Rockshop zoekt übermensch

Lijstjes met do’s en don’ts op het gebied van sollicitatiebrieven: ze vliegen je op Twitter om de oren, maar over het opstellen van vacatures kom ik zelden een rijtje met tips en tricks tegen. En dat terwijl sommige bedrijven echt wel een lesje ‘aantrekkelijke vacatureteksten’ kunnen gebruiken. (Plus wat advies over artikel 1 in de grondwet.) Tip nummer één: onderschat nooit de kracht van social media.

Welke discriminatie?
Het begon vrij onschuldig: de Groningse muziekwinkel (sorry, ik bedoel rockshop) Tonika postte gisteren een vacature op hun Facebookpagina voor de functie Verko(o)p(st)er gitaar. So far, so good. Na een uitleg over het aantal werkuren vloog de tekst echter uit de bocht, bij het kopje ‘profiel’. De enige acceptabele sollicitant was volgens het bedrijf namelijk iemand zonder snor, baard, piercings, tatoeages, hoedjes, petjes of woeste haardossen. Bovendien vindt Tonika roken ‘niet erg rock ‘n roll’, dus het liefst ook iemand zonder zwarte stukjes in de longen, graag. Deze gladgeschoren übermensch moest trouwens wel een verkooptalent zijn; geen adviseur, maar een smooth talker. Zo te lezen is het Tonika’s grote droom om de Mediamarkt onder de Rockshops te worden. ‘Wat deze ukelele doet? Geen idee, ik weet niet eens wat een ukelele is. Maar moet u horen, hij heeft echt een mégasound. En dan die prijs… Meenemen, hoor!’

Prettig leven
En wat biedt Tonika haar potentiële werknemer in ruil voor al deze nogal specifieke eisen? Een inspirerende omgeving. Een hecht team. Voorkennis op je vakgebied. Collega’s die in bandjes spelen. Iedere ochtend de Hitlergroet. O nee, dat laatste niet. Maar wel een prettig leven op het werk.

Het verhaal kreeg een baardje
Direct nadat de vacature online was gekomen, viel heel muzikaal Nederland eroverheen. Niet alleen heeft de gemiddelde rockmuzikant toch minstens één van de criteria waarop de verkoper geweigerd zou worden, maar ook wordt in de tekst een grote groep mensen nadrukkelijk buitengesloten vanwege hun uiterlijk. Dat schijnt dan weer niet te mogen van de wet (iets met discriminatie op grond van kenmerken die geen aanvaardbaar motief voor weigering tonen). Maar het wordt nog leuker. Want naast een lesje ‘hoe stel je géén vacaturetektst op’ geeft Tonika ook meteen een spoedcursus ‘hoe reageer je niet op je klanten’. Het begint weliswaar met non-argumenten, maar toch nog medium-beleefd, maar de winkel ontaard na een tijdje in heuse persoonlijke beschuldigingen. Binnen no-time ging de vacature viral, waarna de rockshop besloot dat het beter was om hem offline te halen. Gelukkig blijft alles op het internet voor altijd op internet, dus hier kun je het grootste deel van de Facebookdiscussie nog lezen. (Pak de popcorn er maar bij.)

SORRY!
Na het aanpassen van de vacature en het verwijderen van alle reacties op Facebook, postte Tonika het volgende berichtje:
Beste FB’ers, voor de mensen die zich, om wat voor reden dan ook, storen aan onze geplaatste vacature van vanmiddag: SORRY!
Voor alle extra likes en positieve reacties: dankjewel!
Voor alle sollicitanten: we praten verder!
Voor iedereen die de discussie langs de zijlijn heeft gevolgd: het is wat!
Ondertussen gaat de discussie zulke vormen aannemen, dat we tot de conclusie komen dat we er beter een punt achter kunnen zetten. Het lijkt ons dat we allemaal onze tijd en energie beter aan andere zaken kunnen besteden.
Conclusie: we halen beide berichtjes weg, dan kan iedereen weer rustig gaan slapen….

Eind goed, opheffingsuitverkoop
Gelukkig, dacht iedereen toen. Ze hebben sorry gezegd, met een uitroepteken nog wel. Dat ze zelf nog altijd niet begrijpen dat de vacature grondwettechnisch gezien niet door de beugel kan, ach, dat is bijzaak. En ze hebben gelukkig alvast een boel sollicitanten, met wie ze verder gaan praten over hoe het zal zijn om straks aan het werk te zijn in een lege winkel. Want o ja, gisteren en vandaag hebben zo’n 200 klanten laten weten dat ze nooit meer een voet in de winkel zullen zetten. Heel Nederland weet de Groningse rockshop nu te vinden. En de muziekminnende Groningers? Die gaan liever naar Muziekhuis Westerhaven. Daar hebben de verkopers tenminste wél baarden.

Foto: Kris Kresiak Photography