Mijn wilde zondagnacht

Ik leid een redelijk rustig leven. Maar eens in de zoveel tijd moet ik stoom afblazen en beleef ik een nacht die met geen pen te beschrijven is.

Meestal beleef ik dit soort nachten als ik direct na het halen van een deadline mijn bed in duik. Ik vind dat altijd een heerlijk moment, dat moment wanneer je onder de dekens kruipt na een lange, zware dag waarop je meer dan eens naar dat bed hebt verlangd, gewoon omdat je eigenlijk te moe bent om door te werken. En als het dan eindelijk mag, je je geest eindelijk leeg mag maken terwijl je je hoofd op het kussen legt en je lichaam warm voelt worden onder het, nog koele, dekbed, dan is dat echt een klein geluksmomentje, het wordt een heerlijke nacht.

De realiteit is dan meestal echter heel anders. Tijdens de laatste uren van het werk vielen m’n ogen meer dan eens dicht, maar die slaap lijkt als geeuw voor de zon verdwenen wanneer ik eindelijk in m’n bed lig. Wat nou bekaf? Klaarwakker zul je bedoelen.

Het water is op!
Uiteindelijk val ik dan toch in slaap (ik ben in de regel iemand die slaapt zodra mijn oor het kussen raakt, dus als ik het heb over wakker liggen bedoel ik maximaal een half uur), maar dan begint het feest eigenlijk pas. ‘Het water is op!’ spookt er door mijn hoofd. Dat het water op is, is een groot probleem, want daardoor kan ik me niet naar links of naar rechts draaien, en moet ik precies zo blijven liggen als ik nu lig. Want zonder water kun je niet draaien in bed. Uiteindelijk lukt dat me toch en draai ik me met een woeste en wilde beweging om, op een manier die het hele bed doet schudden. Het is even rustig. Totdat de gedachte terugkeert: ‘Het water is op!’.

Warrige hersenspinsels
Het zijn gedachten die totaal nergens op slaan en die variëren van: ‘Het water is op’, tot ‘Die tabel moet nog worden gecorrigeerd’, tot ‘Ik moet het laatste couplet van het smurfenlied nog schrijven’. Compleet zinloze, warrige hersenspinsels die nergens op zijn gebaseerd, maar die me de hele nacht in een staat van halve slaap houden, net niet wakker, net niet in dromenland. Woest en wild draai ik me van links naar rechts, waarbij het helemaal grappig wordt als M me vraagt wat er is en met me in discussie gaat: ‘Ja het water is op!’ ‘Het water is op?’ zegt ze dan plagend, omdat zij allang weet in welke staat ik me bevind, ‘dan haal je toch nieuwe?’ ‘Nee dat kan niet’ antwoord ik, ‘want van dinsdag moet die andersom met het gras!’. Complete wartaal en als M het niet ooit eens had opgenomen, had ik nooit geloofd dat ik zulke onzin kon produceren.

Maar wat de wartaal ook is, welke onzin ik ook uitkraam, uiteindelijk leidt het altijd tot dezelfde conclusie. Na een lange nacht woelen, draaien, mopperen in een staat van halfwakkerheid, word ik ineens getroffen door een vlaag van bewustzijn: ‘gast, je moet gewoon plassen’.  Bekaf, en altijd iets beschaamd dat ik mezelf een nacht lang (want het besef komt altijd pas om een uur of 4) psychisch voor de gek heb gehouden, strompel ik naar de badkamer en doe ik mijn sanitaire ding.

Opgelucht en voldaan kruip ik weer tussen de, helaas veel minder koele, dekens, in de hoop nog een paar uurtjes slaap mee te kunnen pikken. Langzaam vallen m’n ogen dicht en raken mijn hersens in staat van rust. Totdat: ‘Het water is op!’.

Het wordt een lange dag vandaag!

Beeld: ostill / 123RF Stockfoto