Luie donder? Niks mis mee!

Internationale Vrouwendag

Lui zijn, dat is niet iets wat je vol trots verkondigt tijdens een eerste date of sollicitatiegesprek. Maar dat zou je wel moeten doen. Want lummelen loont. Echt waar.

Tekst Amanda van Schaik | Foto’s Getty Images

“Ik ga een bekentenis doen. Ik ben er niet trots op, maar ik vertel het toch. Want het is tijd om het taboe te doorbreken, dus ik gooi het eruit: ik ben lui. Ik vind het nogal wat om dit wereldkundig te maken. De connotatie is weinig positief. De Dikke Van Dale leert ons dat lui zijn betekent dat je afkerig van inspanning 
of werk bent. Jullie denken nu vast dat 
ik een kansloze rukker ben die leeft van jullie belastinggeld. Geen zorgen, ik verdien m’n eigen geld. Ik ben niet werkschuw, maar ik zou het wel iets minder druk willen hebben, zodat ik meer kan luieren. Afkerig van inspanning, zo kan je me wel definiëren. Vorige week nog. 
Ik lag op de bank en wilde zappen. Met zo min mogelijk inspanning en beweging probeerde ik de afstandsbediening van 
de salontafel te pakken. Wat niet lukte; 
ik gleed van de bank en stortte als een zak aardappels op het vloerkleed. Waar 
ik vervolgens even bleef liggen, want 
ik dacht: dit ligt best lekker! Nadat ik 
genoeg fut had verzameld, klauterde ik toch maar weer op de bank. Vanuit een liggende houding, want ik had geen zin om op te staan. Toen mijn vriend vroeg waar ik in hemelsnaam mee bezig was, zei ik dat ik efficiënt omging met m’n energie.

No stress

Deze gedachtegang is volgens evolutionair psycholoog Annemie Ploeger van de Universiteit van Amsterdam niet eens zo gek: “Niksdoen is een manier om energie te besparen. We hebben een beperkte hoeveelheid energie, die per persoon verschilt, en we moeten beslissen waaraan we die besteden.” We weten allemaal dat we inspanning moeten afwisselen met rust. Maar we nemen te weinig rust en dit kan tot stress leiden. We zouden een voorbeeld moeten nemen aan 
bepaalde diersoorten. Ploeger legt uit: “Kijk naar de chimpansees, waarmee wij een gemeenschappelijke voorouder delen: zij houden zich vooral bezig met het 
verzamelen van voedsel en zodra dat erop zit, vlooien en slapen ze vrij lang. Chimpansees hebben wel stress in de zin van gevaren, zoals roofdieren, maar 
ervaren geen werkdruk. Ze komen hun bed vooral uit om voedsel te regelen. Als ze genoeg hebben, gaan ze met z’n allen zitten, wat wij chillen zouden noemen. Hun ‘werkdag’ duurt veel korter dan onze acht uur. We zijn niet geprogrammeerd om acht uur lang productief te zijn en zitten in een mismatch: we leven in een andere maatschappij dan die waarin we geëvolueerd zijn. Als wij minder gaan werken, zullen we veel minder stress ervaren. Met andere woorden: meer luieren kan stressverschijnselen verminderen.” Ha! Lummelen is dus goed voor de mens.

Nooit meer niks(en)

Maar in de praktijk is meer luiertijd lastig voor elkaar te krijgen. In de westerse maatschappij is het not done om te niksen. Volgens Tony Crabbe, psycholoog en auteur van ‘Nooit meer te druk’, is druk zijn een statussymbool geworden. Want door je omgeving te laten zien hoe druk je het hebt, door waar en wanneer je maar kunt te verkondigen dat je het druk hebt, wil je laten zien hoeveel je waard bent. Wanneer je iemand vraagt hoe het gaat, krijg je vaak als antwoord “Druk, druk.” En terwijl die persoon een beetje moeilijk kijkt en zucht, klinkt er toch een vleugje trots door. Vrijwel niemand die glunderend vertelt: “Nou, ik heb de hele dag niets uitgevreten, heerlijk joh!”

Hoe komt het dat we ‘druk zijn’ met stoer associëren, terwijl luiheid een ondeugd is? Gerrit Breeuwsma is ontwikkelingspsycholoog en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en heeft zich 
hierin verdiept: “Wij hebben een lastige verhouding met luiheid. Op veel momenten is die nuttig: om bij te komen van vermoeienissen bijvoorbeeld. Het 
probleem is dat we alles meten in economisch nut. Dan levert luiheid niet direct iets op. Filosoof en econoom Karl Marx zag arbeid als het belangrijkste: werk is een voorrecht en niksdoen slecht. 
Ironisch genoeg heeft zijn schoonzoon, journalist en politicus Paul Lafargue, juist over de vreugde van nietsdoen 
geschreven. Arbeid weerhoudt ons er 
namelijk van de dingen te doen die we liever doen. In zekere zin is lui zijn een toestand waar we allemaal naar verlangen, maar die we ons niet toestaan.”
Ik kan me hier helemaal in vinden. Als ik eerlijk ben, zou ik het liefst een paar dagen per week inruimen voor mergpijpjes eten, m’n telefoon negeren en dagdromen over een leven als pandaverzorger. Maar dat kan ik nooit doen, want er moet gewerkt worden. Luilakken zijn klaplopers, is mij geleerd. Dat luiheid slecht is, wordt ons met de paplepel ingegoten. Breeuwsma: “Ouders zijn bang dat 
kinderen lui zijn en sporen ze aan om dingen te doen. Kinderen ondergaan 
grote druk om altijd iets te doen wat 
nuttig is, niet alleen op school maar 
ook in hun vrije tijd. Maar de input die 
ouders geven – doe dit of ga dat doen – werkt maar even. Het spel dat niet wordt gedicteerd door de buitenwereld, maar door de kinderen zelf, is rijker en afwisselender: wanneer kinderen zich vervelen, worden ze op een gegeven moment 
gedwongen zelf iets te bedenken om 
te doen. En uit onderzoek blijkt dat ze deze activiteit veel langer blijven doen. Niksdoen of je vervelen is goed.”

