Fleurs column: ‘Niemand heeft een clown ooit een goede grap zien maken’

Persoonlijk heb ik het, net als die andere 99 procent van de mensheid, niet zo op clowns. Dit komt, en hier kan die andere 99 procent over meepraten, door gebeurtenissen in de vroege jeugd. Plus het feit dat niemand ooit een clown een goede grap heeft zien maken, natuurlijk.

Hoe dan ook, in mijn geval begon het allemaal met Clown Cor. Ik was een jaar of zes en het was Koninginnedag. Wij dorpskinderen zaten in de grote tent op het veld en keken naar Clown Cor. Wat Clown Cor precies deed op het podium is me niet bijgebleven. Het zal iets inspirerends zijn geweest met ballonnen vouwen, jongleren met leverworsten en struikelen 
over flapschoenen, en ik zal het niet bijster geestig gevonden hebben.
Wat me wél is bijgebleven, is dat ik na afloop van de show nietsvermoedend over het veld liep, sinassplit in de hand, en achter de tent Clown Cor aantrof. Hij was alleen, keek nors voor zich uit en trok verbeten aan een peuk. Ik keek, kortom, naar een boze rokende clown. Die zonder dat ik het wist, bezig was mij uit het kinderparadijs weg te sleuren, met die sluwe schminktronie van ‘m. Clown Cor kreeg al snel in de smiezen dat er een kleuter met een sinassplit naar hem stond te staren.

‘Zeg, heb ik wat van je aan of zo!?’ Iedereen die dit op zesjarige leeftijd naar zich toe kreeg geblaft door een rokende clown weet: dat komt nooit meer goed. Maar het ergste, een aantal jaar later, moest nog komen. Ik zat, zoals elke zaterdagavond, op de bank voor de tv. Medisch Centrum West zou weldra beginnen, en 
ik verheugde me erg op de ontwikkelingen omtrent de scheiding van Dick en Reini en, uiteraard, de strapatsen van dokter Eric. Het reclameblok was net voorbij toen ik nog de aankondiging van een film zag. Er verscheen een jongetje in beeld, bibberend in de hoek van de badkamer. De muziek was onheilspellend en hij staarde naar het doucheputje.

En toen.
Een clown. Een clown die uit het doucheputje kwam. Een clown met tanden.
Oude Pekela* nog aan toe zeg, wat was dít?
It, natuurlijk.
De enige film die ik nooit heb gezien, 
maar die desondanks toch in mijn jeugdtraumalaatje ligt, boven op de rokende Clown Cor.
Toch zei ik ‘Oké’ toen de Kameel gisteren meldde dat wij samen naar It zouden gaan. Nú, om precies te zijn. Hij had al kaarten. Ik keek de nieuwe trailer, het laatje vloog open en ging niet meer dicht.
Onderweg naar de bioscoop liet ik de Kameel zweren dat hij na de film geen enkele imitatie van It zou doen, vooral niet in het donker en al helemaal niet in de buurt van doucheputjes. Ook oefende ik alvast een snoekduik onder zijn oksel, voor als het té eng zou worden.
Natuurlijk werd dat het niet.
Niet eens een beetje.
Helemaal nooit. Jammer.
Clown Cor, als je dit leest: weet dat ik je nooit zal vergeten.

VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden