Nu moet ik eerlijk toegeven: Hawaii heb ik (nog) niet bezocht, maar de Azoren wél -- een helemaal eerlijke vergelijking kan ik dus niet maken. Maar als ik beelden van Hawaii opzoek online, zie ik absoluut de gelijkenis. Natuurlijk zijn beiden eilandengroepen een archipel, maar Hawaii is wel een stuk groter: dat bestaat uit 137 eilanden (waarvan de meerderheid niet bewoond is) en is opgemeten zo'n tien keer zo groot als de Azoren. Hawaii in het klein dus, zou je kunnen zeggen. Maar zéker de moeite waard om te bezoeken.
De Azoren telt negen eilanden: Terceira, Santa Maria, Pico, Flores, Corvo, Faial, São Jorge, Graciosa en de grootste, São Miguel. Op die laatstgenoemde vind je ook de hoofdstad van de Azoren, Ponta Delgada. Daar vind je ook het grootste vliegveld, waar vanaf Amsterdam Schiphol directe vluchten naartoe vertrekken. Een andere optie is een tussenstop in Lissabon maken -- en dan kan je dat natuurlijk combineren met een stedentrip naar de Portugese hoofdstad.
Het mooie aan de Azoren is dat elk eiland enorm verschillend is, en afhankelijk van waar je naar op zoek bent kan je zo je eigen reisschema maken. En als je alleen op São Miguel blijft: de leukste tips wat betreft dit eiland heb ik onderaan dit artikel voor je op een rijtje gezet.

Pico
Op het eiland Pico vind je het hoogste punt van de Azoren: de Ponta do Pico, een slapende vulkaan van zo'n 2350 meter hoog. En ja, die kan je beklimmen als je zin hebt (en het weer het toelaat). Daarnaast vind je hier talloze wijngaarden en is het dus ook een heel leuk oord voor wijnliefhebbers. Verwacht niet veel kleur, want Pico heeft als bijnaam het 'Grijze Eiland'. Dat komt door het vulkanische landschap, en de vele vulkanische grotten en tunnels -- vooral de Gruta das Torres is een aanrader. Wil je graag walvissen spotten in de Azoren? Daar is Pico ook de allerbeste plek voor.
Terceira
Oorspronkelijk heette dit eiland het eiland van Jezus Christus, en de hoofdstad (Angra do Heroísmo) was de eerste Portugese hoofdstad die werd opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst. Terceira bezoeken is een feestje, en dan letterlijk: dit eiland staat ook bekend om de vele festivals het hele jaar door. Zoals Sanjoaninas (in juni), het grootste feest van de hele Azoren. Daarnaast is het een vulkanisch eiland en wil je zeker Algar do Carvão bezoeken: een vulkanische opening dat nu te bezoeken is als grot, en echt heel bijzonder is om te zien. Aan uitzichtpunten (miradouro in het Portugees -- let daar dus op als je in de Azoren bent, want je ze worden vaak goed aangegeven op borden) ook geen gebrek. Vooral het utizichtpunt bij Serra do Cume is écht heel mooi.

Flores
De naam verklapt het eigenlijk al een beetje: Flores is het bloemeneiland van de Azoren. Het eiland staat bekend om de duizenden blauwe en witte hortensia's die je er vindt, maar vooral om het landschap. Groen, groener, groenst, met enorme kliffen, kratermeren en watervallen die zo van de rotsen naar beneden komen.
Als je naar de Azoren gaat om te wandelen en vooral héél veel natuur wilt zien, zou ik Flores hoog op je lijstje zetten. Eén van de bekendste plekken is Poço da Ribeira do Ferreiro, waar meerdere watervallen langs een gigantische groene rotswand naar beneden komen. Ook Fajã Grande is prachtig. Heel veel winkels, restaurants en uitgaansgelegenheden moet je hier dan weer niet verwachten. Je komt vooral voor rust en natuur, en daar krijg je héél veel van terug.
Corvo
Van het groenste eiland gaan we naar het allerkleinste: Corvo is maar zo'n 17 vierkante kilometer groot. Ter vergelijking: Texel is ruim negen keer zo groot. Je kunt Corvo dan ook prima combineren met Flores, dat samen met Corvo de westelijke eilandengroep vormt.
Dé bezienswaardigheid is hier Caldeirão, een enorme vulkaankrater die bijna het halve eiland lijkt op te slokken. Heel veel meer hoef je eigenlijk ook niet op je planning te zetten. Corvo is boven alles een bestemming waar je echt volledig tot rust komt, en waar de rest van de wereld heel ver weg voelt. Niet zo gek ook, als je bedenkt dat er slechts 400 tot 450 mensen op het eiland wonen.

