Je moeder is een boer!

De muziek start en ze komt het podium op. Op haar hoofd prijkt een gek hoedje en op haar bovenlip een heuse plaksnor (die niet goed blijft zitten; de zijkanten laten al los). Ze draagt een geruit overhemd dat veel te groot is omdat ze het van mijn opa heeft geleend. Fanatiek playbackt ze mee met Normaals ‘De boer is troef’.

In geen honderdduizend jaar
Soms gebeuren er dingen in het dagelijks leven die je nooit had kunnen voorzien. Van die zaken waar je een jaar (of soms zelfs een uur) voor die tijd nog van had geroepen: ‘Yeah right!’ Dat ik auteur zou worden was weliswaar idioot gestoord en geweldig, maar ik heb het altijd al gewild. Dat mam nu verkleed als boer een nummer van Normaal playbackt tijdens de de jaarlijkse playbackshow in dit kleine dorp, dát is iets wat niemand ooit verwacht had. Zijzelf nog wel het minst.

Randstadmuts
Mam kon je altijd uittekenen in een mantelpakje en op hoge hakken. Zonder make-up ging ze de deur niet uit en eigenlijk deed ze de deur ook niet open voor de postbode als haar kapsel niet in model zat. Zo’n typische Randstadse manager, vonden veel mensen toen we naar het noorden van het land verhuisden. Tot op zekere hoogte paste ze zich aan: ze schafte (dure) buitenlaarzen aan, probeerde heel aandoenlijk een gesprek te voeren met de knauwende schoorsteenveger en droeg zo nu en dan zelfs een fleecetrui. Maar hoewel je de muts wel uit de Randstad kunt halen, krijg je de Randstad nooit helemaal weg uit de muts. Althans, dat dacht ik.

File!
Ik herinner me nog levendig de reden van onze verhuizing: mijn Frank woonde in Groningen en hij zou de drukte in ‘onze’ Randstad nooit aankunnen. ‘Als er drie auto’s op het Julianaplein staan, zegt Frank: “O nee, er is file!”’ lachte mam vroeger weleens. Ruim tien jaar later zitten we samen in de auto. Voor ons gloeit een bescheiden rijtje remlichten op. Mam mompelt verontrust: ‘Ik hoop dat het geen file wordt.’

Het ultieme bewijs
Toen kwam het drastische besluit. De ommezwaai. ‘Hoi lieverd,’ zei mijn moeder bijna drie jaar geleden zonnig door de telefoon. ‘We gaan het huis verkopen, ik zeg mijn baan op en we beginnen een bed & breakfast in Spijkerboor!’
‘Eh… grapje?’ vroeg ik voorzichtig.
Geen grapje. Bloedserieus en vol overtuiging, zo klonk ze over het starten van een B & B in een klein Drents plaatsje en daarvoor haar snelle managersbaan en mantelpakjes aan de wilgen te hangen.
Dus, dit is die midlifecrisis waar iedereen het over heeft, dacht ik. Het laatste wat ik had verwacht was dat mam zich naast het draaiend houden van een (florerende!) B & B ook nog actief zou gaan inzetten in het dorp. ‘Als je maar niet denkt dat ik mee ga doen aan de sport- en spelweek,’ riep ze stellig. En nu staat ze hier op het podium te swingen met het halve dorp en zingt boven iedereen uit dat de boer troef is. Veel te grote klompen, spijkerbroek, plaksnor – check. Deze playbackshow is het ultieme bewijs dat mam is geslaagd voor haar inburgeringscursus Dorpsleven. Read my lips.

Foto: privébezit (dat is niet mijn moeder met een plaksnor, hoor. Heus niet.)