Je wordt bedankt, 15-jarige ik!

geen

Op mijn vijftiende heb ik eens in een rebelse puberbui geroepen dat ik een hekel had aan bloemen. Het was op een bomvolle verjaardag, dus vanaf dat moment heeft mijn hele familie stevig in haar oren geknoopt: Lis moet je nooit bloemen geven. Daar heeft ze een hekel aan.

Groene Bruine vingers
Nu is het inderdaad zo dat ik niet goed ben met bloemen. En ook niet met planten. Eigenlijk is het zo dat alles met blaadjes, wortels of stengels onder mijn supervisie langzaam wegteert richting een wisse dood. Ik ben blij dat mijn relaties meestal een vruchtbaarder leven beschoren zijn. Dat betekent echter niet dat ik niet van bloemen houd. Ik blijf toch de trotse bezitster van twee X-chromosomen, wat mij automatisch vrij gevoelig maakt voor fleurige flora. Mijn uitspraak is echter een eigen leven gaan leiden.

Tulpenbollen
Dat eigen leven kwam voornamelijk doordat ik er destijds een vrij vurig betoog aan vastplakte over dat ik veel liever chocolade kreeg en dat je bloemen niet eens op kon eten. (Mijn oma weerlegde die laatste opmerking overigens met: ‘Nou, in de oorlog…’) Vanaf dat moment heb ik jarenlang een bloemenvrij leven geleid. Ik heb nog regelmatig geprobeerd om mijn omgeving ervan te overtuigen dat het gewoon een dwarse, ondoordachte uitspraak was, maar alsnog hoor ik op iedere verjaardag minstens drie keer: ‘Ik heb maar chocolade voor je meegenomen, want ik weet dat je een hekel hebt aan bloemen.’

Opstandige alto
Stel je toch eens voor dat ik alles nog hetzelfde zou doen en vinden als toen ik vijftien was. Dan zou ik nu nog steeds rondlopen in lampenkapbroeken van (niet zo) alternatieve winkels, mijn haar in zeven kleuren verven en alles ‘mainstream’ en ‘conformistisch’ vinden. Doodvermoeiend. Ook heb ik ooit het plan opgevat om kunst te gaan fabriceren van weggegooide paraplu’s en dat daarom niemand zijn binnenstebuiten geklapte paraplu meer aan de vuilnisman mee mocht geven. Dat ik vroeger een opstandige alto was schijnen mensen gemakkelijk te vergeten (gelukkig maar), maar dat ik zeshonderd jaar geleden heb gezegd dat ik bloemen stom vind, onthoudt iedereen. Zelfs mensen die me toen nog niet kenden.

Koos vaasloos
Het goede nieuws is dat ik sinds mei 2011 met enige regelmatig bloemen krijg, namelijk van mijn uitgeverij. En geen lullige bosjes tulpen van de buurtsuper, maar volle bossen die je goed vast moet houden met twee handen om het knisperende cellofaan heen. Heerlijk! Ik moet ze alleen wel altijd in een emmer zetten, want doordat ik jarenlang (schuin) afgesneden ben geweest van de wondere wereld van bloemen, heb ik nog altijd geen fatsoenlijke vaas in huis.

Ach ja, het leven gaat nu eenmaal niet altijd over rozen.

Foto: caterina.appia