In bad gaan is vies

Ik heb net een uur in bad gezeten. Ik heb me nog nooit zo vies gevoeld.

Badmensen en douchemensen
Je hebt badmensen en je hebt douchemensen. Ik ben een douchemens. In een minuut of tien voer ik routinematig mijn regendans uit. Een gebruikte handdoek van het rek gaat op de grond, een grote en kleine handdoek hang ik over de rand van de douchecabine. Ik stap in de witte bak en richt de waterstraal op mijn voeten tot alle sokpluizen tussen mijn tenen vandaan gespoeld zijn en het water warm is. Ik hang de douchekop boven mijn hoofd en wacht tot ik overal even nat ben. Dan bouw ik een schuimtoren op mijn hoofd en geef Roberto ook een toefje. Ik haal zonder te kijken een scheermes onder mijn armen door terwijl de warme straal alle schuimvlokken naar het putje voert. De kraan gaat uit, ik wikkel een handdoek om mijn haar en laat een billenstempel achter op het beslagen glas. Klaar is Kees.

Lijk ik al op een rozijn?
Ik heb thuis altijd een bad gehad. Vroeger was dat leuk, want toen had ik dingen te doen in bad. Dingen die te maken hadden met plastic bekers, dierensponsjes en verdrinkende Barbiepoppen. In de loop der tijd ben ik het bad saai gaan vinden. Daar zit je dan, te wachten tot je tenen op rozijntjes lijken.

Alleen kijken en voorzichtig snuffelen!
Om de afstompende aangelegenheid die badderen heet iets aangenamer te maken zijn er allerlei vernuftige attributen uitgevonden. Denk aan de zeepketting. Een touw met stukken zeep in allerlei vormpjes. En nu moet je niet denken dat je die ketting even lekker tussen je benen heen en weer kunt halen. Er zitten namelijk allerlei puntige dingetjes aan geregen. Schelpen en kralen en stokjes! Een zeepketting is alleen om naar te kijken en om voorzichtig aan te snuffelen.

Lavendelkleurige steentjes in lichaamsplooien
Als je uitgespeeld bent met je zeepketting, ben je toe aan de volgende ronde amusement: het scrubben. Eén keer heb ik per ongeluk een douchegel met scrubkorrels gekocht. Wat is dat vies. Twee dagen later viste ik nog kleine lavendelkleurige steentjes uit lichaamsplooien. Voor de badliefhebbers is er de overtreffende trap van scrubgel, namelijk badzout. Het komt in allerlei kekke kleuren en potjes, en je strooit het dus in bad. Maar waarom?! Dat is hetzelfde als een beschuitje in je bed verkruimelen voordat je gaat slapen. Of een handje zand in je broek stoppen voor je naar je werk gaat. Waarom toch, badderiken?

Het Grote Badderen
Vraag me niet waarom, maar ik wilde vandaag ineens in bad. Na het wegpoetsen van de natuurlijk gevormde antislipmap van haar en stof, laat ik het bad vollopen. Ik heb allerlei vormen van vertier om mij heen verzameld: een badradio, tijdschriften en een nagelvijl. Ik laat mij in het –iets te hete- water zakken, Het Grote Badderen kan beginnen.

Daniellesoep
Na bijna een uur ben ik het zat. Mijn armen worden koud van het omhooghouden van mijn boekje en mijn haar is aan de bovenkant al bijna opgedroogd. Ik draai de stop eruit en sta op om een handdoek om me heen te wikkelen. Ik voel het waterpeil naar mijn enkels zakken en kijk naar beneden. Ik zie dat mijn voeten in een ondoorzichtige poel staan. Ik buk om het soepje te analyseren. Na een uur weken heeft er blijkbaar van alles losgelaten. Zaken waarvan ik liever heb dat ze vast blijven zitten, zoals mijn opperhuid, wenkbrauwen en nagelriemen.

Een beetje onpasselijk probeer ik mijn eigen residu weg te spoelen. In bad gaan kan niet gezond zijn. En hygienisch is het zéker niet! Als iemand me zoekt: ik sta onder de douche.

Foto: gettyimages.com