Faial
Faial is een goede optie als je wat meer levendigheid wilt. De hoofdstad Horta is al eeuwenlang een belangrijke tussenstop voor zeilers die de Atlantische Oceaan oversteken en de jachthaven is dan ook één van de bekendste plekken van het eiland. Faial vormt samen met Pico en São Jorge de zogenoemde Triangle Islands.
Maar het bijzonderste deel vind je aan de westkant. Daar barstte tussen 1957 en 1958 de vulkaan Capelinhos uit, waardoor er letterlijk een nieuw stuk land aan het eiland werd toegevoegd. Het landschap rondom de oude vuurtoren is daardoor totaal anders dan het groene plaatje dat je waarschijnlijk inmiddels van de Azoren in je hoofd hebt: zwart, kaal en vulkanisch. En omdat Pico vlakbij ligt, heb je bij helder weer vanaf Faial ook nog eens fantastisch uitzicht op die enorme vulkaan.
São Jorge
São Jorge herken je op de kaart meteen: het eiland is lang en smal en staat vooral bekend om zijn fajãs. Dat zijn vlakke stukken land onderaan de enorme kliffen, die door lava of aardverschuivingen zijn ontstaan.
Het is wederom een paradijs als je van wandelen houdt. Vooral de wandeling richting Fajã da Caldeira de Santo Cristo is bekend. En vergeet ook vooral niet de kaas te proberen. Queijo São Jorge is één van de bekendste producten van de Azoren en wordt al eeuwen op het eiland gemaakt. Wandelen en kaas eten dus. Een goed glas wijn erbij. Klinkt mij persoonlijk als een prima vakantiedag.
Graciosa
Graciosa is één van de rustigste eilanden van de archipel en wordt ook wel het Witte Eiland genoemd. Het is een stuk minder ruig en bergachtig dan bijvoorbeeld Pico of Flores en staat onder meer bekend als fijne plek voor ontspannen baden.
De bekendste bezienswaardigheid is Furna do Enxofre, een gigantische vulkanische grot waar je via een wenteltrap naar beneden kunt. Eenmaal beneden vind je een ondergronds meer en kun je goed zien dat je hier toch echt op een vulkanische eilandengroep rondloopt.
Santa Maria
Wil je vooral zon? Dan is Santa Maria misschien je beste optie. Het eiland wordt niet voor niets het Sun Island genoemd en ligt het meest zuidelijk van de negen.
Santa Maria is bovendien een beetje het buitenbeentje van de Azoren. Waar je op de andere eilanden vooral zwarte vulkanische stranden vindt, heeft Santa Maria met Praia Formosa een zeldzaam licht zandstrand. Het landschap is hier ook wat droger en minder intens groen. Vooral leuk als je een reis langs meerdere eilanden maakt en even iets totaal anders wilt zien.

