Samenscholen is de nieuwe trend

Als tegenreactie op de individualisering kiezen steeds meer mensen ervoor om vaker dingen samen te doen. Van Facebookgroepen en ecodorpen tot eetclubs. Wat levert het op?

Tekst Amanda van Schaik

Ik heb een nieuwe vriendin, die in een woongemeenschap woont. Het leuke van (nieuwe) vrienden is dat ze je wereldbeeld verbreden en je van bepaalde vooroordelen af helpen. Want ik moet eerlijk bekennen dat ik woongroepen lange tijd associeerde met blowende krakers. Wat natuurlijk nergens op slaat. Waarschijnlijk is deze associatie ontstaan omdat de enige woongroepen waar ik ooit geweest ben, bestonden uit blowende krakers die zich ergens tegen afzetten – tegen wat werd me nooit helemaal duidelijk. Een woongemeenschap is niet hetzelfde als een woongroep, leerde mijn vriendin me. In een gemeenschap heb je namelijk je eigen casa met alles erop en eraan, bij een woongroep deel je veelal de keuken en badkamer. Ze heeft in beide woonvormen gewoond en geen blowende kraker gezien. Zij en haar woonposse doen veel samen: ze zijn samen verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de gebouwen en het land, nemen alle beslissingen over geld, gebruik en inrichting, en bepalen wie nieuwe bewoners kunnen worden en hoe hoog de huur is. Ook delen ze een aantal gemeenschappelijke ruimtes: werkplaats, vergaderruimte, zaal met kroeg, logeerkamers. Alleen wonen lijkt haar hartstikke saai en zij leeft op door het gemeenschapsgevoel. Het is nooit in mijn hoofd opgekomen om in een woongemeenschap te wonen. Maar in deze vorm – de gezelligheid van een groep, maar wel met privacy zie ik wel de voordelen van haar manier van leven.

Ik woon in Amsterdam en ken mijn buurtgenoten nauwelijks. Het enige contact dat ik heb, is wanneer er een Asos-pakketje bij ze is bezorgd. Dat heb ik lange tijd prima gevonden, maar de laatste tijd vind ik die anonimiteit toch wel jammer. Mijn vriendin kent al haar buren, komt regelmatig iemand tegen voor een praatje of kopje koffie, gaat samen klussen en samen eten. Bij nader inzien lijkt dat me best leuk.

Duurzame droom

De belangstelling voor gemeenschappelijk wonen stijgt, zegt Marta Resink van Omslag, een werkplaats voor duurzame ontwikkeling in Eindhoven met een servicepunt voor ‘anders wonen, anders leven’: “De moderne woon-gemeenschappen zien er anders uit dan die uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen was de hele maatschappij in beweging: strijden tegen sociaal onrecht en het kapitalisme, en voor het feminisme. Maar dit maatschappelijk activisme raakte uit, en heeft veelal plaats gemaakt voor een betrokkenheid bij milieu en samenleving. Dat is tegenwoordig de verbindende factor van veel woonvormen. Samen de duurzame droom waarmaken, zelfvoorzienend zijn op het gebied van stromend water, energie en voedsel. Er worden steeds meer projecten gerealiseerd die weer andere mensen inspireren. Het wonen in een Ecovillage is een droom van veel mensen,” weet Resink.

Zelf energie opwekken

“Dit samenscholen is volgens trendwatcher en oprichter van Studio Zeitgeist Farid Tabarki een kenmerk van deze tijd. Als tegenreactie op de individualisering worden sociale netwerken belangrijker. We zijn namelijk sociale dieren die zijn voorgeprogrammeerd om met elkaar samen te werken. Deze groei aan groepsinitiatieven maakt deel uit van een maatschappelijke trend die nu in volle gang is: radicale decentralisatie. Dit houdt in dat wij als burgers samen zorgen voor veranderingen in onze wijk, en dit niet overlaten aan de overheid. Tabarki: “Nederland zit in een overgangsfase. De tijd waarin alles door de rijksoverheid werd geregeld, is voorbij. Er worden allerlei community’s gecreëerd voor zaken die eerst centraal werden geregeld.”

