanon hoor ik niet. Alleen die tergende, penetrerende, gekmakende, vuistenballende, tenenkrommende keelklanken. De vorige twee keren dat ik haar hoorde, had de nachtmerrie geluk met mijn beschaafde, gelijkmatige karakter. Vannacht niet. Het was een dag geweest waarin ik twaalf uur had gewerkt, tien eieren uit de koelkast had laten vallen en met blote voeten op twee naaktslakken had gestaan. Ook had ik drie puisten.
Ze was nu dichterbij dan ooit. Ik hoorde zelfs haar handlanger: een hij. En hij fluisterde onhoorbare grappen die haar harder lieten hinniken dan ooit. Ik had een nachtmerrie en een paardenfluisteraar aan de andere kant van mijn slaapkamerraam. Ja, bijzonder koddig allemaal, vooral als het anderen zou overkomen. Maar nu was het mijn bloed dat zich in rap tempo opwarmde, met een apocalyptisch kookpunt dat nog maar een paar keer hinniken van me verwijderd was. De oorlog was nabij. En ik had genoeg Game of thrones gezien om deze veldslag voor eens en voor altijd te winnen. De frontale aanval. Open vizier. Fight with honour. Nog even, nachtmerrie, en je jankt om genade en noemt me your grace. Ik telde af. Nog drie… twee… Nog één keer… Daar ga je. Ik stormde uit bed, de gang door en trok briesend de voordeur open. Daar zat ze, links op de stoep. 
De nachtmerrie bleek een jong meisje, de paardenfluisteraar een jongen met een arm om haar heen. 
Ik deed mijn mond open, van plan om het drakenvuur te openen. Ik zag dat ze een bloemetjesjurkje aan had. Hij had blonde pijpenkrullen. Mijn mond stond nog steeds open. En ineens hoorde ik mezelf zeggen: ‘Jongens, fijn dat jullie het zo leuk hebben, maar willen jullie misschien íetsje verderop gaan zitten? Ik probeer te slapen.’ ‘Sorry mevrouw!’ zei 
de nachtmerrie. ‘Excuses hoor,’ zei de paardenfluisteraar. Na dit schandelijk staaltje pacifisme 
lag ik nog lang wakker. Mevrouw. Ook dat nog.

Lees ook Fleur’s column van vorige week: ‘Wat is nou zeven jaar en vijftien kilo, dacht ik. Helemaal niets!’

Fleur’s column is afkomstig uit VIVA 36-2018. De editie ligt in de winkel t/m 9 september. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

P.S: VIVA goes digital! Ga naar VIVA.nl/scan en scan de nieuwste VIVA met je telefoon. Dan shop, lees en ontdek je nóg meer.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«