Medicijnkastje

Een schoonmaakwonder zal ik nooit worden. Ik ben ongeëvenaard als het gaat om het negeren van ophopend vuil, waarbij ik mijzelf graag verschuil achter erfelijke belasting waardoor ik mijn familie genoeglijk de schuld kan geven.

Laser
Maar zo af en toe lijkt het alsof een vlijmscherpe laser een gat brandt in mijn stoffige hersens, waarna er een vleugje schoonmaakwoede in het daardoor ontstane gat wordt gepompt. Niet voor lang, maar net lang genoeg om een vervelende en onhygiënische klus te klaren waarna het gat zich weer sluit en ik verder ga met mij behaaglijk omwentelen in mijn eigen vuilnis, als een hangbuikzwijn zonder buik.

Aan de schoonmaak
Gisteren was zo’n dag. Uit het schoonmaakgat in mijn hersenpan kolkte de behoefte om de badkamer te schrobben, en zodoende danste ik energiek richting slagveld, gewapend met doekjes, een spons, Sorbo Blue Wonder, schoonmaakazijn, chloor en een fles schimmelwerend gif, aangezien het plafond al enige tijd zwart gestippeld was, terwijl ik me toch gerust nog kon herinneren dat deze ooit wit was met huiveringwekkende diagonale messingstripjes, een erfenis van de vorige bewoners.

Tracheotomie
Ik ging aan de slag. Ik sopte en poetste en schraapte terwijl ik tussen de bedrijven door vliegensvlug een tracheotomie bij mezelf uitvoerde zodat ik in ieder geval kon ademen via de Bic-pen in mijn luchtpijp. Om te kunnen ademen heb je immers longen nodig, en die waren bij mijn eerste ademstoot al weggebrand. Bovendien is mijn badkamer, inmiddels veranderd in een miniatuur-Tsjernobyl, helaas niet groot genoeg om er een ijzeren long in kwijt te kunnen.

Medicijnkastje doorgelicht
De rondvliegende gifwolken verschaften mij nieuwe inzichten tijdens mijn glibberige schonmaakqueeste, waardoor ik tot het besluit kwam dat ons medicijnkastje ook wel wat schoonmaakgeweld kon gebruiken. Ik stak een paraplu op en opende het kastje, liet de stroom van overjarige medicijnen gelaten over mij heen komen en wachtte tot de stroom stopte.
Al snel werd pijnlijk duidelijk, dat ik aan een duistere vorm van Alzheimer lijd als het gaat om het aanschaffen van zelfzorgmiddelen. Mijn medicijnkastje bleek nog het meest weg te hebben van een miniatuur-scheikundelaboratorium, en bevatte onder meer de volgende zaken:

• 3 potjes Luuf voor baby’s. (ter illustratie: mijn jongste telg is bijna zes)
• 4 pakjes paracetamol
• 5 gebruikte flesjes Otrivin zoutoplossing, voor baby’s (..)
• 7 pakjes pleisters
• Zoutoplossing in ampullen, om ontstoken baby-oogjes schoon te maken
• 3 tubes Midalgan Extra Warm
• 2 tubes Betadine créme
• 18 tubes créme van diverse pluimage
• 4 pakjes Sinaspril
• 2 pakken Ibuprofin
• Een handje zetpillen zonder tekst. Leuk voor Russisch Roulette. ‘Breng het in en laat je verrassen!’
• Een handvol schimmige monstertjes, met een gemiddelde houdbaarheidsdatum uit 2006.
• Drie Immigran-patronen, die hun uiterste best deden niet gillend het kastje uit te rennen.
• Een doosje met oorbellen, allemaal enkele exemplaren omdat hun tweelingbroer allang verdwenen is, waarbij ik de voor de hand liggende vraag wat oorbellen doen in een medicijnkastje, slechts met oorverdovend stilzwijgen kan beantwoorden.

Overjarig arsenaal
Een halve vuilniszak later zijn zowel mijn kastje als mijn hoofd weer leeg, maar terugkijkend op de resten van mijn overjarig zelfzorgarsenaal, kan ik niets anders concluderen dan dat ik de ontstane ruimte in het kastje nog het beste kan benutten voor geheugen bevorderende medicijnen. Want het moge duidelijk zijn: daarvan heb je nooit teveel in huis.