Gedoe op de werkvloer: ‘Met Rick valt niet samen te werken. Wat nu?’

Het eerstejaarsteam van de opleiding bedrijfskunde moet alle zeilen bijzetten om ondanks de continue stroom aan bezuinigingsmaatregelen goed les te blijven geven. Gelukkig heerst er een grote collegialiteit onder de docenten en zo kunnen ze veel samen opvangen. Alleen Rick valt erbuiten. Hij gaat volledig zijn eigen gang. Tot grote ergernis van zijn teamleden.

Mirjam: ‘Met ons team van zestien docenten verzorgen we het eerste jaar van de opleiding bedrijfskunde. Dat is een stevige klus, want van bovenaf worden er continu veranderingen, zeg maar bezuinigingen doorgevoerd. Wij komen daardoor steeds meer in een spagaat: we moeten met steeds minder middelen zorgen dat onze studenten toch een goede opleiding krijgen. Dat vraagt van ons allemaal een grote inzet en veel flexibiliteit.

Het probleem is onze collega Rick. Rick is aartslui en kan totaal niet samenwerken. Hij houdt zich aan geen enkele afspraak, is altijd te laat met stukken inleveren en die stukken zijn dan ook nog eens onvolledig. Wij vermoeden dat hij soms zelfs feiten verzint omdat hij te lui is om zaken uit te zoeken. Saskia, de teamleider, heeft hem vijf jaar geleden verantwoordelijk gemaakt voor twee vakken, die hij helemaal in zijn eentje verzorgt. Niemand weet precies wat daar allemaal gebeurt en hij doet er altijd heel geheimzinnig over.

Maar zijn studenten komen bij ons klagen dat hij niet duidelijk uitlegt wat ze moeten leren en dat hij nooit reageert op inhoudelijke vragen. Natuurlijk zoeken we dat dan voor ze uit, het gaat immers om hun opleiding. Toen er nog voldoende fte’s waren, was die ruimte er ook. Maar nu de middelen schaars worden, gaat het ons steeds meer tegenstaan dat wij altijd moeten opdraaien voor de steken die Rick laat vallen. Saskia zegt dat ze niets kan doen omdat Rick een vaste aanstelling heeft, maar wij zijn helemaal klaar met die man.’

Rick: ‘Ik heb een eigen systeem. Voor de twee vakken die ik geef, heb ik in mijn eigen tijd een programma opgesteld en een studiehandleiding geschreven. De studenten hoeven die alleen maar te volgen. Hoewel alles daarin staat uitgelegd, neem ik in de eerste les altijd nog even tijd om de grote lijn uit te leggen en om vragen te beantwoorden. Je hebt altijd studenten die het dan nog niet begrijpen, maar ja, dan vraag ik me af of ze wel geschikt zijn voor deze opleiding. Een beetje niveau mag je toch wel verwachten?

Met mijn collega’s heb ik een zakelijk contact. Ik heb geen behoefte om in de kantine bij ze te gaan zitten. Ik kom hier om te werken, niet voor de gezelligheid. Ik heb sowieso niet zo veel met ze te maken, want ik regel mijn lessen zelf.

Ik begrijp niet wat Mirjam bedoelt met ‘opdraaien voor de steken die ik laat vallen’. Ik laat geen steken vallen en ik heb nog nooit gemerkt dat mijn collega’s iets voor mij deden. Wanneer doen ze dat dan? Als ze met mijn studenten spreken, zou ik dat wel graag willen weten. Waar hebben ze het dan over? Ik zie mijn studenten elke week en als ze klachten hebben, kunnen ze ook naar mij komen. Dat ik feiten verzin, is absoluut onjuist. Alles is onderbouwd en ik doe exact wat er in mijn taakomschrijving staat. Waarom zou ik feiten verzinnen? Echt, ik snap niet waar Mirjam het over heeft.’

De mediator: ‘Op het eerste gezicht lijkt het zo’n simpele situatie: één medewerker doet het anders dan het team, het team heeft er last van. De leiding kan er niets mee. Het team moet het oplossen, maar hoe? Is het werkelijk zo? Wat willen jullie eigenlijk bereiken voor de leerlingen? Hoe bereiken jullie dat? Wat zijn daarvoor de afspraken, of zijn die er niet? Waar zijn de momenten dat je samen in overleg gaat en wat betekent dan een zakelijke verhouding? Allemaal vragen waarop in jullie lezingen geen antwoord wordt gegeven. Wat is het belang van het hele team. Stel dat het zo is, dat Rick het op een andere manier doet terwijl een uniforme manier volgens de procedures moet worden gevolgd om tot jullie visie te komen, hoeveel tijd kan voor een verandering worden gegeven? In de antwoorden zullen best wel verschillen naar boven komen. Ik denk ook overeenkomsten, want ik hoor jullie geen van beide zeggen dat de school geen prettige werkgever is. Het is goed, denk ik om eerst eens de scope te bepalen van de onderwerpen die dit conflict raken. Die zijn waarschijnlijk breder dan we nu belichten. Van daaruit kun je kijken welke onderwerpen besproken gaan worden. De verschillen zullen stof tot overdenken en bespreken geven. Van daaruit hoor je wát het verschil voor de een of de ander betekent. Er zijn misschien in het team, dat nu als een verder homogene groep wordt gezien, ook verschillen die een aandeel krijgen in het gesprek. Op sommige onderwerpen staat Rick misschien helemaal niet alleen. Dat kan allemaal zichtbaar worden als de focus verandert naar een bredere kijk op de situatie.

Over de mediator

Michiel Hordijk (45) is de initiator van de Mediation Supermarkt: een handig boek met uitleg, mediation of een leuk item voor de kinderen helpen om rust te vinden in een lastige periode. Als vader van een dochter uit een eerder huwelijk en een zoon in zijn huidige relatie staat hij zelf dagelijks voor de keuze hoe je omgaat in alle verschillende situaties op het werk en in je gezin. Wekelijks gaat hij op VIVA.nl in op een voorgelegde situatie en geeft hij een tip hoe met de situatie kan worden omgegaan. Heb je zelf een vraag of situatie die je wil voorleggen aan Michiel? Mail deze dan naar info@mediationsupermarkt.nl.