Tabarki geeft energie als voorbeeld. “We zijn niet langer afhankelijk van de kolencentrale van een energieproducent. We kunnen nu samen met de gemeenschap energie opwekken. De technologie is zover, het is goedkoper en hoe bijzonder is het om zelf energie te produceren en geen energierekening te betalen? En samen iets van de grond krijgen brengt mensen dichter bij elkaar. Dat geeft ook een fijn gevoel: samen sta je sterk.” Sommige initiatieven ontstaan uit kracht, andere uit noodzaak. “De invloed van de verzorgingsstaat wordt minder, waardoor je een gedeelte wel zelf móet regelen. Zoals zorg. Met een groep zorgdiensten inkopen is goedkoper dan individueel.”

Oprechte interesse

“Ook online organiseren mensen zich. Vooral deelplatforms zijn in opkomst: waarom een boor kopen als je die drie straten verderop kunt lenen? Sociale netwerken worden naar een hoger plan getild. In collaborative community’s delen we niet alleen emoties, kennis en ervaring, we werken ook daadwerkelijk samen. Sociaal psycholoog Jos Ahlers merkte dat er zo veel vraag naar platforms met meer inhoud was, dat hij TheLabs heeft opgericht: “Meestal zijn sociale netwerken als Facebook en LinkedIn toch etalages waarin mensen hun leven willen showen. Op maar weinig plekken zijn mensen echt oprecht in elkaar geïnteresseerd. In een collaborative community gebeurt dit wel. Hier wisselen bijvoorbeeld verpleegkundigen ervaringen uit over hoe zij zich staande houden in ziekenhuizen. En zo kunnen samenwerkingsverbanden ontstaan.” Waar komt die behoefte vandaan om ons zowel on- als offline te verenigen? “Je voelt je veiliger als je lid bent van een groter geheel. Ook speelt zelfwaardering een rol: mensen voelen zich meer gewaardeerd als ze lid zijn van groepen. En je gebruikt het om jezelf en de wereld beter te begrijpen,” verklaart Ahlers onze groepsdrang.

Portie natuur

Dat allerlei virtuele community’s als paddenstoelen uit de grond schieten door onze digitale samenleving, is logisch. Dit werkt ook nog een ander soort gemeenschapsvorming in de hand: de volkstuin. “We brengen uren per dag door achter smartphone en laptop, en kunnen ons daardoor vervreemd en afgesneden van de natuur voelen, terwijl ons verbonden voelen met de natuur een aangeboren behoefte is,” zegt omgevingspsycholoog en hoogleraar natuurbeleving Agnes van den Berg. In grote steden – waar een groentekort is – zoeken mensen naar alternatieven om toch hun portie natuur te krijgen. De volkstuin is zo’n alternatief. “Door heel dicht bij de natuur te leven en te werken, ervaren we een sterke verbondenheid met de natuur en andere mensen om ons heen. Volkstuinen vervullen ook een andere belangrijke basisbehoefte: sociaal contact,” zegt Van den Berg. Naar die verbondenheid met elkaar en de natuur smachten veel stadsbewoners. De vraag naar volkstuinen neemt al jaren toe: in Utrecht bijvoorbeeld kan de wachttijd oplopen tot wel tien jaar. Trendwatcher Tabarki denkt dat de voedselschandalen in ons land ook meespelen in de populariteit: “Hierdoor zijn we bewuster bezig met wat we eten. Door zelf voedsel te telen, weet je wat je binnen krijgt.” Online zijn er talloze Facebookgroepen waar de volkstuinders terecht kunnen met hun vragen. Zo is er een populaire groep over het onderhouden van je eetbare tuin, waarin tips worden uitgewisseld. Iemand plaatst een foto van een plant met een schimmel: wat is het en wat te doen? Al snel komt er een reactie: het blijkt wollige bloedluis te zijn en degene krijgt er gratis een paar bestrijdingstips bij. Zo leidt onze groenbehoefte weer tot online communityvorming. En is de cirkel weer mooi rond.

