Shirin wil pas een kind als ze in een gezonde relatie zit, omdat haar ouders scheidden toen zij negen was. “Via een gezamenlijke vriend leerde ik mijn huidige man kennen. Ik viel voor zijn zorgzaamheid en liefde. Mijn kinderwens ontstond meteen.” Na twee jaar trouwen ze. “Het enige wat ik nog wilde was een baby; ik had zoveel liefde in mezelf om aan een kleine te geven. We hadden een mooi, warm huis en een prachtig, liefdevol huwelijk. Alles was klaar om een baby te ontvangen en die liefde te delen.”
Dansen door de woonkamer
Anderhalf jaar later is haar man er ook klaar voor. “Het was in één keer raak. Ik kreeg opvliegers, mijn bloeddruk daalde en merkte veranderingen in mijn spijsvertering. Ik voelde dat mijn lichaam iets aan het maken was.” Ze wacht tot de dag waarop ze eigenlijk moet menstrueren. “Om zes uur ‘s ochtends deed ik de test in de badkamer. Ik zag meteen twee duidelijke strepen, en voelde ongeloof en blijdschap. Meteen ontstond een toekomstbeeld: ik word mama.
Ik dacht al aan de kinderkamer die moest worden ingericht, de spullen die gekocht moesten worden en de apps die ik moest downloaden om me in te lezen. Over acht maanden hebben we immers een baby. Ik rende naar mijn partner toe, die nog lag te slapen. ‘Ik ben zwanger, ik ben zwanger, ik ben zwanger!’ schreeuwde ik. Ook hij had niet gedacht dat het in een keer zou lukken.”
Shirin leeft op een roze wolk. “Ik danste door de woonkamer, appte vriendinnen, rekende mijn uitgerekende datum uit en las alles wat ik kon vinden over wat ik tijdens mijn zwangerschap wel en niet mocht doen en eten. Ik voelde mij meteen verantwoordelijk. Het moedergevoel was gelijk aangewakkerd.”
Traumatische miskraam
Na zes weken mag ze al een echo, omdat ze last heeft van haar buik. Daar gaat ze samen met haar man heen. “Ik had me er al zo goed in verdiept, dat ik op het echoscherm gelijk zag dat het hartje traag klopte. Tranen vulden mijn ogen. De echografist zei op dat moment nog niks, maar ik kon alleen maar ‘nee’ roepen. Daarna zei ze: ‘Het spijt me. Het is een slechte echo.’ Ik lag nog steeds op de onderzoekstafel, maar mijn hoofd was ergens anders. Ik was zó verdrietig.”
Na een gesprek met de gynaecoloog besluit ze om te wachten tot het hartje zelf stopt. “Ik had nog hoop dat de baby zich op een normale manier zou ontwikkelen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, dacht ik.” Een week later, bij de vervolg-echo, krijgt ze slecht nieuws. Het babyhart klopt niet meer. “Ik voelde me eenzaam, angstig en onzeker. Van binnen barstte ik in stukken.”
Thuis neemt ze pillen in die de miskraam moeten opwekken. Daarna gaat ze gewoon naar haar werk. “Ik voelde opeens een soort waterballonnen tussen mijn benen, werd misselijk en duizelig. Mijn miskraambloed kwam eruit. Je wordt verteld dat het zwaarder is dan een gemiddelde menstruatiepijn, maar dat is het echt niet. Thuis klemde ik mijn nagels in mijn matras en beet erin van de pijn. Ik schreeuwde het uit. Mijn man kwam thuis en belde de ambulance. Het was traumatisch.”
Schuldgevoel
“De weken daarna zijn heel pijnlijk", vertelt Shirin. “Je moet je zwangerschapsaankondiging terugnemen bij vrienden en familie. Mijn vriendinnen probeerden me echt te steunen en hun opmerkingen kwamen voort uit liefde, alleen denk ik dat mensen het verdriet soms kleiner proberen te maken in de hoop dat het daardoor ook minder zwaar voor je wordt. Maar ik had juist behoefte aan erkenning van mijn verdriet en van wat ik verloren had.”
Ze kampt met een schuldgevoel. “Ik was degene die faalde. Ik had van mijn man geen vader gemaakt, van mijn moeder geen oma, en van mezelf geen moeder. Ik voelde mij een vrouw met mankementen. In mijn verdriet dacht ik op dat moment zelfs: vrouwen zijn er toch om nageslacht te creëren? Ik voelde boosheid en verdriet, en was op zoek naar een verklaring. Kwam het omdat ik ooit iemands hart had gebroken?”
