Maak dat de kat wijs: levenslessen van een kat

kattentrein

Ze leven altijd in het nu, hebben overal schijt aan en zijn zo lekker zichzelf. En we kunnen nog veel meer leren van een kat, aldus zelfbenoemd kattenfluisteraar Fleur.

Tekst Fleur Meijer | Beeld Shutterstock

Katten. Ach, katten. Met die puntige oortjes, waar op mooie dagen het zonlicht doorheen sijpelt. Met die sierlijke staart, kronkelend als een animeermeisje in een van de betere herenclubs. De geluiden die ze maken: de zachte voetkussentjes met elegant tikkende nageltjes als ze door de kamer lopen, of ronkend als een dieselmotor op je schoot of in je nek. Het klinkt alsof ze een aubade komen brengen. Katten hebben zo’n ongekend talent voor tevredenheid dat het geen wonder is dat de mens van oudsher hun mysterie wil ontleden. Momenteel is dit onderwerp zelfs populairder dan ooit. Anders zouden er niet maar liefst twee vers uitgebrachte boeken door mijn brievenbus vallen waarin precies dít vraagstuk wordt ontleed: Doe en denk als een kat! door Stéphane Garnier, en een exemplaar met de veelbelovende titel Catfulness: hoe een kat ons kan leren gelukkig en mindful te leven. Beide zijn internationale bestsellers, en dat begrijp ik best. Katten zijn al jaren de grootste sterren van YouTube, zo niet van het gehele internet. Met een filmpje van een veel te grote kat in een cornflakespak kan men nu eenmaal elke grote en kleine crisis bezweren; al is het maar voor even.

Daarbij schrijven schrijvers graag over katten. Ook dit begrijp ik best: schrijvers zijn over het algemeen scheef dichtgeknoopte neuroten die hun werkdagen slijten in zelftwijfel en eenzaamheid. Katten hebben dan ook de rol van collega en klankbord. Ze zijn zelfs niet te beroerd om af toe een zinnetje toe te voegen door met trefzekere pootjes over het toetsenbord te walsen. Mijn poes omschreef deze kwestie net nog als volgt: ‘chp493f019pqs[]lpkdwojfiewgry8q4r9’.

Waarom uitgesteld genieten als je het ook nu kunt doen?

Jazeker, ik heb natuurlijk ook katten. Amy, een grote witte ragdoll annex schorre operadiva. En Bruce, een schrandere siamees en vrijgevige gentleman. Het zijn toevallig de allerleukste katten die er in de wereld rondlopen. En ja, dat kan iedereen wel zeggen, maar in mijn geval is het gewoon de waarheid. Maar over Bruce en Amy later meer. Eerst nog even over de boeken in mijn brievenbus. De schrijvers beschouwen katten als diepe denkers, filosofen, volleerde zenmeesters. En beschrijven dit dan ook in bloedserieuze bespiegelingen. Welnu, dan vrees ik dat zij nog nooit een kat hebben zien kakken. Nee, dan zet ik mijn geld liever in op bioloog Midas Dekkers, die naar eigen zeggen alleen kinderen had gewild als zijn vrouw kittens kon baren. Wat hij óók zegt: katten zijn niet slim, ze zijn volstrekt achterlijk. Maar ze zijn wel verdomd goed in autonoom zijn, in rookgordijnen optrekken, in ruimte scheppen voor alle vormen van menselijke projectie. En als je dat doet, dan kun je inderdaad veel van katten leren.

Les 1
Liefde is een recht, dus eis het op

De ongebreidelde, pure liefde die katten kunnen losmaken: ronduit jaloersmakend. En toegegeven, daar doen ze ook wel wat voor. Amy bijvoorbeeld, is met haar loensende blauwe ogen en logge witte ragdoll-lijf even ongracieus als onweerstaanbaar. En dat weet ze. Vooral mijn vriend is weerloos in haar nabijheid. Hun liefdesaffaire heeft inmiddels zulke grootse en meeslepende vormen aangenomen dat ze hem godbetert opwacht achter de voordeur. Bij zijn entree ketent ze zich vervolgens schor mauwend aan zijn broek, waarna hij haar teder in zijn armen neemt en ze beiden met een gedrogeerde blik hun welkomstritueel afwerken. Dit duurt zo’n vijf minuten, waarbij Amy als een volleerd stripper om hem heen kronkelt en zich al koprollend op haar rug laat vallen terwijl hij al zijn liefde over haar heen stort. Frases als ‘dag liefde van mijn leven’ zijn hierbij niet ongewoon, evenals ‘get a room.’

