Martin de Waskoning

De afgelopen tijd zijn er best wat ingrijpende dingen gebeurd binnen onze familie, met als gevolg dat ik ben gepromoveerd tot koning wasmachine.

Een aantal maanden geleden schreef ik een blog dat, als ik dan toch een voornemen moest hebben voor 2013, het zou zijn dat ik me minder debiel moest gedragen, waarmee ik doelde op het feit dat ik zogenaamd niet wist hoe de wasmachine en droger werkten. M heeft het de afgelopen maanden echt niet makkelijk gehad en waar ik haar op dit moment het meeste mee kan helpen (naast mijn nevenfunctie chef Senseo), is de was.

Bloemkool veertig
Nu klinkt dat interessanter dan het is. Net als WimLex is mijn functie binnen de monarchie van ons huishouden puur ceremonieel. Ik doe de was in de machine, leg een blokje, giet een sapje, trek aan touwtje, druk op knopje. De verschillende standen op de wasmachine heb ik nog niet helemaal uitgedokterd, daarom was ik op bloemkool veertig, of scheikunde zestig (plaatjes snap ik immers heel goed). Is de was klaar, dan doen we het deurtje open, was eruit, deurtje van de droger open, was erin, stofmodule eruitplukken, water weggieten, deurtje dicht, touwtje trekken, knopje drukken. Het is zeg maar mijn huishoudversie van lintjes knippen.

Hysterisch lachen
Na het wassen volgt natuurlijk het strijken, maar dat laat M me niet doen, iets met ‘een gevaar vormen voor jezelf’. Dat wassen is natuurlijk een heel dom proces, en niets bijzonders, toch heb ik er bijzonder veel van geleerd. Zo heb ik ontdekt dat wasmiddel op raakt en zichzelf niet automatisch aanvult. Prima, dingen kopen kan ik wel, ‘maar er gaan hier even wat dingen veranderen’ zei ik heel masculien, want hey ceremonieel of niet, een koning is een koning. Volledig zelfverzekerd ging ik naar zo’n prijsknaller, waar ik tegen extreem gereduceerd tarief drie gigantische flessen wasmiddel kocht. ‘Even investeren, maar dan heb je ook wat’ dacht ik zeer prijsbewust. Het was de dag dat ik, na een uur onmenselijk zeulen (want ik rijd geen auto), ten overstaan van een hysterisch lachende M ontdekte dat er zoiets bestaat als geconcentreerd wasmiddel. Zoiets als limonadesiroop, maar dan om mee te wassen.

Troosteloos
Ook leerde ik dat wassen eigenlijk een hele troosteloze bezigheid is. Want wat voel je je goed, als je die hele berg wasgoed hebt weggewassen en gedroogd en opgevouwen. En wat verandert dat gevoel snel in depressie, wanneer je partner vervolgens een nieuwe lading in de badkamer stort. ‘Dacht je dat je klaar was dan?’ Wat deprimerend: de was houdt dus nooit op. Als man denk ik dan: ‘ja doei, we sparen het een week op, dan hoef ik maar één dag de hele dag te wassen en is het de rest van de week feest!’. Goeie theorie! Dat was dus de week dat ik ontdekte dat het verrekte lang duurt om je af te drogen met het enige washandje dat er nog ligt, dat ze het op de peuterspeelzaal écht niet tof vinden als je kind naar melk van gisteren ruikt én dat de voorraad kleren in je kast niet eindeloos is en zichzelf niet op magische wijze aanvult.

Sokken
Maar de op één na grootste les die ik heb geleerd tijdens dit wasavontuur: Sokken zijn evil. Ze houden niet van ons, ze houden niet van elkaar, en doen hun uiterste best om zover mogelijk van elkaar verwijderd te raken. Drie wassen, drie verschillende partijen sokken, en maar één paar dat bij elkaar past. Waar de hell zijn die andere dan? Ze liggen niet in huis, niet in de wasmand, nergens! Dat je één sok kwijt bent, dat snap ik, maar zeventien? Ik zweer je, ze doen het erom, en ik weet zeker dat ze onder de vloer een wekelijkse vergadering hebben waarin ze ons keihard uitlachen.

Maar het allerbelangrijkste dat ik heb opgestoken van dit hele verhaal? Wij mannen mogen voortaan gewoon onze bek houden. De was is geen huishoudelijk klusje, het is een complete onderneming waar je een topsalaris voor zou moeten krijgen. En dan heb ik nog niet eens gestreken!