Fleur Meijer: ‘Een tsunami van schimmel, shag en overige stank deed me naar adem happen’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Een tsunami van schimmel, shag en overige stank deed me naar adem happen.

Het is een hachelijk moment des levens: iemand die je op straat lachend tegemoet komt lopen met de woorden ‘Hé! Hoe is het met jou dan!’ Waarna je die iemand aankijkt, de tandwielen in je hersenen bijna hoorbaar beginnen te knarsen, geen idee hebt, het nogmaals probeert, serieus echt nog steeds geen idee hebt, en dan maar, nét voordat de ontreddering van je gezicht te lezen is, teruglacht en ‘Prima! Met jou?’ roept.

Hij was breed en gedrongen, in een gevlekt hemd. Vettig haar plakte op zijn knoestige vleeshoofd, vuile voeten in badslippers.
‘Goed! Ik ga weg hè?’ Hij wees naar het huis op de hoek. Het huis met de rotte kozijnen en afgebladderde deur. Het huis waar ik nog nooit licht heb zien branden. Er hing een bord aan het raam. Verkocht.
‘Twéé ton winst!’ riep hij. ‘Ik heb gewoon twéé ton winst gemaakt! Ze zijn helemaal gek geworden hiero.’
Verdomd. Nu wist ik het weer. Vijf jaar geleden heb ik zijn garage doorzocht. Mijn innig geliefde kater was verdwenen en ik kamde al huilend en flyerend de hele buurt uit. Hielp allemaal niets, mijn kater is nog altijd verdwenen. Maar goed, ik weet nog dat hij heel aardig voor me was. En hij had nu dus twee ton winst. ‘Jeetje, gefeliciteerd!’ zei ik. ‘Ik dacht eigenlijk dat dit huis al heel lang leegstond.’

Hij trok een van zijn woekerwenkbrauwen op en barstte uit in een vreemd, hol geschater. Ik zag dat er her en der een tand miste. ‘Nee joh, ik woon hier al dertien jaar. Ik zat alleen altijd in de kamer boven. Te gamen weet je wel. Beneden had ik niets te zoeken. Maar nu wel! Ik heb een beamer gekocht. Met een gelúid, niet normaal. Die moet je even zien. Kom!’
Ook al zo’n hachelijk moment des levens: iemand die je een beamer wil laten zien terwijl je geen behoefte hebt om die beamer te zien en dan, nét voordat de weerstand van je gezicht af te lezen is, ‘Nou oké, even dan’ zegt.
De afgebladderde deur ging open. Een tsunami van schimmel, shag en overige stank deed me naar adem happen. ‘Kijk dan!’ Hij wees naar Adele, die dankzij de beamer op de muur aan het zingen was, en begon aan een monoloog over aantallen DPI en andere technische specificaties. Ik keek niet naar Adele. Ik keek naar de kale vloer. Naar de vale bank met scheuren. De berg halveliterblikken eromheen. Ik keek naar de overbloezende asbakken, de vloeitjes, de uitgeschraapte plastic zakjes, de rol folie in de hoek, uit elkaar getrokken balpennen, pasjes met witte randen, opgerolde treinkaartjes, weggemoffelde dvd-hoesjes, lege flessen op het aanrecht.

‘Wat een ding hè?’ En daarna, toen hij mijn gezicht zag: ‘Let maar niet op de troep. Ik ben niet zo van het opruimen. In mijn nieuwe huis ga ik het wel helemaal mooi maken. Ik heb nog een ton over. Dus dat gaat helemaal goed komen.’
‘Tuurlijk!’ riep ik.
Gelukkig keek hij weer naar Adele.

Lees Fleur’s column van vorige week hier. ‘Fleur Meijer vraagt zich af: ‘Hebben huishoudelijke apparaten een ziel?’

Deze column van Fleur komt uit VIVA 28. Deze editie ligt t/m 17 juli in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«