Wie wat bewaart heeft te veel

Wie wat bewaart heeft wat, maar wie te veel bewaart kan niks terugvinden. Beter één notitieblok op tafel, dan tien met ondefinieerbare vlekken in een oude verhuisdoos in de kelder.

Greatest hits 1994
Toegegeven: ik ben met mijn neus op de feiten gedrukt tijdens mijn verhuizing. Wát een spullen verzamelt een mens in zijn leven. Ik kwam van alles tegen.

Van oude cassetebandjes met een vervaagd etiket: ‘Greatest Hits 1994’, tot aan bankafschriften uit 2004, roze gummetjes, oranje schmink en een tafelpoot van een tafel die waarschijnlijk allang weer een boom is geworden.

Verzamelwoede
Zonder het te weten ben ik de laatste jaren ten prooi gevallen aan mijn eigen verzamelwoede, een psychiatrische aandoening die (volgens wikipedia) in de DSM-IV beschreven staat.

Gelukkig heb ik een milde vorm. Het is niet zo dat ik dagelijks bezig ben om mijn collectie smurfen compleet te krijgen, of dat mijn buren aanbellen om te vragen wanneer ik mijn tuin vol opgezette rendieren eens ontruim.

Opgeruimde types
Toch zou ik het liever anders doen. Je kent ze wel, van die opgeruimde types waarbij ieder miniscuul materieel dingetje zijn eigen vaste plek heeft in huis.

Waar je onverwachts kunt komen binnenstormen met een bloedende knie en dat ze dan direct komen aangehobbeld met een verbandtrommel.

Zombie staat
Dus heb ik de laatste weken in een soort zombiestaat doorgebracht. Iedere half vergane sok, ieder afgekloven potlood heb ik door mijn handen laten gaan. Steeds weer heb ik mezelf die ene vraag gesteld: ‘Heb ik dit écht nodig?’

Nee, dus. Een mens heeft niet zoveel nodig. Een mens (en zéker een chaotisch mens) functioneert een stuk beter zonder al die onzin om zich heen.

Bevrijding
En nu: twintig vuilniszakken, vijf dozen voor de kringloop en zes zakken voor het kledingverzamelpunt verder, voel ik me een stuk lichter. Een bevrijding!

Wie deze week met een bloedende knie ergens in Groningen strandt, mag gerust bij me aanbellen.

Foto: msittig