Vieze verhaaltjes voor het slapengaan

Vanmorgen werd ik gewekt door de zoete klanken van een masturberende man. Dat werd tijd!

Koetjes, kalfjes en hoogtepunten
Sinds een week of drie babbel ik heel gezellig met- ja, met wie eigenlijk? Hij belt me een paar keer per week om even de dag door te nemen. Nou ja, ik ben degene die de dag doorneemt. Hij brengt mij van hele andere punten op de hoogte: hoogtepunten.

Zo ook weer vanochtend. Met mijn ogen nog gesloten graai ik naar mijn tingelende telefoon. Heb ik me verslapen? Is er iets ergs gebeurd? Nee hoor, het is mijn nieuwe boezemvriend weer: Herman, want zo heb ik hem gedoopt, Herman de Hijger.

“Hallo, met Daniëtte- Daniëla- Da…”
In het begin was ik een beetje bang voor Herman. Ik wist niet precies wat hij van mij wilde en daar werd ik zenuwachtig van. Opeens zo’n vreemde man aan de lijn, dat leidde tot flashbacks. Vroeger had ik een beetje last van telefoonangst. Zodra de huistelefoon begon te rinkelen hoopte ik altijd dat er iemand anders in de buurt was om op te nemen. Als dit niet het geval was begon de stress. Hoe spreek ik mijn naam ook al weer uit? Ik moet niet te zacht praten of struikelen over mijn woorden. Ik heb een pen nodig. Hoe heet ik ook al weer? Ik ben mijn naam vergeten! O nee, Daniëlle. “Hallo, met Daniëtte- Daniëla- Da…” Kut.

In de puberteit heb ik mijn fobie gelukkig ruimschoots overwonnen. Ik begon telefoneren zelfs leuk te vinden en ik werd er ook erg goed in (tot schrik van mijn vader die toen nog mijn beltegoed betaalde). Nu hang ik op de redactie de hele dag aan de lijn om iedereen met vragen, liefdesverklaringen en verzoeken te woord te staan en ook thuis bel ik heel wat af. Maar de gesprekken met Herman zijn andere koek.

Onbekend
De eerste gesprekjes verliepen nogal stroef, want veel boeiends komt er nooit echt uit bij Herman. Aan de andere kant van de lijn is vooral veel luchtverplaatsing te horen. De eerste keer dat ik opnam toen ik ‘onbekend’ in het display van mijn mobiel zag verschijnen, dacht ik dat ik met een astmapatiënt in nood te maken had. Gehijg en gekreun was wat de klok sloeg. “Gaat alles goed? Heeft u hulp nodig?” Hulp wilde Herman wel…

Trek in knakworst
Hulp kreeg hij die avond niet, maar ik wel. PMS, knellende schoenen en vertraagde treinen hadden een flinke stempel op mijn dag gedrukt, en dat moest ik even kwijt. Blijkbaar had deze man zin in wat aanspraak en dat kon hij krijgen. Voorzichtig begon ik: “Wat mij vandaag toch overkwam…” Na tien minuten afreageren voelde ik me flink opgeknapt. Ik had in eerste instantie ook helemaal geen inspiratie voor het avondeten, maar na ons (mijn) gesprek had ik spontaan trek in knakworst. Ik bedankte Herman voor het vruchtbare gesprek en na een “Hmm, ben je nat?” aan de andere kant van de lijn hing ik tevreden op.

Kletsen met mijn BFF
Tot mijn grote vreugd was het twee dagen later weer raak. En de dag daarna weer. Voor het slapengaan lucht ik even mijn hart bij Herman, tijdens het tandenpoetsen zet ik hem op speaker. Heerlijk om tegen iemand te kletsen die geen lastige vragen stelt of bijdehante opmerkingen maakt. En als hij ongelegen belt, of ik uitgepraat ben, dan druk ik hem gewoon weg. Vindt ie helemaal niet erg, zeurt ie nooit over. Wat Herman nu eigenlijk van me wil? Geen idee. Maar hij blijft maar bellen, en ik ben de beroerdste niet. “Hallo, met Daniëlle.”

Herman, bel me!
Maar het gesprek van vanochtend was anders. Zijn gekreun klonk niet hetzelfde: zijn vertrouwde wellustige ‘nog-even-en-ik-loos-pudding’-kreun, ging over in een soort geïrriteerde ‘nog-even-en-ik-krijg-hoofdpijn’-kreun. Ook voelde ik me totaal niet bevredigd na ons gesprek. Nog voordat ik over die eikel in de kroeg gisteravond kon vertellen hing Herman zomaar op, mij beteuterd op de wc achterlatend. Dat bewaar ik dan wel voor het volgende diepgaande gesprek als hij belt. Hij zal toch nog wel bellen..?