Holiday from hell: ‘In de bus werd ik direct omsingeld door vijf mannen’

Het ticket is geboekt, de ‘Lonely planet’ is doorgebladerd: laat die exotische droomreis maar beginnen. Toch? Toen Annette(28) voor 3,5 aan het reizen was door Indonesië, liep het allemaal net even anders. Haar reisadvies: “Check van tevoren goed in wat voor wijk je hostel staat.”

Tekst Rhija Jansen | Foto’s iStock

“Nadat we op Java geland waren, ging het meteen al mis. Geen enkele taxichauffeur leek te weten waar ons hostel was. Uiteindelijk was er eentje die ons meenam en algauw werd duidelijk waarom de andere chauffeurs ons niet mee wilden nemen: ons hostel bleek in de getto van Jakarta te staan. Overal waren slagbomen waar we doorheen moesten en er stonden huisjes van spaanplaten. Uiteindelijk wilde de taxichauffeur niet eens verder rijden omdat het een te gevaarlijke no-go-area was. We twijfelden of we iets anders moesten boeken, maar we hadden al vooruitbetaald en hadden het toen niet echt breed. We gingen ervoor en uiteindelijk zagen we tussen al die krotten één mooi huis opdoemen: ons hostel. Eenmaal in bed, vielen we als een blok in slaap.”

Vluchten of vechten

“De volgende ochtend wilden we met de lokale bus naar het centrum. Ik was de eerste die instapte, Niels volgde. In de bus werd ik direct omsingeld door vijf mannen die mijn buiktas van mijn middel probeerden te rukken en de banden van mijn backpack probeerden door te snijden. De bus was gaan rijden, die chauffeur zat duidelijk in het complot. De bus was propvol en níémand deed wat. Je hoort weleens dat je in bedreigende situaties vlucht of vecht. Ik vocht. Ik gilde en sloeg om me heen. Ze hadden snel door dat ze aan mij de verkeerde hadden, dus stortten ze zich op Niels. Niels was zo overdonderd dat hij verstijfde, waardoor de mannen alles van zijn lijf rukten, behalve zijn backpack. Toen stopte de bus plotseling en sloegen de dieven op de vlucht. Dit gebeurde allemaal in een paar minuten. Paspoorten, geld, het fototoestel, telefoon, ze hadden alles van waarde bij zich. Ik was woest, maar ook in shock: hoe is het mogelijk dat dit ons op dag één overkwam? Niels nam ik niks kwalijk, hij was gewoon helemaal overdonderd.”

Kwetsbare westerlingen

“Nadat we alles met de bank hadden geregeld, wilden we maar één ding: weg uit Jakarta. Maar alle treinen die naar onze volgende bestemming, Jogjakarta, gingen, waren volgeboekt. We besloten een trein te nemen die ons zo ver mogelijk zou brengen. De avond was al gevallen toen we op ons eindstation aankwamen, een stadje dat niet in de Lonely Planet stond. We wilden verder reizen, naar een bekendere plek, maar er bleken geen treinen meer te gaan. Op het perron stond een groep van zo’n dertig mensen te wachten, op vrienden of familie, dacht ik. Maar toen Niels en ik het station verlieten, liepen al die mensen als een grote kudde met ons mee. Ze begonnen aan de ritsjes en clipjes van onze tassen te trekken, deden niet eens hun best om het stiekem te doen, ze graaiden gewoon. ‘Stop it! Leave us alone!’ riep ik, maar ze gingen gewoon door, zonder iets te zeggen. Het leek wel alsof ze allemaal een soort drugs hadden genomen, en voor niks gevoelig waren. Toen werd ik zo verschrikkelijk bang. Je loopt daar kwetsbaar, als twee westerse blanken in het donker, omringd door locals die aan je tassen trekken. Niels is een beer van een vent, maar ook hij was echt bang. Ondertussen begonnen die mensen ook nog eens met felle zaklampen op ons te schijnen, waardoor we nog meer een prooi werden.”

Angsthazen met een mes

“Toen we eindelijk een hotel vonden, bleek het vol te zitten. Het eerstvolgende hotel was om de hoek. De groep mensen stond ons buiten op te wachten en begon meteen weer aan ons te plukken. Ik hield mijn megazware backpack in mijn armen voor me, zodat ze in elk geval niks eruit konden halen. Op een gegeven moment werden er zelfs stenen naar ons gegooid! Het andere hotel was niet goedkoop, maar dat kon ons niks schelen. Als we maar van die enge straat konden zijn. Op onze kamer op de eerste verdieping keek ik naar buiten. Vanaf de parkeerplaats staarde de groep mensen terug, zó éng. Ze stonden gewoon te wachten tot we weer naar buiten zouden komen. We voelden ons niet bepaald veilig.

Met ons zakmes uitgeklapt onder ons kussen, probeerden we in slaap te vallen. Toen dat eindelijk was gelukt, schrok ik opeens wakker. Er stond iemand aan onze deur te morrelen. Het klonk alsof hij met een ijzerdraadje of een verkeerde sleutel ons slot open probeerde te krijgen. Mijn lichaam verstijfde compleet, en ik begon verschrikkelijk te zweten. ‘Niels,’ siste ik. Hij schrok wakker, en had meteen door wat er aan de hand was. Als twee angsthazen lagen we naast elkaar in bed te fluisteren. Niels wilde de deur opentrekken en keihard schreeuwen dat ze weg moesten gaan, maar dat vond ik een slecht plan. Straks lokten we daarmee alleen maar meer geweld uit en daar was ik té bang voor. Uiteindelijk stopte het gemorrel, waarschijnlijk gaven ze het op. De volgende ochtend was de groep verdwenen. Blijkbaar kwamen ze alleen tevoorschijn als het donker was.”

Spierpijn

“We vervolgden onze reis naar Jogjakarta, en daar hadden we het een paar dagen op zich wel naar ons zin. Er waren meer backpackers en ik voelde me redelijk veilig. Totdat we op zoek waren naar een restaurantje en een scooterrijder me in het voorbijgaan vol bij mijn borsten greep. Ik was woedend. We deden niemand kwaad, liepen gewoon op straat. Waarom zou je zoiets doen? Ik was er helemaal klaar mee, wilde alleen maar weg van Java. Mijn moeder regelde tickets, en gelukkig verliep onze reis op Lombok en Bali wel vlekkeloos. Toch hebben de gebeurtenissen van de eerste dagen de vakantie wel overschaduwd. Ik heb dagenlang spierpijn in mijn hele lijf gehad, omdat ik verkrampt van angst in dat hotelbed had gelegen. Sindsdien heb ik nog een aantal keer zonder problemen gebackpackt, maar in Indonesië zul je me nooit meer tegenkomen.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 30. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «