Loes Haverkort: ‘Humor relativeert’

geen

Loes Haverkort (32) speelt in de leukste series, films en toneelstukken. Vanaf 6 april is ze te zien als Susan in de telefilm Lieve Céline. VIVA sprak Loes over haar gezin, haar jeugd en haar emoties.

Vreugde
Als klein meisje groeide Loes op in Twente. In haar opvoeding was humor heel belangrijk. “Zie de humor van het leven in, dat relativeert. Lachen vind ik de ultieme vorm van vreugde. Ik schiet dagelijks in de lach. Soms is dat heel onhandig. In de film Lieve Céline mag ik het karakter van Esmée van Kampen totaal niet. In een scène probeerde ik zoveel mogelijk te walgen van haar, zij keek stoïcijns terug. We schoten keihard in de lach. Die opname moest vier keer over.”

“Dat ik zo snel lach, komt denk ik doordat ik dicht bij mijn gevoel sta. Als ik moet lachen, lach ik, als ik moet huilen, huil ik. Ik huil ook vaak van geluk. In de weken nadat mijn zoontje Johannes was geboren, anderhalf jaar geleden, was ik extreem gelukkig. In elke vezel voelde ik: dit is waar het leven om draait, liefde en familie. Tranen met tuiten boven dat wiegje.”

Liefde
Op zeventienjarige leeftijd had Loes een duidelijk beeld van de liefde van haar leven. “Hij was absoluut een muzikant, een intelligente man en we zouden samen in een deuk kunnen liggen. Ik ben nooit bewust naar hém op zoek gegaan, werd gewoon verliefd, kreeg relaties en dan bleken we toch niet bij elkaar te passen. Toen ontmoette ik Floris, pianist en componist. We werkten allebei voor de musical ‘Route 66’. Drie jaar lang waren we goede vrienden. Op een bepaald punt keek ik hem aan en dacht: maar jij bent alles waarvan ik als meisje al droomde.”

Verlies
Loes heeft ook een grote angst: de dood. “Misschien komt het doordat mijn vader plotseling is overleden. Hij was nog maar 49 toen hij een hartaanval kreeg. Ik was 20 en zat in Maastricht, waar ik studeerde aan de toneelschool. Het drong gewoon niet tot me door.”

“Het klinkt misschien maf, maar door mijn vaders dood ging ik beter acteren. Voor die tijd had ik het moeilijk op de toneelschool. Ik was niet zeker van mijn talent. Toen mijn vader overleed, kon het me geen reet meer schelen wat anderen van mij vonden. Of ik goed was of niet. Daardoor ging ik heel vrij spelen en deed ik alleen wat ik leuk vond om te doen.”

Lees het volledige interview in Viva 11 die vanaf woensdag 6 maart in de winkels ligt.