Ik ben weer uitgewoond

Woensdag 14.00 uur, ik bezichtig een huurwoning op de wallen. “Dag buurvrouw” zegt de langbenige latextravestiet in het peeshokje. Ik moet me langs hem/haar worstelen om bij de voordeur te komen. “Dag buurman…of eh…buurvrouw” bloos ik terug. “Wat jij wilt schat” zegt ze, en blaast me een kusje toe. Ik heb de woning toch maar niet genomen.

Tere kinderzieltjes
Persoonlijk heb ik niks tegen heren op hakken die zo centjes verdienen. Maar ik wel twee kleine kindertjes, die ik graag nog even onschuldig wil houden. Om nog maar te zwijgen van de vriendjes die na één keer spelen nooit meer terug mogen komen van hun geschokte ouders. Het geeft wel aan hoe zeer mijn grenzen zijn opgeschoven in de 2,5 jaar dat ik nu al naar een betaalbare huurwoning zoek. Eerst hoopte ik nog op een woning in de buurt van hun school. Nu ben ik blij met alles, als er maar een dak op zit en ik er niet na zes maanden weer uit moet.

Dubieuze woningaanbieders
Ik heb de laatste jaren op woningen gepast van vriendinnen die op vakantie waren, ik heb illegaal in onderhuur en anti-kraak gewoond. Ik heb me voor veel geld inschreven bij dubieuze woningaanbieders, die me bestookten met een woningaanbod dat ver boven mijn budget lag of met woningen die altijd nét toevallig niet meer beschikbaar waren. Ik heb gepraat met makelaars, met ambtenaren en met huisjesmelkers en mijn Facebookvrienden gestalkt met noodkreten.

Gedwongen verhuizen
Steeds moest ik weer verhuizen. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik daartoe gedwongen werd. Het is erg stressvol om te moeten leven met de onzekerheid dat je iedere paar maanden een andere woonplek moet vinden. Zoals nu ook weer. Op 1 oktober valt het doek en ik heb nog niks gevonden. Een bonafide woning huren blijkt onmogelijk als je een bescheiden freelance inkomen hebt. Ik verdien te weinig om een vrije sector woning te mogen huren; particuliere verhuurders hebben alleen studentenkamers voor de huur die ik kan opbrengen, en ik heb met mijn twee jaar inschrijving geen enkele kans op een woning van de gemeente. Urgentie krijg ik niet, want ik ben co-ouder en mijn ex is in ons (voor mij onbetaalbare) koophuis blijven wonen. Omdat ik ben vertrokken, ziet de gemeente mij als ‘persoon zonder kinderen.’ Dat mijn kinderen, als ze niet bij hun papa wonen, ook een dak boven hun hoofd moeten hebben, doet er blijkbaar niet toe.

Stomme scheefwoners
Kortom ik zit klem. Dankzij alle mensen die gaan samenwonen en hun oude woning niet opgeven maar voor de dubbele prijs onderverhuren. Dankzij de scheefwoners, die een topinkomen hebben maar nog steeds wonen in een huis met een huurtje van driehonderd euro. Maar vooral dankzij de gemeente, die vasthoudt aan een onzinnig systeem dat gebaseerd is op de duur van je inschrijving. Waardoor mensen die al een woning hebben voorrang hebben op diegenen die er eentje zoeken en je minstens tien jaar op de wachtlijst moet staan om in aanmerking te komen voor een vochtige kelder in de een buitenwijk. Een gemeente die 1,3 miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg heeft staan en er dan met een duur ‘transformatieplan’ voornamelijk hotels van maakt. Blijkbaar is het belangrijker dat de toeristen een dak boven hun hoofd hebben dan dat er betaalbare woningen voor Amsterdammers gecreëerd worden! Zo. Dat moest er even uit. Dan ga ik nu maar een krantje halen en de woonbijlage spellen.

foto: Flickr