Ondanks het verdriet gaat ze door. “Mensen die een miskraam meemaken, verschijnen op hun werk, gaan op reis en vieren feesten. Ze zijn blij voor anderen die wel kinderen hebben, maar doen het met een masker op. In werkelijkheid staat jouw leven stil. Ik kende bijna niemand die openlijk over een miskraam sprak, en dacht dat ik de enige was. Dus ik sprak me er ook niet over uit. Het was heel eenzaam.”
Weer een kind verloren
Shirin en haar man willen het opnieuw proberen, maar moeten eerst wachten tot haar baarmoeder weer schoon is. “Als ik weer zwanger en straks moeder ben, kunnen we dit achter ons laten”, denkt ze. Een paar maanden later, als ze groen licht krijgen, is het weer in één keer raak. “Ik voelde blijdschap mét een groot litteken. Toen ik het kloppende hartje op de echo zag, dacht ik: ik heb het afgevinkt. Ik behoorde inderdaad tot de één op de vier mensen die een miskraam krijgt, en heb het nu gehad.”
Ze gaat met een vriendin naar Madrid, waar ze volop geniet van haar zwangerschap. “Toen ik terugkwam, ging ik naar de wc. Ik zag een kleine bloedstreep in mijn onderbroek. De bloeding werd steeds meer; in de nacht stroomde het langs mijn benen. Ik wist al hoe laat het was en belde de volgende ochtend de dokter. Bij de spoedeisende hulp werd bevestigd dat dit een tweede miskraam was. Ik keek mijn man aan en dacht: dit kan ik hem geen tweede keer aandoen. Ik voelde me verdoofd en boos: ik had wéér een kind verloren.”
Het verlies heeft invloed op haar relatie. “Je rouwt allebei. Ik wilde huilen en het uiten, maar hij is geen prater en trok zich terug. Er ontstaat een afstand in je relatie. De spanning loopt op en je voelt de druk. Je bent niet meer de relaxte persoon die je daarvoor was.”
Ben ik de enige?
Shirin vraagt zich af of ze ooit nog moeder kan worden. Ondanks het vele verdriet, raakt ze opnieuw zwanger. “Het was een angstige zwangerschap. Ik drong aan op echo’s omdat ik het hartje wilde zien kloppen. Het beeld van mezelf, bloedend in de badkamer, bleef een trauma. Twee jaar lang speelde het zich in mijn hoofd nog af. Ik droeg alleen nog maar witte onderbroeken, want dan zou ik het bloed gelijk zien.” Gelukkig blijkt dat achteraf nergens voor nodig: haar zoon wordt in april 2020 gezond geboren. In het begin is ze nog vol ongeloof, want eindelijk is haar grote droom uitgekomen.
Als het daarna, tijdens haar vierde zwangerschap, weer gruwelijk misgaat, besluit ze haar stilte rondom haar miskramen te doorbreken. “Ik vroeg me keer op keer af: ben ik de enige? De eerste keer vroeg ik aan de gynaecoloog of er iemand was met wie ik kon praten. Hij zei: praat met je partner, vrienden en familie. Of ik kon de arts om een doorverwijsbrief vragen. Maar ik wilde gewoon met iemand praten die hetzelfde had meegemaakt. Ik weet dat de mensen naast mij verdrietig om me waren, maar ze wisten niet wat te doen.”
Shirin schrijft daarom het boek Ben ik de enige?, waarin 83 mensen van over de hele wereld hun ervaringen met zwangerschapsverlies en onvruchtbaarheid delen. “Deze mensen komen van over de hele wereld, maar lieten mij inzien dat ik niet de enige ben. Rouw is universeel. Ik wil laten zien dat je het verdriet niet zelf hoeft meegemaakt te hebben om te weten hoe je moet handelen. Op de werkvloer moet er ook meer begrip voor komen. Een ander hoeft het niet op te lossen, maar vraag ook na de eerste week hoe het met iemand gaat. Geef aan dat je iemands verdriet ziet.”
Haar verhaal stopt niet
“Waar ik nu het meest dankbaar voor ben? Natuurlijk voor mijn kinderen (door haar vijfde zwangerschap kreeg ze een gezonde dochter, red.) en dat ik moeder ben. Maar ook dat ik de moed heb om er iets mee te doen, om het voor anderen beter te maken. Het is mijn missie om het voor hen minder eenzaam te maken. Mijn verhaal is niet klaar omdat ik nu moeder ben geworden. Of je nu een zwangerschap bent verloren, midden in een fertiliteitstraject zit of geen moeder kan worden: je bent niet de enige.”
Ben ik de enige? komt dit najaar uit.