Die laatste komt inderdaad van mij. Ik gun ze natuurlijk hun affaire, daar ben ik heus niet moeilijk in. De relatie tussen Amy en mij gaat minstens zo diep. Willen we niet allemaal weleens zo aaibaar zijn dat we ongegeneerd en ongelimiteerd liefde en aandacht krijgen van de personen van wie we dat willen ontvangen? Ja, natuurlijk. Maar hoe bereiken we dat? Welnu, als ik goed kijk naar hoe Amy en haar feliene collegastrippers dit voor elkaar krijgen vallen twee dingen op.
– Ze ziet liefde als een recht, als iets wat je kunt opeisen.
– Ze eist dit op door op een positieve manier de aandacht op zich te vestigen. Iets waarbij wij mensvrouwen nogal eens de fout in gaan: wij putten al snel uit ons verwijtenvocabulaire en gaan klagen. Nee, 
dan de poes. Die bereikt haar doel door te flemen, te vleien, op schoot te zitten, te koprollen. Kortom: door keihard en onomwonden te verleiden. Als een poes een keer in menselijke vorm de deur open zou doen voor haar geliefde, zou ze Frans praten, permanent gekleed gaan in een negligéetje of dienstmeisjesuniform. ‘Entrez, patron. Asseyez-vous sur le canapé. Voulez-vous un frou-frou?’ Dat werk. De eerste man die daarna niet in – jawel – katzwijm valt, moet nog geboren worden, dunkt me.

Katten leven altijd ‘in het moment’ en worden niet gedreven door ego of ijdelheid

Les 2
De wereld is een kattenbak: heb schijt!

Katten zijn in wezen allemaal een rapper Boef en de rest is pure kech. Dit is natuurlijk een attitude die de meeste mensen van nature niet hebben. Ten eerste omdat opvoeding en beschaving een en ander verhinderen. En ten tweede vinden we het belangrijk wat anderen van ons denken. Honden hebben dat ook: hun DNA is zo geprogrammeerd dat ze aardig gevonden willen worden door de alfa. Tel daarbij op dat we in een maatschappij leven die gedomineerd wordt door surveillance en controle, en dat we dankzij alle regels en protocollen muurvast zitten in een keurslijf. Katten niet. Katten zijn pure anarchisten. Of in het geval van Bruce en Amy: hooligans. Hooligans die hun nagels slijpen aan de tafelpoten en hun klauwtjes in mijn yoghurt onderdompelen. Waarna ze me met uitgestreken smoelwerk aankijken en ‘Ja? Dus?’ mompelen. Ze smijten al mijn kleren uit de kast om zich vervolgens genoeglijk op het stapeltje kasjmier te vlijen. Maar liever nog pissen ze over mijn rozen. Ze hebben, kortom, erg, erg veel schijt.

En laten we eerlijk zijn: zou het kwaad kunnen ons soms ook eens iets minder druk te maken om wat de ander vindt? Om volkomen autonoom door het leven te gaan en niet per se altijd te doen wat hoort, maar wat je zelf wilt? Voor de meesten van ons is dit vrijwel onbegonnen werk. We achten ons de kroon op de schepping, maar zijn uiteindelijk domme kuddedieren. De kat daarentegen is totaal ongevoelig voor groepsdruk, laat staan dat hij zich ooit laat inpalmen door een charismatische leider – of door wat dan ook. Katten zijn van zichzelf en van niemand anders. Ze worden niet gedreven door ego, ambitie, ijdelheid of macht. Ze leven altijd ‘in het moment’ en staan altijd ‘in hun eigen kracht’, om maar eens wat catfulness-lingo van stal te halen. Slapen, jagen, eten, kopjes en geaaid worden: daar gaat het om in het kattenbestaan. De rest is schijt. Immers: als iedereen aan zichzelf denkt, wordt er aan iedereen gedacht. Dat zou een kat op een T-shirt laten zetten.

Katten hebben de finesses van geven en nemen veel beter onder de knie dan wij

Les 3
Geven = nemen en nemen = geven

Zoals ik al eerder vermeldde: de leukste katten ter wereld zijn al vergeven, want die heb ik. Dit komt vooral omdat ze echte gevers zijn. Ze hóuden van mij. Ze willen opgetild, geknuffeld, lepeltje-lepeltje liggen. Ze brengen relatiegeschenken mee: Amy, pacifiste pur sang, sleept stukken vuurwerk, repen karton, balletjes, een lege portemonnee, een plastic slang, rubberen handschoenen en stoepkrijt door het kattenluik mee naar binnen onder het zingen van schorre aria’s. Bruce, romantische guerrilla, brengt liever padden, een mol, een rijk palet aan vogelsoorten of een vleermuis mee en legt deze, ook weer luidkeels zingend in zijn eeuwigdurende musical, voor mijn voeten. Waarna het geschenk meestal nog drie keer opstaat uit de dood: noem het versgarantie.