Enorme band

Marta Resink gaf het al aan: ecodorpen zijn booming. Maar om deze leefvorm te realiseren heb je commitment en een lange adem nodig. Het is Monique Vissers (42) gelukt. Wat zeven jaar geleden voor haar en haar man nog begon als een droom, is dit jaar realiteit geworden: Ecodorp Boekel in Brabant. Sinds april wonen er elf volwassenen van 25 tot 62 jaar, en drie kinderen. In augustus komt er nog een stel bij. “We wilden een duurzame leefgemeenschap creëren. Want in wat voor wereld willen wij onze zoon achterlaten? Mijn man maakte een website over ons woonidee en deze was nauwelijks online of we hadden al honderd aanmeldingen.” Al snel merkte Vissers dat hoe je over duurzaamheid denkt, heel erg uit elkaar kan liggen. “Je hebt de richting dogmatisch – on-buigzaam, geen vlees, niet auto rijden – en je hebt pragmatisch: doen wat je kunt, maar het moet wel leuk blijven. Wij zijn van het laatste. Deze visie is de basis voor de rest van de groep.” In het ecodorp staan momenteel tijdelijke woningen die de bewoners zelf gebouwd hebben. “Met infraroodpanelen waarmee we de huizen verwarmen. We hebben één biobased huisje waarin allerlei innovatieve, duurzame middelen worden getoond. We hebben een moestuin, maar het doel is niet om zelfvoorzienend te zijn. Door de ervaring van andere dorpen weten we namelijk dat dit nauwelijks haalbaar is.” Samen met een architect is Vissers bezig met het ontwerp van de definitieve woningen. “Het is hard werken en je moet positief zijn ingesteld. Niets gaat vanzelf. Maar ik vind het geweldig. Je bouwt een enorme band met elkaar op. En ik hoop dat ik aan het einde van mijn leven hierop kan terugkijken en kan zeggen: ik heb laten zien dat duurzaam leven leuk kan zijn.”

Samen de wijk veranderen

Om zo’n ecodorp van de grond te krijgen, moet je een heel oerwoud van vergunningen en reglementen doorwerken. Voor wie zich wel wil inzetten voor een duurzame maatschappij, maar zonder deze rompslomp, is Transitiontowns.nl een prima alternatief. Paul Hendriksen is een van de initiatiefnemers: “Transition Towns richt zich op de buurtbewoners die met elkaar de wijk veranderen. Denk aan een zonnepanelenplan, lokale voedsel-initiatieven, repair cafés waar je kapotte apparaten kunt laten repareren om te voorkomen dat deze op de afvalberg terechtkomen.” Over de hele wereld zie je Transition Towns. “In Spanje en Portugal zijn de initiatieven vaak een noodmiddel om in voedsel te voorzien. Hier in Nederland is die financiële noodzaak er niet. Mensen zetten zich ervoor in omdat ze iets willen veranderen. Door de klimaatverandering realiseren mensen zich dat we onze manier van leven moeten veranderen.” En er komen steeds meer projecten bij. “We zijn begonnen in 2008 en waren echt pioniers op dit gebied. Tegenwoordig zijn er zo veel buurtinitiatieven ontstaan, dat we het nauwelijks kunnen bijbenen. Je merkt dat er iets in het bewustzijn aan het verschuiven is,” aldus Hendriksen.

Zo zie je maar, community-wise is er voor ieder wat wils. Online kun je allerlei gelijkgestemden vinden, je kunt samen met je buurt energie opwekken, je groenbehoefte bevredigen in een tuinpark, een Ecodorp opzetten, of – iets minder gedoe – je wijk pimpen via bestaande projecten. Zo kun je ook met minimale inspanning een steentje bijdragen. Ik heb gekeken op de website van Transition Towns en verrek, ik zag een buurtmoestuin bij mij om de hoek. Nooit opgevallen. Ik heb me inmiddels aangemeld. Lekker wroeten in de aarde met andere buurtbewoners. Wie weet ontmoet ik wel leuke mensen en kunnen we samen een zelfgemaakt soepje van zelf geteelde courgettes gaan eten.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 29-2016. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «