Geen idee wat dat laatste is? Ik leg het je uit.
Fig tree analogy
De Amerikaanse dichter en schrijver Sylvia Plath schreef slechts één roman, maar wist daarmee vrouwen door de decennia heen een stem te geven. The Bell Jar is een semi-autobiografisch verhaal waarin lezers de 19-jarige Esther Greenwood volgen.
‘Wanneer ze in 1953 een stage bij een New Yorks modetijdschrift binnenhaalt, is ze dolblij; ze gelooft dat ze eindelijk haar droom om schrijver te worden zal waarmaken. Maar tussen de cocktailfeestjes en stapels manuscripten door begint Esther de greep op haar leven te verliezen. Ze glijdt af in een zware depressie, worstelend met moeizame relaties en een samenleving die weigert haar ambities serieus te nemen’, aldus de synopsis.
In het boek schrijft Plath: ‘I saw myself sitting in the crotch of this fig tree, starving to death, just because I couldn’t make up my mind which of the figs I would choose.’ In deze analogie vertegenwoordigt elke vijg aan de boom een ander leven dat Esther zou kunnen leiden: als schrijver, als moeder, als wereldreiziger, als geliefde partner, als succesvolle carrièrevrouw. Ze wil het liefst van iedere vijg proeven, maar beseft dat kiezen voor het ene leven ook betekent dat ze een ander leven misschien moet laten gaan. Door alle mogelijkheden raakt Esther zo verlamd uit angst om de verkeerde vijg te plukken, dat ze uiteindelijk helemaal niet kiest.
Overthinking
En dat is precies waar de fig tree analogy om draait. Esther overdenkt haar keuzes zó erg dat het haar uiteindelijk niet eens lukt er één te maken. En daar hebben vrouwen nogal eens een handje van. Want als je ergens voor gaat, sluit dat automatisch iets anders uit. Maar hoe weet je of je de juiste keuze hebt gemaakt? Het korte antwoord: niet.
Terwijl Esther naar haar vijgenboom kijkt, ziet ze niet alleen alle levens die ze zou kunnen leiden, maar ook alles wat ze kwijtraakt zodra ze voor één daarvan kiest. Het liefst wil ze alles tegelijk, alleen lijken die verschillende versies van haar toekomst elkaar uit te sluiten. Dus blijft ze zitten. Terwijl ze twijfelt en afweegt, rijpen de vijgen verder. Uiteindelijk verschrompelen ze en vallen ze één voor één op de grond.
Is de metafoor daarom ruim zestig jaar later nog steeds zo herkenbaar? Want wie heeft er nooit gedacht: wat als ik voor die andere baan was gegaan? In een andere stad was gaan wonen? Bij die persoon was gebleven? Wél kinderen had gekregen, of juist niet? Iedere keuze die we maken, betekent ook dat een andere mogelijkheid verdwijnt.
De vijgenboom van Plath gaat niet alleen over keuzestress uit angst om de verkeerde beslissing te nemen. ‘Het gaat om het rouwen om de levens die we niet zullen leiden, zelfs de prachtige levens’, schrijft Thee Book Club op Substack. Je kunt gelukkig zijn met het leven dat je hebt gekozen én tegelijkertijd verlangen naar een versie van jezelf die alleen nog in je hoofd bestaat.
Keuzestress
Daar komt bij dat de vijgen voor Esther niet allemaal even makkelijk te plukken zijn. The Bell Jar speelt zich af in de jaren vijftig, toen van vrouwen werd verwacht dat ze trouwden, kinderen kregen en zich toelegden op het gezin. Esther wil meer: schrijven, reizen, werken en de wereld ontdekken. Alleen leeft ze in een maatschappij waarin die ambities moeilijk te combineren zijn met het leven dat van haar wordt verwacht.
Hoewel vrouwen anno nu veel meer mogelijkheden hebben, is het dilemma niet verdwenen. We kunnen carrière maken, moeder worden (of niet), de wereld over reizen, voor onszelf beginnen, single blijven, trouwen, emigreren. En dankzij social media zien we continu hoe al die andere mogelijke levens eruit hadden kunnen zien. Misschien is dat precies de valkuil van de vijgenboom: er bestaat geen manier om eerst van iedere vijg te proeven en daarna pas te kiezen. Iedere keuze sluit iets anders uit, maar dat maakt de keuze niet verkeerd.