Deze attenties worden door mij zeer gewaardeerd. Want hoe wreed soms ook, uiteindelijk is het pure liefde. Katten hebben de finesses van geven en nemen veel beter onder de knie dan wij, eenvoudige homo sapiens. Als ze geven, nemen ze nog steeds. Ze zuigen de waardering op, spinnen na gedane zaken genoeglijk op je schoot. En daarmee geven ze weer liefde, warmte en huiselijkheid die jij op jouw beurt tot je kunt nemen. Deze uitwisseling van harde valuta zorgt voor een mooie balans, die je op alle punten in het leven kunt toepassen. Zonder te geven valt er niet te nemen, en zonder te nemen niet te geven. Catfuller dan dit wordt het niet.

Les 4
Sleur geeft het leven kleur

Het is misschien wel de meest benijdenswaardige eigenschap van de kat: het vermogen tevreden en gelukkig te zijn. Niet ondanks de sleur van het leven, maar dánkzij de sleur van het leven. Amy heeft aan haar dagelijkse rondgang op een paar daken genoeg als het gaat om wanderlust bezweren. Voor katten is hun territorium het paradijs. Ja, er zijn erbij die verblind door hun lage instincten de tuin der lusten verlaten, maar dit moeten ze helaas vaak bekopen met hun leven. Het ultieme geluk ligt voor de meeste katten besloten binnen de maximaal honderd vierkante meter van hun huis. Trek hier naar hartenlust zelf de liefdesparallellen en -metaforen. En geef toe dat de kat ook hier weer aan het langste eind trekt.

Niet ondanks, maar dánkzij de sleur van het leven zijn katten tevreden en gelukkig

Les 5
Hard werken? Darling, je bent toch geen hond?

Ook nu weer. Terwijl ik hier met een hoofd vol grote en kleine sores achter de laptop hun high-end kattenvoer zit te verdienen, ligt Amy languit op de bank. Op haar rug, de pootjes hoerig in de lucht. Ik wil óók zo’n dolce far niente-leven. Zonder enig tijdsbesef. Als een eeuwigdurend verblijf in een all-inclusive resort. Tuurlijk, Amy heeft ook zo haar sores, maar die beperken zich tot aan welke tafelpoot nu eens te krabben en welk stuk aarde straks weer eens om te wroeten voor een sanitair intermezzo. Ik teken ervoor. En straks, als het weer zomer wordt, weet ik dat mijn jaloezie ondraaglijk kan worden.

En trouwens, ik wil ook weten wat er allemaal gebeurt op dat dak 
waar Bruce zich momenteel ophoudt. Hij is als Siamees juist het atletische toonbeeld van gratie, springt moeiteloos van balkon naar boom naar dak, maar landt altijd weer vederlicht in mijn tuin. Straks zal hij luid schreeuwend komen aanrennen om me tienduizend kopjes te brengen, zodat hij daarna liggend op mijn toetsenbord kan overgaan tot de orde van de dag: slapen. Ook Bruce heeft zo zijn sores natuurlijk, maar die beperkt zich tot het net-niet vangen van vogels en in welke hoek straks eens uitgebreid te kakken. Nogmaals, ik teken ervoor.

En nee, ik weet ook wel dat ik dit contract nooit onder ogen zal krijgen. Een mens zal nooit een kattenleven kunnen leiden. Maar een beetje meer dolce far niente is minder utopisch dan we onszelf voorspiegelen. Het betekent simpelweg gelukkig zijn met minder prikkels, minder nu en meer mañana. Misschien ook minder moeten, minder willen en meer koesteren. Nooit uitgesteld genieten als je het ook nu kunt doen. En je nooit zorgen maken over dingen die kúnnen gebeuren. Amy strekt zich onderwijl nog maar eens uit, waarbij ze koket een pootje voor haar gezicht houdt en levendig fantaseert over haar aanstaande weerzien met mijn vriend. Bruce zit inmiddels op mijn schouder en spint iets in mijn oor. ‘Dank je wel voor dit fantastische leven,’ hoop ik. Maar het zal wel weer over kakken gaan.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 6-2018. Je kan de editie eenvoudig nabestellen, klik hieronder.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «