Mijn collega de onheilsprofeet

geen

Er bestaan mensen die zonder moeite anderen aan het lachen krijgen. Mijn collega van het kantoor aan het eind van onze gang kan dat. Hij loopt binnen, gaat ergens staan, zet zijn benen iets uit elkaar, duwt zijn handen in zijn zij zodat zijn buik naar voren puilt, steekt zijn kin in de lucht, trekt zijn wenkbrauwen schuin en blijft zo een moment onbeweeglijk staan. Dan zit ik dus al te schuddebuiken achter mijn bureau.

Vleeshompen
We gaan vaak lunchen. Dan hobbelt hij voor me uit door de gang, met zijn broekspijpen die aan de onderkant zijn afgesleten omdat zijn benen te kort zijn voor de spijkerbroeken die hij draagt. Op weg naar buiten bespreken we wat hij gaat eten. We werken in het centrum, op loopafstand van gefrituurde aardappels en ronddraaiende vleeshompen. Ik neem niets, want ik heb een boterham op. Hij denkt dat een alien van Vega Prime bezit heeft genomen van mijn lijf. ‘Je bent echt te dun,’ zegt hij. Dan bijt hij in zijn vette hap.

Triest
Tot dat moment is het alsof ik pauze heb met een cabaretier. Zet hem op een podium, gegarandeerd succes. Maar er verandert iets aan hem als hij eet. Je ziet het gebeuren. Tijdens het verorberen van zijn hap, gaat hij steeds triester uit zijn ogen kijken. Als na luttele seconden alles op is, is hij ineens anders. Alles wat hij zegt wordt somberder van toon. In plaats van mij op te beuren, krijg ik het gevoel dat hij dat zelf nodig heeft. Maar het lukt me niet om grappen te maken, want de ernst is in het gesprek geslopen en laat zich er onmogelijk uit geinen.

Rijke stinkerds
Mijn collega praat over de economie. Zijn stem, mimiek en weidse motoriek geven het gevoel dat hij bezig is een grap te vertellen, maar ik kan er niet om lachen. Het gaat over leningen die gefinancierd zijn met leningen. De economie wordt ontwricht. Banken lenen bedragen aan mensen die er hun schuld mee vereffenen bij diezelfde banken. Schijnbaar zinloze transacties waarbij steeds wat geld verdwijnt. Dat geld gaat naar de rijke stinkerds. Op een dag pikken de arme sloebers het niet meer en gaat de wereld naar de verdoemenis, meent mijn collega.

Supervulkaan
Als we pech hebben hoeven we niet te wachten totdat de economie klapt. Alles kan morgen al voorbij zijn. Mijn collega vertelt dat Yellowstone Park eigenlijk een grote supervulkaan is van vijfenzestig kilometer doorsnee die eens in de 600.000 jaar uitbarst. Het is 640.000 jaar geleden dat de vulkaan voor het laatst los ging, dus binnenkort zijn we het haasje. Als dat ding barst, wordt een toxische wolk uitgeblazen die zal zorgen voor een wereldwijde winter die vele jaren zal duren. Kortom: we gaan dood van de kou of van de honger.

Somber
Terug op kantoor ben ik ronduit somber. Gelukkig ligt er genoeg werk op me te wachten en is er volop afleiding op kantoor, zodat ik me niet heel lang zorgen maak over de supervulkaan, of over de dreigende implosie van onze economie. En de dag daarna komt de zon gewoon weer op, fiets ik net als anders naar kantoor en komt de collega opnieuw ons kantoor binnenlopen. Hij zet zijn benen iets uit elkaar, duwt zijn buik naar voren, trekt zijn wenkbrauwen scheef en laat me weer schuddebuiken van het lachen. Mooi als de dingen gewoon doorgaan.

CC foto: Cavin