Knikkeren

In de supermarkt lagen ze te blinken in een netje: knikkers. Ik moest ze wel meenemen, voor mijn kinderen en stiekem ook voor mijzelf. Jeugdsentiment, heerlijk. Vroeger had ik een zak vol en tussen de struikjes hadden we een plek met veel zwart zand, waar we kuilen hadden gedraaid met de hakken van onze schoenen. En daar spraken we dus af wat de inzet was. Knikkers natuurlijk, maar hoeveel en wat voor soort, daar ging het om, dat zorgde voor dat beetje strijdlust in het spel.

Bonken
Volgens mij hebben ze in elke streek hun eigen benamingen voor knikkers. Wij hadden: eentjes (ook wel: gewoontje), olie’s, kattenogen, spikkels en het meest geliefd waren de bonken of superbonken. Mijn vrouw noemt ze bollo’s. Dat waren die grote knikkers. En die knikkerden ook heel fijn. Ze waren natuurlijk het meeste waard van alle knikkers. En helemaal prijzig waren de superbonken, een maatje groter, maar dan weer net te groot om fijn mee te kunnen knikkeren. Ik hoefde ze niet. Ik had liever bonken. Bonken, het klinkt nog steeds lekker.

Voetbalveldje
Tijdens onze vakantie dit jaar werd er ook geknikkerd. Het knikkerfestijn werd georganiseerd door het animatieteam van de camping. Elk kind kreeg vijf knikkers: bonken. De leiding legde het spel uit, daarna werden de kinderen in groepjes naar een uithoek van het veld gestuurd. Het was een voetbalveldje. We speelden op de stukjes die kaal waren gespeeld, dus vlakbij de goals. Elke keer als mijn zoon een knikker moest gooien ging dat zo fanatiek dat de knikker ergens in het goal belandde. ‘Goal,’ riep ik dan. Dat vond overigens alleen ik grappig.

Regels
Het viel me op dat elk groepje er zijn eigen regeltjes op na hield. Bij sommige had je alle knikkers gewonnen wanneer je de eerste was die zijn eigen knikker in de pot had weten te mikken. Bij anderen werd de groep opgesplitst in duo’s die tegen elkaar mochten strijden. Eigenlijk waren de groepjes ook te groot om mee te gaan knikkeren. Ik kan me herinneren dat wij al ongeduldig werden als er vier spelers meededen, want dan moest je zo lang op je beurt wachten. Eigenlijk moet je met twee of drie kinderen zijn, dat is het leukste. Dan maak je ook het meeste kans om te winnen.

Wisselkoers
Hoe ging het ook alweer? Nou, eerst spreek je af met hoeveel knikkers je speelt. Wil je een olie winnen, dan moeten daar twee eentjes tegenover staan. Dat is een voorbeeld hè, ik weet niet hoe goed olie’s het tegenwoordig doen op de wisselkoersen. Wanneer er overeengekomen is wat de inzet is, worden alle knikkers vanaf de streep in het veld gegooid. Degene die na het gooien het dichtst bij de pot ligt mag dan proberen alle knikkers in de pot te rollen, door met gebogen wijsvinger tegen een van de knikkers te stoten. Wij speelden dan soms met hindernissen. Dan mocht je als tegenpartij een blokkade opwerpen door je voet tussen knikker en pot te plaatsen. Of je ging tactisch spelen: als je dacht dat je de knikker niet zou kunnen spelen, rolde je hem nog verder van de pot af.

Groezelig
Hele middagen waren we bezig. Soms had je geluk en won je heel wat partijtjes, maar zelfs al verloor je, dan waren er toch wat knikkers gerouleerd en zaten er weer andere in je netje. Hoe dan ook, je kwam altijd thuis met een vieze broek, die groezelig was bij de knieën. En je had een wijsvinger die zwart was van het zand. Prachtige tijden hadden we daar tussen de bosjes. Van mij mag het knikkeren weer helemaal hip worden.

CC foto: Jinx!