Managers: meesters 
in nietsdoen

Dit geldt ook voor volwassenen: ook wij moeten meer niksen. Onze tijd wordt veelal ingevuld door buitenaf. Op ons werk, maar ook in onze vrije tijd. Je merkt dat er sociale druk is om altijd iets te doen. Als je terugkomt van een weekend Barcelona en je zegt dat je niets hebt 
gedaan, krijg je geheid opgetrokken wenkbrauwen: ‘En de Sagrada Familia dan?’ “Laat je vrije tijd niet invullen 
door wat anderen van je willen,” zegt ontwikkelingspsycholoog Breeuwsma. “Laat het idee los dat je de dingen die je doet voortdurend moet rechtvaardigen. Neem de tijd om niets te doen. In het niksdoen kun je op de meest essentiële manier jezelf zijn.”
Ook op je werk kun je best een beetje flierefluiten. En zeg eens eerlijk, dat doe je eigenlijk al. In het boekje ‘Liever lui, de kunst van effectief nietsdoen op het werk’, geschreven door de Franse econome en psychoanalytica Corinne Maier, wordt treffend beschreven hoe wij luiheid verbloemen, vertelt Breeuwsma. “We doen heel vaak niks terwijl we acteren dat we heel druk zijn. Managers, zo schrijft Maier, hebben van niksdoen hun baan gemaakt. Nietsdoen vergt trouwens wel moeite, want doen alsof gaat niet vanzelf. Daarom zie je managers altijd 
in de weer met ordners en gehaast van hot naar her lopen. Luiheid op het werk wordt zo vermomd.” 
Breeuwsma pleit voor het opheffen van het taboe op nietsdoen: “Ik heb voor 
het raam van mijn kantoor een heel mooie hortus, waar ik geregeld naar 
kijk. Betekent dit dat ik mijn werk niet goed doe? Natuurlijk niet. De toestand van niksdoen wordt opgeheven door 
vervolgens wel iets te doen. Vaak gaat aan een periode van creativiteit een 
periode van lummelen vooraf.”

Luiheid vs. passiviteit

Op sommige gebieden is ledigheid zeker geen pre. Tijdens de sex blaas je niemand uit bed door er maar wat lamlendig bij te liggen. Verder zorgen (andere) vormen van beweging en sporten er ook voor dat meerdere mechanismen van het brein worden gestimuleerd, vertelt klinisch neuropsycholoog Erik Scherder op 
scientias.nl. En luiheid die overgaat in passiviteit is weinig aantrekkelijk in een partner, zo heeft Mariëtte (37) ervaren. Haar vriend is een nietsnut en hier baalt ze behoorlijk van: “Hij is doorgeslagen in zijn luiheid. Hij is kunstenaar en als iets lastig wordt, wanneer hij een busje of 
gereedschap moet regelen bijvoorbeeld, heeft hij al geen zin meer. Dan doet ie maar helemaal niets meer. Wat mij dan ongelooflijk irriteert. Hij is dan zo sloom, zo lusteloos en dat vind ik verre van aantrekkelijk. Ik wil hem dan door elkaar schudden: sommige dingen moet je gewoon doen, anders sta je stil. Maar hij is liever lui dan moe en vindt dat prima.”

Hij zou er goed aan doen om het advies van Ad Vingerhoets, hoogleraar gezondheidspsychologie van Tilburg University, op te volgen: wees lui, maar doe het met mate. “Als luiheid een karaktertrek is, is dat niet positief. Probeer in dat geval je luiheid op gepaste tijden in te zetten en af te wisselen met activiteit. Zie het niet als een leefstijl.” Mariëtte zou op haar beurt wel wat meer rust willen inbouwen. 
“Misschien komt mijn irritatie ook wel een beetje voort uit jaloezie. Want hij is altijd heel relaxed, terwijl ik ’s avonds 
stijf van de stress sta en moet bijkomen van m’n werkdag.” Vingerhoets: “Als 
je een jachtige leefstijl hebt, alles vol-
plant en volbouwt met – zelfopgelegde – 
verplichtingen, durf dan een tandje terug te schakelen. We hebben allemaal rust nodig. Want als je altijd heel druk bezig bent, is dat dodelijk voor je creativiteit. Die vergt een soort van leeg zijn.” Mocht je moeite hebben met luieren, zie het dan als ontspanning. “Je zegt eerder: ‘Ik ga lekker ontspannen’ dan: ‘Ik ga vandaag eens verrekte lui zijn.’ Maar het is meestal hetzelfde.”

Zo zie je maar. Luiheid loont. Het is goed tegen stress, het is efficiënt energiegebruik en bevordert je creativiteit. Zet jezelf dus vaker op non-actief. Dat blijf ik zeker ook doen.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 30. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «