Vieze bril

‘Knijpt dat in je neus?’ vraagt Myrthe. Ze wijst naar de steuntjes waarmee mijn bril op mijn neus staat.

‘Nee joh,’ antwoord ik. Ik zet mijn bril af en samen kijken we naar het plastic dat dag in, dag uit op mijn neus staat. De steuntjes zijn groen uitgeslagen en vettig.

Vies
‘Wat vies zeg,’ zegt mijn dochter. Ik moet haar gelijk geven. Bah. Na een bezoek aan het toilet was ik altijd mijn handen. Ik ga elke dag in bad. Ik gebruik deodorant. Maar mijn bril was ik eigenlijk nooit. Ik zet hem af als ik ga douchen. dan draag ik hem totdat ik naar bed ga en ‘s ochtends zet ik hem weer vies op mijn hoofd.

Niet alleen de neussteuntjes zijn smerig. Op de kunststof brillenglazen zitten vette vegen. Die glazen maak ik wel eens schoon, dan poets ik ze met een zakdoek. Als ik daarna de bril weer op mijn neus zet is het alsof de hele wereld ineens wat schoner is.

Plumeau
‘Mag ik hem schoonmaken?’ vraagt Myrthe. Nog voordat ik in kan stemmen met haar plan, pakt ze de plumeau. ‘Zet je bril maar weer op,’ zegt ze. Dan krijg ik een mep met de staaf. Daarna wrijft mijn dochter de kriebelige haartjes van de plumeau over mijn hoofd. ‘Zo, nou is hij wel schoon,’ zegt ze.

Ik zet mijn bril weer af. Samen kijken we naar het resultaat: de bril is nog steeds vies. ‘Ik weet wel wat we kunnen doen,’ zegt ze. ‘We kunnen hem in de vaatwasser stoppen.’

Vaatwasmiddel
Ik heb gezien wat ons vaatwasmiddel doet met kunststof glazen, die zijn vaal geworden en er staan strepen op. ‘Nee, dat lijkt me niet zo’n goed idee. Weet je wat, ik ga hem wel even schoonmaken in warm water.’

In de keuken trakteer ik mijn bril op een badje. Daarna poets ik hem grondig schoon met de theedoek. De neussteuntjes zijn nog altijd groen, die moet ik een keer laten vervangen, maar op de glazen zit niets meer dat het uitzicht op de wereld kan blokkeren.

Opruimen
Dan zet ik de bril weer op. Met een schoongemaakte bril ziet de wereld er heel wat schoner uit. Dat heb ik leuk bedacht, maar het blijkt niet op te gaan voor onze huiskamer. Ineens zie ik het vuil dat ik eerder niet zag liggen.

‘Mijn bril is weer schoon hoor. Geef die maar aan mij,’ zeg ik tegen Myrthe, die de plumeau zit te aaien alsof het een huisdier is. Ze geeft hem aan mij en vraagt of ik hem ga opruimen.

‘Nee, helaas niet. Papa moet hem eerst zelf nog even gebruiken,’ zeg ik en terwijl ik begin met schoonmaken besef ik dat de wereld af en toe mooier lijkt als je hem bekijkt door een vieze bril.

CC foto: Tilemahos_E