São Miguel
En dan São Miguel, het grootste eiland van de Azoren en ook het eiland dat ik zelf bezocht. Als je voor het eerst naar de Azoren gaat en maar één eiland wilt bezoeken, zou ik persoonlijk hiervoor kiezen. Je vindt er eigenlijk een beetje van alles: kratermeren, warmwaterbronnen, stranden, watervallen, theeplantages, gezellige dorpjes en met Ponta Delgada ook nog iets van een stad; het is de hoofdstad, maar voelt nergens echt groot aan en het is heerlijk struinen door de straatjes.
Het eiland staat bekend als het Groene Eiland. En groen is het. Echt héél groen. Het weer helpt daar natuurlijk behoorlijk bij, want op de Azoren kan het nogal eens regenen. Sowieso is het weer er behoorlijk wisselvallig. Je kunt 's ochtends in de zon vertrekken en een half uur later op een uitzichtpunt compleet in de mist staan. Dat hoort er een beetje bij. Tip: download de app SpotAzores Webcam. Zo kan je live meekijken bij de highlights van het eiland of het weer oké is.
Dé plek die je waarschijnlijk op vrijwel iedere foto van São Miguel tegenkomt, is Sete Cidades. In een enorme vulkaankrater liggen twee meren naast elkaar, waarvan het ene blauw en het andere groen oogt. Vanaf het uitzichtpunt Vista do Rei heb je er fantastisch uitzicht over.
Ook Lagoa do Fogo wil je niet overslaan. Wederom een enorm kratermeer, maar dan midden in een beschermd natuurgebied. En dan heb je Furnas, waar je pas echt merkt hoeveel vulkanische activiteit er onder het eiland zit. Overal komt stoom uit de grond, het borrelt en ruikt op sommige plekken behoorlijk naar zwavel. Hier wordt ook cozido das Furnas gemaakt, een traditionele stoofpot die urenlang in de hete vulkanische grond wordt gegaard.
Een stuk aantrekkelijker ruikend zijn de theeplantages. Op São Miguel vind je namelijk theevelden en onder meer de fabrieken van Gorreana en Porto Formoso. Die laatste staat ook bij de officiële toeristische bezienswaardigheden van het eiland.
En dan nog iets waarvoor je überhaupt naar de Azoren wilt: walvissen en dolfijnen spotten. Dat kan vanaf verschillende eilanden, waaronder São Miguel en Pico. De Azoren gelden als een belangrijke bestemming voor whale watching en rondom São Miguel vertrekken verschillende tours. Zelf heb ik er eentje gedaan waar je op een kleinere boot vaart, met twaalf personen. Niet geschikt als je snel zeeziek bent (heb ik gelukkig geen last van), maar je hebt vanaf deze kleinere boten wél het beste zicht. En nog leuker: de dolfijnen die naast je meezwemmen.
Welk eiland moet je kiezen?
Dat ligt dus echt aan wat je zoekt. Voor een eerste bezoek zou ik São Miguel kiezen, simpelweg omdat daar zoveel verschillende dingen te zien en te doen zijn. Wil je vooral wandelen en spectaculaire natuur, kijk dan naar Flores of São Jorge. Voor wijn en walvissen is Pico fantastisch (maar dat kan ook op São Miguel), voor cultuur en gezelligheid zou ik Terceira kiezen en als je vooral rust wilt, kom je op Graciosa, Santa Maria of Corvo waarschijnlijk behoorlijk aan je trekken.
En heb je meer tijd? Dan zou ik er vooral meerdere combineren. Houd er alleen rekening mee dat de afstanden tussen de eilanden groter kunnen zijn dan ze op een kaart lijken. Pico en Faial liggen bijvoorbeeld maar een paar kilometer uit elkaar, terwijl de archipel zich in totaal over meer dan 500 kilometer uitstrekt.
Vanaf Amsterdam kun je bovendien met Transavia rechtstreeks naar Ponta Delgada vliegen, dus voor dat tropisch ogende landschap hoef je inderdaad geen volledige dag richting Hawaii in een vliegtuig te zitten. Of het écht net zo mooi is als Hawaii kan ik je niet vertellen, maar dat de Azoren op je bucket list moeten komen te staan; dat staat wat mij betreft buiten kijf.

Headerbeeld: Unsplash
