Magnetronmoe

Voorheen, toen ik nog met (stief)pa en ma een dak deelde, kreeg ik gemiddeld vijf dagen per week aardappelen met groenten opgediend. Herman den Blijker zou er een rolberoerte van krijgen, maar het was wel makkelijk. Ik hoefde alleen maar mijn mond aan de rand van het bord te zetten en met mijn vork de prak naar binnen te schuiven.

Neus uit
Toch kon ik na twintig jaar geen dijkje, geen dammetje of geen kuiltje meer zien. En de uitspraak: ‘wacht maar tot je op jezelf woont, dan zul je toegeven dat je mama’s prakje mist’ kwam nog erger mijn neus uit.

Nieuwe moeder
Sinds vier maanden heb ik mijn eigen huis en moet ik mijn eigen boontjes doppen. Een ironisch gegeven aangezien er in die vier maanden geen boontje op mijn bord heeft gelegen. De magnetron fungeerde als mijn nieuwe moeder. Met één draai aan de knop kreeg ik toch nog warm voer voorgeschoteld. Hele bakken glazige magnetronmacaroni, kleverige lasagne en kant-en-klare kipkerrie schoof ik naar binnen. Het was best te doen, als je van de smaak houdt; enkelvoud ja. De lasagne smaakte hetzelfde als de macaroni of een ander willekeurige magnetronmaaltijd uit het schap.

Waarderen
Maar net zoals mijn moeders eten, ging ook dit vervelen. Ik heb inmiddels zelfs last van magnetronmoeheid. Je probeert het nog te sussen met wat pizza’s en wat bezoekjes aan de snackbar, maar dan moet je het toch onder ogen zie: ik moet gaan koken. En tot slot moet ik iets toegeven: mama je had gelijk, magnetronmaaltijden zijn heel vies. Nu waardeer ik zélfs jouw prakjes weer…

Wanneer kan ik bij je aanschuiven?

Foto: GettyImages.nl